Bijdrage tot het 17de Internationaal Communistisch Seminarie

"De arbeidersklasse, haar actuele rol en opdracht.
Concrete taken en ervaringen van de Communistische Partij binnen de arbeiders- en vakbondsbeweging."

Brussel, 16-18 mei 2008

www.icsbrussels.org , ics@icsbrussels.org


De arbeidersklasse, haar rol en missie van vandaag. Opgaven en concrete ervaringen. De communistische partijen temidden van de arbeidersklasse en binnen de vakbonden.

Communistische Partij van de Sovjet Unie

Rusland

 

Het theoretische probleem is duidelijk. De Sovjetcommunisten hebben haar vier jaar geleden al nauwkeurig onderzocht op het eerste Plenum van het CC na het XXXIII congres "De heropgestane  CPSU, de moderne arbeidersklasse en de arbeidersbeweging".

Nog maar anderhalve eeuw geleden analyseerde K. Marx in hoofdstuk XIV van het ‘Kapitaal’ het begrip van de samengestelde arbeider en constateerde dat een definitie van de productieve arbeid niet meer past op iedere afzonderlijke werker. Des te onzinniger is de opsplitsing op het huidige peil van de vermaatschappelijking, te meer, als men op die basis vruchteloos probeert een nieuwe definitie te geven van de arbeidersklasse.

De arbeidersklasse speelt vanouds een beslissende rol in de materiële productie. Zij zat achter het controle paneel, stond achter het virtuele tekenbord van de nieuwe generatie, veranderde zich in een meester op technisch, organisatorisch en wetenschappelijk terrein. Het leidt geen twijfel dat het moderne proletariaat zich steeds meer baseert op een digitaal materieel technische basis.

De wetenschappelijk-technologische, in het bijzonder de informatieve revolutie verengt niet, doch verbreedt de maatschappelijke basis van de anti-imperialistische krachten. Het kapitaal heeft zich met succes de historisch nieuwe vormen van exploitatie eigen gemaakt — de uitpersing van meerwaarde niet uit de fysieke, maar uit de intellectuele energie van de hoge kwalificaties en creatieve vaardigheden van de werker. Maar van deze stelling over de dictatuur van het proletariaat, als vorm van staatsmacht tijdens de overgang van het kapitalisme naar het socialisme, is als voorheen een wetenschappelijk vastgestelde objectieve waarheid, we moeten haar allee op een moderne manier interpreteren.

Uit het feit dat de moderne productieve arbeid over het geheel genomen steeds intellectueler wordt, volgt echter zeker niet, dat alle verstandelijke arbeid ook productief is. Een te brede interpretatie van productieve arbeid onderwaardeert het begrip arbeidersklasse als zodanig. Want met "investeringen in de mens" houdt ook de pedagoog, en de arts, en de journalist, en de schrijver, en de artiest zich min of meer bezig. Maar dat wil nog niet zeggen dat zij allemaal behoren tot de progressieven productieve klasse.

Bij de benadering van de moderne arbeidersklasse moet men zich baseren niet op de afbakening van de verschillende typen arbeid, maar op de classificatie van de productiemiddelen naar de wijze waarop ze worden gebruikt, naar de organisatie van de arbeid, naar de wijze van vereniging met de werker. In overeenstemming met de historische logica is de hoofdmassa van ingehuurde werkers geconcentreerd in de materiële productie rond de productiemiddelen, voor het collectieve gebruik en de collectieve organisatie van de arbeid. Dat zijn de meest productieve middelen van de productie.

"Over dertig jaar zal de wereld ten prooi vallen aan een epidemie van marxisme…" Deze prognose maakten functionarissen van het Centrum voor Ontwikkeling, Concepten en Doctrines van het Ministerie van Defensie van het Verenigd-Koninkrijk. Men kan het nalezen in het door gemaakte 90 pagina’s tellende rapport "Over de Toekomstige Defensie Strategieën" waarin zij de uitdagingen, dreigingen en risico’s analyseren waarmee de mensheid in de naaste toekomst te maken zal krijgen. Volgens hen zal het marxisme tegen het jaar 2030 de voornaamste ideologie zijn van de zogenaamde middenklasse.

