Bijdrage tot het 17de Internationaal Communistisch Seminarie

"De arbeidersklasse, haar actuele rol en opdracht.
Concrete taken en ervaringen van de Communistische Partij binnen de arbeiders- en vakbondsbeweging."

Brussel, 16-18 mei 2008

www.icsbrussels.org , ics@icsbrussels.org


De rol en de historische taak van de arbeidersklasse

Communistische Partij Griekenland (KKE)

 

Bijdrage van Dimos Koumpouris lid van het centraal comité van de KKE (CPG)

De rol en de historische taak van de arbeidersklasse zijn hoofdstrijdpunten geweest in de politieke en ideologische discussie. De reden daarvan is dat de opstelling tegenover dit cruciale onderwerp verband houdt met de oriëntatie en het perspectief van de strijd; die opstelling bepaalt het antwoord op de vraag of de kapitalistische productiewijze en bijgevolg de uitbuiting van de ene mens door de andere voortgezet mag worden ofwel of het kapitalisme omvergeworpen moet worden van en we naar het socialisme moet overgaan.

 

De rol van de arbeidersklasse en haar historische taak wordt door objectieve criteria bepaald.

Ten eerste wordt ze bepaald door haar positie in het bestaande systeem van sociale productie als een klasse die uitgebuit wordt door het kapitaal; door haar relatie tot de productiemiddelen als een klasse, die, omdat ze zelf geen productiemiddelen heeft, gedwongen is haar arbeidskracht te verkopen om in leven te blijven. Ze wordt ook bepaald door haar uitvoerende rol in de sociale organisatie van de arbeid net als door haar aandeel in de sociale rijkdom, namelijk het loon en het salaris die haar instandhouding verzekeren.

De bovengenoemde marxistisch-leninistische criteria zijn vandaag ook nog van toepassing en bevatten het antwoord op de pogingen van de bourgeoisie en opportunistische aanhangers van het kapitalisme om de eenheid van de arbeidersklasse te beperken, te breken of te elimineren, onder het voorwendsel van veranderingen veroorzaakt door de ontwikkeling van de wetenschap, technologie en productiekrachten.

De communisten bestuderen de nieuwe omstandigheden en houden rekening met de gevolgen van de revolutie in de wetenschap en techniek.

Nochtans ontwikkelen de productieve krachten zich op de specifieke basis van de kapitalistische productieverhoudingen, zoals het in het verleden gebeurde tijdens de Industriële Revolutie in de 19e eeuw.

Deze bepalende factor is niet veranderd, bestaat vandaag nog steeds en zal er ook in de toekomst ook zijn. Vanuit dit standpunt zijn de theorieën die het kapitalisme zien als een postindustriële samenleving, een kennissamenleving of een casinokapitalisme door eigenbelang ingegeven.

Het systeem blijft zoals het in het verleden ook al was: het hoogste stadium van het kapitalisme, het imperialisme.

Het uiteindelijke doel wordt bepaald door het karakter van de moderne burgerlijke samenleving en door de trend van haar ontwikkeling. Het belangrijkste specifieke kenmerk van deze samenleving is warenproductie gebaseerd op kapitalistische productieverhoudingen, waarbij het belangrijkste en grootste deel van de productiemiddelen en de warenhandel toebehoren aan een klasse die uit slechts weinig personen bestaat terwijl de overgrote meerderheid van de bevolking bestaat uit proletariërs en hafproletariërs die, wegens hun economische positie ertoe gedwongen zijn tijdelijk of permanent hun arbeidskracht te verkopen, dat wil zeggen zich aan de kapitalisten moeten verhuren en middels hun arbeidskracht de inkomens van de heersende klassen van de samenleving te creëren.” (1)

De arbeidersklasse en haar milieu zijn natuurlijk heel divers, er zijn verschillen tussen de diverse beroepen, de inkomens en de economische situatie in het algemeen maar dit verandert niets aan de tendens tot toename van de loonarbeid, het proces van de groei van de arbeidersklasse en de versterking van haar rol.

Bovendien leidt de groei van het kapitaal en de expansie van de kapitalistische productieverhoudingen tot het verdwijnen van kleine en middelgrote boeren en tot de toenemende proletarisering van de middenklassen.

In Griekenland wordt deze trend duidelijk aan de hand van concrete elementen, en ondanks de moeilijkheden veroorzaakt door de manier waarop de statistieken zijn opgesteld kunnen we aantonen dat de arbeidersklasse in de periode tussen 1981 en 1986 met 810.000 personen of met 51,6% aangroeide.

In 1996 vertegenwoordigde de arbeidersklasse 55% van de actieve bevolking van wie 93% in loondienst was. Ongeveer 80% van de arbeidersklasse woonde in stedelijke gebieden.

