17de Internationaal Communistisch Seminarie

"De arbeidersklasse, haar actuele rol en opdracht.
Concrete taken en ervaringen van de Communistische Partij binnen de arbeiders- en vakbondsbeweging."

Brussel, 16-18 mei 2008

www.icsbrussels.org , ics@icsbrussels.org


    Algemene besluiten

Na een uitwisseling van ervaringen en ideeën en na discussie over de huidige toestand en de problemen van de arbeidersklasse, haar samenstelling, haar rol en haar strijd, over de aanvallen tegen haar rechten en haar verwezenlijkingen, over de rol van de vakbonden en de taken van de communistische partijen in de arbeidersklasse en de vakbonden, zijn wij, de deelnemers aan het 17e internationaal communistisch seminarie in Brussel, tot de volgende algemene besluiten gekomen:

1. De laatste dertig jaar onderging de arbeidersklasse ingrijpende veranderingen, zowel qua aantal als qua samenstelling, maar haar historische rol als doodgraver van het kapitalistisch systeem blijft ongewijzigd.

De duizelingwekkende doorbraak van de informatica en telecomtechnologie heeft veranderingen teweeggebracht in de productieprocessen. Het kapitaal maakt hiervan gebruik om in real time wereldwijde industriële en financiële operaties te beheren, om flexibele productiesystemen in te voeren en om de productie te versnipperen in netwerken van onderaannemingsbedrijven. Dit heeft de handenarbeid en de intellectuele arbeid op vele terreinen dichter bij elkaar gebracht.

De kapitalistische herstructurering vergt een grotere mobiliteit van de productie, met sluitingen en delokaliseringen voor gevolg. Ook de arbeidersklasse is mobieler geworden en de migratiestromen volgen de vraag naar arbeidskrachten van de kapitalisten, in de hoop op een beter lot als werknemer. Toch laat het monopoliekapitalisme enkel migratiestromen toe wanneer dat in zijn belang is; tegelijkertijd wordt iedere andere migratie beteugeld en in de onwettigheid gedrukt. Nepcontracten, onderaanneming en overeenkomsten van beperkte duur, interimarbeid en clandestiene arbeid zijn veralgemeend. Belangrijke verworvenheden zoals de 8-urige werkdag worden ontmanteld door het verlengen van de arbeidsdag en het veralgemenen van overwerk. Het fenomeen van arme werknemers (‘the working poor’) breidt zich uit, zelfs in de meest ontwikkelde landen.

Tezelfdertijd werden belangrijke verwezenlijkingen van de arbeidersklasse vernietigd door het vermarkten van overheidsdiensten op het vlak van onderwijs, gezondheidszorg en sociale voorzieningen. De kapitalistische herstructurering ingezet na de uitbarsting van de wereldcrisis in de jaren 1970, trof de openbare diensten en de collectieve goederen. Overheidsbezittingen worden uitverkocht aan de privésector. De managementmethoden uit de privésector worden er toegepast en de arbeidsomstandigheden zijn er veel stresserender geworden. Dat is het geval voor de personeelsleden van de ziekenhuizen, de post, het stadsvervoer en de spoorwegen, voor de leerkrachten, enz.

Het gaat niet meer om de « dienstverlening aan het publiek », maar om de « rentabiliteit »; de « gebruikers » zijn « klanten » geworden.

De overwinning van de contrarevolutie in de socialistische landen van Oost-Europa en in de Sovjet-Unie, veroorzaakte een tomeloze agressiviteit bij de kapitalisten en de bourgeoisregeringen, die geen angst meer moesten hebben van besmettingsgevaar. Dat heeft over de hele wereld geleid tot een algemene aantasting van de sociale verworvenheden en van de democratische en syndicale rechten, tot een verslechtering van de statuten, de arbeidsomstandigheden en de levenskwaliteit.