Doch theorie is theorie, echter in de praktijk van onze werkdadigheid binnen de arbeidersklasse stuiten we op enorme moeilijkheden. Het oligarchisch kapitaal in Rusland-USSR heeft het enorme massief van het industriële sovjet-proletariaat volledig uit elkaar geslagen, verpauperd en gemarginaliseerd en nu staan de overblijfselen van de arbeidersklasse elkaar naar het leven, niet alleen die van verschillende bedrijfstakken, maar ook zelfs binnen een enkele onderneming. Er is corruptie en omkoperij, niet alleen in de ‘toppen’ van de vakbonden, maar zelfs hele grote groepen zoals de Federatie van Onafhankelijke Vakbonden van Rusland, die uit de Uniewijde Centrale Raad van Vakbonden is weggekocht. Ook het proletariaat van de delfstoffen industrie is bijna in zijn geheel door de crimineel-bureaucratische bourgeoisie opgekocht.

De corporatieve verdeeldheid en de isolatie van de mensen, de oriëntatie op persoonlijke of enge groeps- of clan-belangen, vormen de grootste hindernissen voor de consolidatie van de kracht van de werkers tegen het kapitalistische juk en voor de herleving van het socialisme.

De op informatie en verkiezingen gebaseerde variant van terugkeer naar de socialistische ontwikkelingsweg is door de machthebbers met schrik om het hart al meteen afgesloten. Daarom moeten we overschakelen naar informatie en machtsontwikkeling en de mensen in massaal protest op de been brengen waarvoor we alle middelen moeten gebruiken in het werk binnen de arbeidersklasse en de vakbonden. De coalitie die gevormd is in de aanloop naar de presidentsverkiezingen willen we niet alleen in stand houden, maar consolideren en versterken.

Een grote hindernis voor de krachtenbundeling is ook het notoire ‘communistische veel partijendom’ en het daaruit voortspruitende opportunisme. In koor met de burgerlijke propaganda probeert het opportunisme de rol van de arbeidersklasse tot nul te reduceren. Dat gebeurt niet op slinkse wijze. Het marxisme wordt gekwalificeerd als ‘ouderwets’, en de huidige tijd verschijnt als het ‘postindustriële tijdperk’ en ‘de era van de informatica’ waarin voor het industriële proletariaat geen plaats is.

De nieuwste ‘ontdekking’ is gedaan door de sedert 2001 aan de macht zijnde Partij van Communisten van de Republiek Moldavië (PCRM) die op 15 maart een nieuw programma heeft aangenomen. Daarin verklaart de PCRM, in afwijking van de klassenbenadering, zich als de partij van de ontwikkelingsperspectieven van heel de maatschappij. Tot de arbeidersklasse rekent men zowel manager, ingenieur, arbeider en boer, als wel onderwijzer en arts. Daarna wekken de kwaadaardige belastering van het Sovjet-systeem, het vaste geloof in ‘markthervormingen’ en de verklaring ‘over de onvoorwaardelijke juridische bescherming van alle soorten van legale eigendom’,   geen verwondering meer.

Een ding is niet duidelijk. Waarom praten over "radicale verandering van heel de sociaal-economische situatie in het land, van de internationale positie van Moldavië, en van de maatschappelijke en staatkundige ontwikkeling", als de auteurs van het programma er over zwijgen dat het BNP van Moldavië voor 37% bestaat uit geld wat migranten die in Rusland werken naar huis sturen.

Het is wel duidelijk dat de Moldavische ‘communisten’ de lucht van het marxisme en van het communisme volledig kwijt zijn geraakt. En dat blijkt des temeer wanneer zij met trots melding maken van hun volwaardig lidmaatschap sedert 2007 van de verenigde Partij van Europees Links, die op al onze bijeenkomsten zo zwaar bekritiseerd wordt.

 Het is geen toeval de de geletterde elite, in dienst van de bourgeoisie, de verschijning van die ‘programma’ ontvingen met lovende epitheta: "Dit is een van de belangrijkste en helderste documenten van de moderne communistische beweging"; "Ik heb me nooit kunnen voorstellen, dat een politieke partij een dergelijk diep en breed programma kan hebben"; "Het is een partij voor de toekomst, opgetuigd met het beste uit het verleden" enz., enz.

Maar een van de geleerde mannen vertelde ongewild de waarheid: "De enige vijand van de Moldavische communisten zijn de communisten zelf, maar dan alleen die van het sovjet model. Verder zijn er geen vijanden".

V.I. Lenin heeft daarover geschreven: "Het zijn niet enkel de Russische bourgeois democraten die elke neiging binnen iedere sociaal-democratische partij naar het opportunisme, hoe miniem of tijdelijk ook, hartelijk verwelkomen. De taxaties van de slimme vijand zitten er hoogst zelden naast: vertel me wie je prijst en ik zeg je waar je de fout in gaat".