38% van de arbeidersklasse werkt in de industrie, 13,8 % in de handel, 13% in de gezondheidszorg, 8% in de verzorgingssector, enz.

Deze tendenzen zijn de jaren daarna nog toegenomen, in het bijzonder in de sectoren van de handel, het toerisme en de voeding, waar een sterke accumulatie en concentratie van kapitaal plaatsvond. Hetzelfde gebeurde in de landbouw waar duizenden immigranten als landarbeider werken.

Naast de goederenproductie behoren transport, energievoorziening en telecommunicatie ook tot de industriële sector, hoewel de burgerlijke statistieken die drie laatste tot de dienstensector rekenen.

In die sectoren hebben het proces van kapitalistische herstructurering, de deregulering van de markten en de privatiseringen geleid tot een vermindering van het aantal arbeidsplaatsen in de vroegere staatsbedrijven – “bedrijven in dienst van het algemeen belang” - en tot de uitbreiding van het privémonopoliekapitaal dat duizenden arbeiders en jongeren voornamelijk een parttime baan opdringt.

Deze ontwikkelingen tonen dat de uitbuiting van de arbeidskracht toeneemt, dat de accumulatie van het kapitaal de levensstandaard van de werkende mensen achteruit doet gaan en dat de tegenstelling arbeid–kapitaal scherper wordt.

De kenmerken die het leidende avant-garde-karakter van het proletariaat uitdrukken treden duidelijker aan de dag.

De feitelijke ontwikkelingen laten zien dat de fundamentele stelling van het Communistisch Manifest vandaag nog steeds van toepassing is: “van alle klassen die vandaag recht tegenover de bourgeoisie staan is alleen het proletariaat een werkelijk revolutionaire klasse. De andere klassen vallen uiteen en verdwijnen uiteindelijk in het licht van de Moderne Industrie; het proletariaat is haar specifieke en wezenlijke product.” (2)

Het belang van de arbeidersklasse als de voornaamste productieve kracht die de rijkdommen produceert die de kapitalisten zich toe-eigenen, is te vechten voor de afschaffing van de uitbuiting en voor het instellen van nieuwe socialistische productieverhoudingen gebaseerd op de socialisatie van de productiemiddelen.

Daar komt bij dat de concentratie van de arbeidersklasse als voordeel heeft dat er nieuwe mogelijkheden ontstaan om zich te organiseren, ondanks de obstakels voor gezamenlijke actie die de ‘nieuwe’ arbeidsverhoudingen meebrengen zoals flexibele arbeidsvormen, de versnippering van de algemene collectieve arbeidscontracten en de individuele werkovereenkomsten.

Het is voor de communisten absoluut noodzakelijk om die ontwikkelingen te bestuderen, net zoals de klassenbewuste krachten in de arbeidersbeweging dit moeten doen om hun tactiek bij te stellen om de klassenstrijd aan de nieuwe ontwikkelingen aan te passen.

Het thema van de revolutionaire subjectieve factor is belangrijk geweest in de politiek-ideologische strijd tussen de communisten en de sociaal-democratische opportunisten.

Dit vraagstuk is de laatste tijd weer naar boven gekomen met de opkomst van de verschillende ‘sociale forums’. In die formaties zitten kleinburgerlijke en zelfs burgerlijke krachten. Zij onderwaarderen of ontkennen de strijd op nationaal niveau als belangrijkste strijdkader. Zij hebben de neiging de notie van de 'klasse' te vervangen door die van de ‘volksmassa’. Daarom worden ze als middel gebruikt om de communistische identiteit te doen verdwijnen ten voordele van vage ‘linkse’ formaties.

De slogans die ze hanteren zoals ‘mensen boven winst’ of ‘een andere wereld is mogelijk’ gaan niet buiten de grenzen van het kapitalisme. Tegelijkertijd belasteren hun leidende krachten het socialisme van de 20ste eeuw dat, ondanks zijn afwijkingen, fouten en misstappen die tot zijn omverwerping leidden, een waardevolle historische bijdrage heeft geleverd.

Die krachten kunnen de revolutionaire subjectieve factor niet zijn, ook omwille van hun objectieve positie.