2. Exact 160 jaar geleden schreef Marx in Brussel in het Communistisch Manifest de volgende woorden: "Maar de burgerij heeft niet alleen de wapens gesmeed die haar de dood brengen, zij heeft ook de mannen geschapen die deze wapens zullen hanteren - de moderne arbeiders, de proletariërs. " Engels bestudeerde de vreselijke omstandigheden van de arbeidersklasse in Engeland van nabij maar hij zag toen al, achter de miserie, het revolutionaire potentieel van de uitgebuite klasse.

In elke periode van de kapitalistische ontwikkeling doen de materiële evoluties theorieën ontstaan die aankondigen dat het marxisme voorbijgestreefd is. Dat was al zo in 1898, toen Bernstein beweerde dat Marx niet voorzien had dat er een middenklasse zou ontstaan. Dat was zo in de jaren 20, toen Kautsky oordeelde dat een deel van het proletariaat voldoende onderricht en ervaren was om zijn wil via de verkiezingen op te leggen. Dat was nog steeds zo in de jaren 60, toen Gorz zei "Afscheid van het proletariaat".

Vandaag wordt de idee verspreid dat de materiële productie niet de belangrijkste bron van de kapitalistische winst zou zijn. Filosofen zoals Hardt & Negri spreken over het definitieve verdwijnen van het proletariaat, ten bate van een "menigte" en vinden weerklank in de nieuwe sociaal-democratie à la Bertinotti.

Het gaat telkens om een ideologisch offensief om te betwisten dat er in de kapitalistische maatschappij twee antagonistische klassen zijn, de burgerij en de arbeidersklasse. Het ontkennen van deze tegenstelling leidt regelrecht tot de politieke conclusie dat de arbeidersklasse niet meer "de ware revolutionaire klasse" is waarover Marx sprak en dat haar voorhoederol om de maatschappij te veranderen verleden tijd is. Zo verdwijnt in één moeite door de noodzaak om een partij op te bouwen die zich tot taak stelt het proletariaat te leiden in deze historische taak.

Het betwisten van de weg die Marx en Engels (voorhoedeklasse) en nadien Lenin (voorhoedepartij) uitstippelden, dient om reformistische illusies te wekken over de geweldloze en parlementaire omvorming van het kapitalisme.

3. Nochtans bewijzen de recente gebeurtenissen eens te meer dat het internationale kapitalistisch systeem niet in staat is haar tegenstellingen te beheren. En dat de antagonistische tegenstelling tussen kapitaal en arbeid onvermijdelijk leidt tot crisissen van overproductie en crisissen op wereldniveau. Na het uiteenspatten van de Aziatische financiële luchtbel (1997), na het uiteenspatten van de financiële luchtbel van de informaticasector (2000), is sinds 2006 de financiële luchtbel van de "subprimes" (i.v.m. de hypothecaire leningen in de Verenigde Staten) aan het uiteenspatten. Dat gebeurt tegen de achtergrond van een onhoudbaar Amerikaans handelstekort en een op drift geslagen dollar. Alle conjuncturele voorspellingen verwachten een ernstige crisis.

Dat bewijst eens te meer dat de "gezondheid" van het wereldkapitalisme zeer kwetsbaar is en kunstmatig wordt opgesmukt door speculatieve luchtbellen. De strijd van de monopolies om de markten en de grondstoffen, met inbegrip van de landbouw- en voedingsproducten, veroorzaakt een spectaculaire prijsstijgingen, nog versterkt door de speculatie. De speculanten storten zich op dit ogenblik op de markt van de grondstoffen en de voedingsproducten, met een spectaculaire prijsstijging voor gevolg. Dat leidt tot een nieuwe verarming van de werkende massa’s en tot wereldwijde hongeropstanden en volksbewegingen voor meer koopkracht. Al deze sociale catastrofes zouden onmogelijk zijn indien de rijkdommen van de wereld collectief bezit zouden zijn en planmatig beheerd, in dienst van de volkeren. Hetzelfde geldt voor de klimatologische en ecologische rampen die de planeet bedreigen. Een kleine groep monopolies beslist volgens hun eigen belang, want in de race naar maximale winst zijn zij bereid misdaden tegen de mensheid te begaan. Meer dan ooit is er een machtsconcentratie in handen van de financiële oligarchie die haar web spant rond de aardbol.