Een ander soort bedrog is het antiglobalisme dat zijn oorsprong vindt in het eurocommunisme toen zich volledig wetmatig ontwikkeld had. Het baseert zich op ontkrachting van het revolutionaire wezen van het marxisme en is aangepast aan de realia en de noden van de kapitalistische maatschappij. Het kenmerkt zich vooral door verzachting van de klassentegenstellingen in de ‘ontwikkelde’ landen door een relatief hoog levenspeil en een ‘arbeidersaristocratie’ in de toppen van de vakbeweging, betaald uit de superuitbuiting van de ‘derde wereld’.

De massale beweging van ‘antiglobalisten’ is in wezen niet antikapitalistisch. Haar leiders vestigen bij de activisten het idee, dat een antikapitalistische beweging niet ideologisch mag zijn. Dat heeft een reeks negatieve gevolgen, ten eerste, geen discussie over de aard van het moderne imperialisme, over het belang van een antimilitaristische beweging. We horen in het Westen zelden spreken over het stoppen van de uitbreiding van de NAVO en over het opheffen van deze agressieve alliantie. Bij ons ontwikkelt zich het protest tegen de NAVO in brede lagen, bijvoorbeeld, in de Krim, waar wij ons georganiseerd hebben en actief actie voeren.

Het internationalisme van de antiglobalisten lijkt in de verste verte niet op het proletarisch internationalisme in de leninistische betekenis van het woord en is gericht, in de eerste plaats, op hulp aan de eigen bevolking wegens de gevolgen van het offensief van het globalisme tegen de rechten van de werkers en hun levenspeil. In de klassenbenadering staat ‘globalisme’ gelijk aan ‘neofascisme’.

Veel scherper wordt het probleem van de relatie tussen de inheemse bevolking en de migranten gesteld. Overal — en het territorium van de USSR vormt daarop geen uitzondering — probeert het neofascisme volgens sedert lang beproefd recept de werkelijke (en binnen het kader van het kapitalisme niet op te lossen) tegenstellingen te verdoezelen en aan de andere kant haat te zaaien tegen andere nationaliteiten en godsdiensten.

Naar onze mening verplaatst het centrum van de revolutionaire strijd zich naar de derde wereld, naar Latijns- en Zuid-Amerika.

De Communistische Internationale, zoals Lenin schreef, stelde het marxisme voor het eerst openlijk de vraag over de rol van de volkeren van de gekoloniseerde landen in de strijd tegen het kapitalisme en het realiseren van een socialistische revolutie.

"De beweging in de gekoloniseerde landen," schreef Lenin in zijn rapport aan het derde congres van de Komintern, "wordt nog steeds gezien als onbetekenende nationale en volledig vreedzame beweging. Maar dat is niet zo. Sedert het begin van de XXe eeuw zijn in dat opzicht grote veranderingen aan de gang, en met name: miljoenen en honderden miljoenen, — in feite de overgrote meerderheid van de wereldbevolking —treden nu op als zelfstandige revolutionaire factoren. En het is volkomen duidelijk, dat in de komende beslissende veldslagen van de wereldrevolutie de beweging van de meerderheid van de wereldbevolking, in beginsel gericht op nationale bevrijding, zich keert tegen kapitalisme en imperialisme en, misschien, een veel grotere rol zal spelen, dan wij verwachten".

 I.V. Stalin, waarachtig leerling van V.I. Lenin, ontwikkelde deze stelling verder, in zijn korte testament-toespraak op het XIXe congres van de CPSU, en stelde, in het tijdperk van de overgang van het kapitalisme naar socialisme op wereldschaal, de strijd voor democratie en de strijd voor nationale bevrijding op de voorgrond.

Het bestuur van de CPSU beschouwde en beschouwt als belangrijkste opgave van de internationale communistische en arbeidersbeweging te komen tot een georganiseerde vereniging op een geverifieerde politiek-ideologisch grondslag en daaruit voortvloeiend een nieuwe Komintern die economisch onafhankelijkheid en zelfstandigheid moet zijn. Er moet noodzakelijk een nauwe samenwerking komen met de nationale bevrijdingsbeweging. We zouden moeten beginnen een enkel coördinatiecentrum met een van de partijen als basis. Zou de Partij van de Arbeid van België deze klus op zich willen nemen?

Dan mogen we er van uitgaan, dat de moderne internationale echt communistische en arbeidersbeweging en de nationale bevrijdingsbewegingen in staat zullen zijn alle anti-imperialistische krachten van de wereld rond zich te verzamelen.

Oleg S. Shenin — Communistische Partij van de Sovjet Unie

Rapport aan het Internationaal Communistisch Seminarium

Brussel, 16–18 mei 2008