 

Over de strategie en tactiek van de KKE

In het programma van de KKE dat op haar 15de congres in 1996 werd aangenomen staat :

Het Griekse volk zal bevrijd worden van de ketenen en de gevolgen van de kapitalistische uitbuiting en van de imperialistische onderdrukking en afhankelijkheid, wanneer de werkende klasse en haar bondgenoten de socialistische revolutie verwezenlijken en de opbouw van het socialisme en communisme in gang zetten. In ons tijdperk, het tijdperk van de overgang van het kapitalisme naar het socialisme leidt de strijd tussen de klassen naar de oplossing van de voornaamste tegenstelling: die tussen kapitaal en arbeid. De revolutionaire verandering in Griekenland zal socialistisch zijn. De stuwende kracht van de socialistische revolutie wordt gevormd door de arbeidersklasse als leidende kracht en door andere lagen van het volk zoals de halfproletariërs, arme boeren en de meest onderdrukte delen van de stedelijke kleinburgerij.”

Onze partij voert een specifieke politiek ten aanzien van allianties met andere krachten door te werken aan de opbouw van een anti-imperialistisch en antimonopolistisch Democratisch Front. Dit Front zal een breed sociaal spectrum omvatten en de belangen uitdrukken van de overgrote meerderheid van het volk, dat de gevolgen van de acties van de monopolies en multinationale ondernemingen en de deelname van ons land aan imperialistische organisaties aan den lijve ondervindt.

De kracht van het front – het sociale en politieke bondgenootschap – is gelegen in de leidende rol van de arbeidersklasse en haar partij, in het bondgenootschap met de sociale lagen (kleine boeren en kleine zelfstandigen in stedelijke gebieden) die een strijd voeren die de anti-imperialistische richting uitgaat.

Deze strategische oriëntatie bepaalt het standpunt, de tactiek en de beslissingen van de communisten in de arbeidersbeweging, in de strijd tegen de kapitalistische herstructurering en tegen de strategie van het kapitaal.

De politieke lijn van de anti-imperialistische en anti-monopolistische strijd draagt bij aan de concentratie van krachten, aan het organiseren van het verzet tegen het beleid van de liberale en sociaal-democratische regeringen, tegen de EU, de NAVO en de andere imperialistische organisaties en tegen de aanvallen van het kapitaal in het algemeen.

Die strijd beperkt zich niet tot eisen voor hoger loon en betere voorwaarden voor het verkopen van de arbeidskracht. Het is de manier om de balans te doen doorslaan in het voordeel van de krachten die, onder bepaalde omstandigheden, de overgang naar het socialisme dichterbij kunnen brengen.

Volgens deze politieke lijn die betrekking heeft op de oplossing van het machtsvraagstuk proberen de communisten de strijd van de massa’s te politiseren.

Zij promoten een eisenkader dat uitgaat van de huidige noden van de arbeidersklasse en andere volkslagen en ingaat tegen de strategie van het kapitaal.

 

Enkele voorbeelden

Ten eerste ondersteunt de politiek van de EU en die van de regeringen van de ND (liberale partij) en de PASOK (sociaal-democratische partij) de deregulering van de energie- en de telecommunicatiesector net als de privatisering van de staatsbedrijven.

Over dit onderwerp is er een ernstig meningsverschil tussen de standpunten van de KKE aan de ene kant en die van ale overige partijen, inclusief de opportunisten van SYNASPISMOS, aan de andere.

Alle andere partijen aanvaarden de idee van deregulering en privatisering. Vooral de sociaal-democraten en de opportunisten hebben het over gedeeltelijke privatisering en ‘staatscontrole’ waarmee ze verwarring zaaien en illusies verspreiden.

De communisten vechten tegen deregulering en privatisering maar niet vanuit een standpunt uit het verleden. Dat betekent dat we tegen privatiseringen strijden maar dat we geen steun verlenen aan staatsondernemingen als middel voor kapitalistische ontwikkeling.

Volgens ons kunnen geprivatiseerde staatsbedrijven of zelfs bedrijven die aan de staat behoren, maar die onder de voorwaarden van ‘liberalisering en concurrentie’ opereren die volgens maatstaven van de privéeconomie gereguleerd worden, niet de belangen van het volk dienen.

Het antwoord op privatisering en liberalisering zou de strijd moeten zijn die zich richt op socialisering van sectoren en bedrijven van strategisch belang voor de economie en op het instellen van volledig openbare bedrijven (energie, telecommunicatie enz.) die tegemoet komen aan de noden van de werkende bevolking in zijn geheel- en van de arbeiders die deze bedrijven draaiende houden.

Onze ervaringen leren ons dat we op deze manier een krachtig verzet kunnen ontwikkelen tegen de aanvallen en tegelijkertijd eisen kunnen lanceren die uitgaan van de belangen van de van de arbeiders, verbonden met ons voorstel voor een alternatieve oplossing tegen de strategie van het kapitaal. Op die manier is het mogelijk de arbeiders ertoe te bewegen krachtiger aan hun eisen vast te houden.