De internationalisering van de productie en de technologische vooruitgang, veroorzaken steeds meer en grotere rampen van allerlei aard, juist omdat de productiemiddelen en de ruilmiddelen in privébezit zijn.

4. Alleen de arbeidersklasse, zoals Marx en Engels hebben aangetoond, heeft het belang en de kracht om de maatschappij volledig te veranderen door een einde te maken aan de uitbuiting van de mens door de mens. De arbeidersklasse evolueert voortdurend maar haar kenmerkende eigenschap niet: zij wordt omschreven als het geheel van de uitgebuite werknemers, dit wil zeggen al wie overleeft door het verkopen van zijn arbeidskracht.

De criteria die Lenin aangeeft om tot de arbeidersklasse te behoren, blijven actueel:

"Wij noemen ‘klassen’, de grote groepen mensen die zich onderscheiden door hun plaaats in het historisch vastgelegde systeem van de sociale productie, door de plaats die zij bezetten ten opzichte van de productiemiddelen (meestal vastgelegd in de wetgeving), door hun rol in de sociale organisatie van de arbeid en bijgevolg door hun vermogen om zich een deel van de sociale rijkdom toe te eigenen. De klassen zijn eveneens groepen mensen, waarvan één van de groepen zich de vruchten van de arbeid van de andere groepen kan toe-eigenen." (Het grote initiatief).

Hieruit volgt dat de arbeidersklasse talrijker is dan ooit, zoals de cijfers over de loonarbeid bewijzen.

Van deze arbeidersklasse produceert maar een deel de meerwaarde. Door zijn concentratie in de grote productie-, transport- en communicatiegroepen, heeft deze groep de middelen om de economie te blokkeren. Als we de burgerlijke statistieken mogen geloven, zou deze laag aan het verdwijnen zijn in de vooraanstaande kapitalistische landen, als gevolg van de ‘tertiarisering’ van de economie. Maar deze cijfers vervalsen de werkelijkheid: vele ‘diensten’ werden vroeger beschouwd als een onderdeel van de productieketen en blijven nauw verbonden met de productie.

Terwijl in de westerse landen het aantal industriële werkplaatsen in bepaalde sectoren daalt, blijft het totale aantal industriële werkplaatsen er op zijn minst stabiel, terwijl het aantal fabrieksarbeiders in Azië, in Afrika en in Latijns-Amerika toeneemt.

Rond deze productieve kern, bestaat de arbeidersklasse meer en meer uit geproletariseerde lagen in de sectoren van de sociale diensten, de overheidsadministratie, het onderwijs en de "geliberaliseerde" openbare dienst.

De arbeidersklasse is gediversifieerder dan in het verleden. Het kapitaal maakt maximaal gebruik van de verschillen in statuut, in rechten, nationaliteit en origine om het lot van de hele arbeidersklasse te verslechteren. De vaste contracten worden opgezet tegen de tijdelijke contracten, werknemers uit de onderaanneming verdienen minder dan hun collega’s, migrantenarbeiders doen hetzelfde werk tegen lagere lonen en de statutaire contracten worden vervangen door contractuele en interim-contracten in de openbare diensten.

In vele landen neemt de informele sector, zonder contract en zonder organisatie, een steeds grotere plaats in, met name in de landen waar er bijna geen wetten bestaan die de werknemers beschermen. In de sector van de clandestiene werknemers is er geen enkele bescherming en dat leidt naar overuitbuiting.

De arbeidersklasse wordt internationaler, gediversifieerder en kent haar levens- en arbeidsomstandigheden worden slechter. Dat geeft nieuwe intensiteit aan het motto van Marx en Engels : Proletariërs aller landen, verenigt u.

Dat de arbeidersklasse in de huidige omstandigheden van het imperialisme internationaler is geworden, meer kennis heeft over de wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen, maakt haar beter voorbereid om de socialistische maatschappij te verwezenlijken en te leiden. Zij is in staat om het productieapparaat te domineren, te socialiseren en in dienst te stellen van heel de planeet. Zij draagt de toekomst dus in zich.

Maar, zoals Karl Marx het zei: "Voorlopig is de strijd van het proletariaat tegen de burgerij weliswaar niet naar inhoud maar wel naar vorm een nationale strijd. Het proletariaat van elk land moet natuurlijk eerst met zijn eigen burgerij afrekenen." (Communistisch Manifest)

5. De arbeidersklasse heeft communistische partijen nodig die haar fundamentele belangen verdedigen. Zoals Marx en Engels in het Manifest schreven: "De communisten onderscheiden zich slechts als volgt van de overige proletarische partijen: enerzijds brengen zij in de verschillende nationale klassengevechten van de proletariërs de gemeenschappelijke, van de nationaliteit onafhankelijke belangen van het hele proletariaat naar voor en laten ze die tot hun recht komen, anderzijds vertegenwoordigen zij in de verschillende ontwikkelingsfasen van de strijd tussen burgerij en proletariaat steeds het belang van de hele beweging."

Praktisch zijn de communisten dus het meest besliste, steeds voortstuwende deel van de arbeiderspartijen van alle landen. Zij hebben een stap voor op de overige massa van het proletariaat: het theoretisch inzicht in de voorwaarden, het verloop en de algemene resultaten van de proletarische beweging.

De communistische partijen hechten prioritair belang aan het werken binnen de arbeidersklasse. Omwille van strategische redenen besteden zij in de strijd tegen het kapitalisme/imperialisme en voor het socialisme tegelijkertijd bijzondere aandacht aan de grote productie- en ruilsystemen, aan de sleutelsectoren van de economie. Het is daar dat zich de kern van de huidige economie bevindt, die eveneens de kern is voor de organisatie en de strijd. Het is daar dat de werknemers het best in staat zijn de andere lagen van de arbeidersklasse mee te trekken in de strijd voor een maatschappij zonder uitbuiting. Dat impliceert voor alles een aanwezigheid op de werkvloer, in de klassenstrijd. Zonder het belang van verkozenen in de burgerlijke parlementen te onderschatten, zal het uiteindelijk de inplanting in de arbeidersklasse zijn die de krachtsverhoudingen zal bepalen. De aanwezigheid van communistische partijen onder de arbeidersklasse blijft een prioritaire taak. De huidige anticommunistische campagne, met name in de Europese Unie, beoogt voor alles deze aanwezigheid tegen te gaan en het terrein voor te bereiden om de steeds talrijker protesten, betogingen en stakingen te breken.

In het licht van de materiële evolutie die de arbeidersklasse vandaag kent, hebben de communistische partijen er belang bij om nog meer dan vroeger aandacht te besteden aan drie specifieke oriëntaties.

Eén : een leidende rol spelen in de organisatie en de strijd voor de eenheid van de arbeidersklasse, in haar bondgenootschap met de middenlagen in de steden en de arme en middelarme boeren op het platteland.

Twee : de gemeenschappelijke acties van de communisten vermeerderen, om te komen tot een gemeenschappelijke strategie van de communistische partijen en de arbeiderspartijen tegen het imperialisme.

Drie : het werk binnen de arbeidersklasse mag niet beperkt blijven tot economische en sociale kwesties, maar moet evenveel aandacht besteden aan ideologische en politieke thema’s, aan de strijd voor democratische rechten (ook op de werkvloer), tegen racisme, voor vrede (tegen imperialistische oorlogen), voor nationale bevrijding, voor de bescherming van het milieu, voor radicale veranderingen die de grondvesten van de kapitalistische structuur ondermijnen. Zo wordt de strijd voorbereid voor een maatschappij zonder uitbuiting van de mens door de mens, voor het socialisme.

6. Het werk van de communistische partijen in de arbeidersklasse gebeurt onvermijdelijk ook via het werk in de vakbonden. De vakbonden zijn de organisaties die het grootste aantal werknemers verenigen. De vakbond vervult een andere rol van de communistische partij. De partij wil iedereen organiseren die bewust naar het socialisme streeft (dat is niet het geval voor heel de arbeidersklasse). De vakbond daarentegen wil bijna heel de arbeidersklasse als klasse organiseren. Er is dus geen "concurrentie" tussen de partij en de vakbond. Integendeel, de partij steunt ten volle alle krachten en stromingen die zich inzetten om van de vakbonden echte klassenorganisaties te maken. De partij moedigt al haar leden aan om actieve syndicalisten te worden en mandaten te veroveren. Dat helpt de communistische werkers om massaleiders te worden en een grotere autoriteit te verwerven in het politieke debat.

De traditionele vakbonden worden van hoog naar laag doorkruist door verschillende politieke strekkingen. Naast tal van antikapitalistische krachten, zijn er ook die prediken en handelen in de zin van een (her)verzoening met het kapitalistisch systeem. Twee tegengestelde stromingen zijn actief binnen de vakbonden: de lijn van de klassenstrijd en de lijn van klassencollaboratie en het compromis.

De communisten richten hun kritiek voor alles tegen de partijen van de burgerij die erin slagen hun standpunten op te leggen in de vakbonden en die het kapitaal verdedigen. In het vakbondswerk zelf onderscheiden de communisten zich door hun wil om de strijd te doen vooruitgaan, door hun steun aan alles wat positief is, wat verenigt en wat de vakbonden als klassenorganisaties versterkt. Het is waar dat er aan de basis antisyndicalisme heerst, als gevolg van teleurstellingen of strijdbewegingen die door syndicale verantwoordelijken zijn gerecupereerd en door de propaganda voor de ideologie van het individualisme en het corporatisme. Men moet op een constructieve manier kunnen omvormen tot een vraag naar meer democratie en meer maatschappelijk debat. Kortom op de manier die van de communisten de beste strijders maakt voor sterke en strijdbare vakbonden. In sommige landen zijn er nieuwe vakbonden opgericht, al dan niet onder de impuls van communistische partijen. Het blijft van vitaal belang de georganiseerde massa’s in de andere vakbonden niet aan hun lot over te laten.

7. In het licht van de evolutie die de arbeidersklasse doormaakt, wordt de eenmakende rol van de vakbonden belangrijker. De strategie van het kapitaal is de verdeling en de versnippering van de arbeidersklasse. Maar ook concurrentie organiseren tussen de verschillende lagen van de arbeidersklasse om een neerwaartse spiraal op te leggen. Dit schreef Marx hierover: "Het kapitaal is een geconcentreerde sociale kracht, terwijl de arbeider enkel over zijn individuele arbeidskracht beschikt. (…) De enige sociale macht die de arbeiders bezitten, is hun aantal. Maar de kracht van het aantal wordt tenietgedaan door de verdeeldheid. Deze verdeeldheid van de arbeiders wordt teweeggebracht en in stand gehouden door de onvermijdelijke concurrentie die zij mekaar aandoen. (…) . De onmiddellijke taak van de vakbonden was beperkt tot de noden van de dagelijkse strijd, tot de lapmiddelen tegen de onophoudelijke inbreuken van het kapitaal, in één woord, tot de kwesties van loon en arbeidsuren. Deze activiteit is niet enkel legitiem, zij is noodzakelijk. Men mag er niet aan verzaken, zolang het huidige systeem bestaat…"

De vakbonden krijgen vandaag te maken met steeds grotere aanvallen op alle terreinen en zij moeten in een moeilijkere omgeving werken. De versnippering van de productie en de aantasting van de arbeidsovereenkomsten gaan hand in hand met een verzwakking en ondervertegenwoordiging van de syndicale krachten. De liberalisering van de arbeidsmarkt vergroot de concurrentie binnen de arbeidersklasse en bevestigt hoe hoogdringend het motto "gelijk loon voor gelijk werk" wel is. De bestaansreden zelf van de vakbonden wordt langs alle kanten in vraag gesteld, in antistakingswetten, door een strikte reglementering van de sociale vrede, door vonnissen van rechtbanken die dwangsommen opleggen en vakbondsdelegees aanvallen. In vele landen waar vrijhandelszones een beleid toepassen van "noch stakingen – noch vakbonden", worden de rechten van de weknemers en hun arbeids- en levensomstandigheden nog sterker aangetast.

Syndicalisten zijn meer en meer het slachtoffer van verschillende vormen van vervolging, tot en met politieke moord.

De aanvallen tegen de strijdbare syndicalisten zijn bijzonder moorddadig in landen zoals Colombia en de Filippijnen, waar de werknemers strijd voeren voor onmiddellijke eisen en voor de nationale bevrijding van het imperialisme en van de reactionaire krachten die het steunen.

In deze globale context moet het syndicalisme terug naar de bron gaan en zijn pioniersmentaliteit, zijn militantisme en zijn moed terugvinden. Het is de evolutie van het kapitalisme zelf die hiertoe noopt, zoniet dreigt de slagkracht van de vakbonden volledig te verdwijnen. De vakbond moet werken aan de vereniging van alle lagen van de arbeidersklasse, de werkenden en de werklozen, de migranten en mensen zonder papieren en de autochtone werknemers, werknemers met een stabiel contract en die met een atypisch, tijdelijk of nepstatuut;

Dat is ook de voorwaarde om die andere rol te kunnen spelen die de vakbond door Marx kreeg toegewezen: «Als de vakbonden onontbeerlijk zijn in de guerrillastrijd tussen arbeid en kapitaal, zijn ze nog belangrijker als georganiseerde kracht om het systeem van de loonarbeid en de overheersing van het kapitaal te vernietigen.»

De communistische partijen benutten alle strijdbewegingen en alle debatten binnen de vakbonden om de maatschappijkeuze opnieuw op de dagorde te plaatsen.

8. De syndicale krachten die de klassenstrijd als grondslag nemen, moeten zich op nationaal, regionaal en sectoraal niveau verenigen, maar ook op internationaal niveau binnen het Wereldvakverbond omdat het, in de strijd tegen het kapitalisme, van kapitaal belang is dat er binnen de internationale vakbeweging een klassekern opkomt.

Voor vele partijen blijft werken in vakbonden die geleid worden door reformistische of reactionaire krachten een prioriteit, omdat de massa’s van hun land erbij aangesloten zijn.

De communistische partijen hebben ook de plicht om syndicalisten te helpen zich te organiseren op internationaal niveau, om actieve solidariteit te ontwikkelen tijdens belangrijke strijdbewegingen. Het is enkel zo dat een echt internationaal front van de arbeidersklasse kan opgebouwd worden om de aanvallen van het internationaal kapitaal af te slaan.

9. In de socialistische landen zijn de vakbonden essentiële elementen in de opbouw van het socialisme, niet alleen omdat doorheen de vakbonden de oriëntatie van de partij alle massa’s bereikt, maar ook omdat via de vakbonden de gevoelens, de bekommernissen en de initiatieven van alle massa’s de partij moeten bereiken.

De aanwezige communistische partijen betuigen hun volle steun aan het emancipatiewerk dat zij realiseren en dat bijdraagt tot het vrijwaren en versterken van de socialistische aard van het systeem.