Laat me nog een ander voorbeeld geven. De EU en de burgerlijke regeringen onderdrukken de rechten van de werkers, veralgemenen parttime werk en hebben het steeds over de zogenaamde flexibiliteit-en-zekerheid-jobs. In de praktijk leiden deze maatregelen tot de veralgemening van flexibele arbeidscontracten en tot een intensievere uitbuiting van de arbeidskracht.

Hoe vinden we op deze uitdagingen een antwoord terwijl we met de noodzaak van een open perspectief en van het escaleren van de strijd rekening houden?

We concentreren onze acties om zo een front tegen flexibele arbeidsvoorwaarden, werkloosheid, deregulering van de werktijd en het ondermijnen van de CAO’s te creëren.

We eisen voltijdse stabiele banen, invoering van een 35-urige werkweek (te weten 5 dagen van 7 uur en 5 dagen van 6 uur bij zwaar en ongezond werk), hogere lonen gezien de toegenomen productiviteit en de toegenomen rijkdom die door de werkers geproduceerd wordt.

Deze richting van de strijd helpt krachten te organiseren en te hergroeperen, een strijdbeweging voor een totaalpakket van progressieve eisen te ontwikkelen, en tegelijkertijd de noodzaak van diepgaande, radicale progressieve maatschappijveranderingen op de agenda te plaatsen. Deze strijdbeweging is volgens ons van het hoogste belang, want om werk voor iedereen te verzekeren is een socialistische volkseconomie en centrale planning noodzakelijk.

Juist dit standpunt brengt onze partij ertoe te vechten zowel voor een systeem van gratis en uitsluitend openbaar onderwijs en gezondheidszorg als voor de afschaffing van de marktwerking in het algemeen.

We strijden voor een uitsluitend openbaar sociaal verzekeringsstelsel voor iedereen.

In deze richting onderneemt de KKE actie om haar invloed in fabrieken en bedrijven te vergroten door middel van algemene acties van de partijorganisaties en van de partijcellen in de bedrijven, waarbij we terzelfdertijd zoveel mogelijk nieuwe cellen trachten op te richten.

 

Over de strijd van de communisten binnen de arbeidersbeweging

De tactiek van de communisten binnen de vakbeweging van de arbeidersklasse zien we als een uiterst belangrijk onderwerp.

We vinden dat deze kwestie bediscussieerd moet worden en we willen hieraan onze bijdrage leveren door onze ervaringen en gedachten voor te leggen.

Binnen de arbeidersbeweging zijn er vele politieke en vakbondskrachten met diverse ideologische en politieke uitgangspunten. Dit is een ander onderwerp dat nader onderzocht moet worden.

In Griekenland zijn er twee Algemene Arbeidersvakverenigingen. De ene is de GSEE (Algemeen Verbond van Griekse Arbeiders) die de arbeiders in de privé sector en in de voormalige bedrijven 'van algemeen belang' vertegenwoordigt. De andere is de ADEDY (Vakbond van Griekse Ambtenaren) die de werkers bij de overheid vertegenwoordigt.

Vandaag kunnen we onze benadering van een aantal jaren geleden niet langer volhouden van traditionele reformistische krachten als krachten te beschouwen die het revolutionaire proces ontkenden en die voorstander waren van bepaalde administratieve hervormingen .

Heden ten dage vormen deze krachten een onderdeel van de strategie en de plannen van het kapitaal en zijn zij bovendien een sleutelfactor die de imperialistische organisaties en de ‘eenrichtingspolitiek’ van de EU ondersteunen.

De reformistische krachten zijn een sleutelfactor in het geheel van krachten die het kapitalisme ondersteunen, zij vormen een compleet mechanisme dat de arbeidersklasse in de logica van de klassensamenwerking meetrekt en het bewustzijn van het volk corrumpeert.

Sinds het begin van de jaren negentig volgden die krachten, de krachten binnen de vakbeweging die door de bazen gecontroleerd worden, de Nieuwe Democratische Partij, de Panhellenistische Socialistische Beweging (PASOK, sociaal-democraten) en de opportunistische Coalitie van de Linkse Bewegingen en Ecologie (SYN), op verschillende manieren de basisrichtlijnen van de EU, ondersteunen ze de kapitalistische herstructurering, de privatiseringen, de aanval tegen de rechten van de arbeiders en tegen de sociale zekerheid en de bezuinigingspolitiek.

Die krachten proberen de eisen van de werkers in te perken door ‘realistische’ en ‘haalbare’ oplossingen naar voren te schuiven om zo de belangen van de kapitalisten te dienen.

Om deze doeleinden te bereiken schrikken die krachten er niet voor terug om machinaties en tactische trucjes toe te passen. Soms roepen ze onder druk van de werkers en de arbeidersbeweging op tot strijd en gebruiken ze verscheidene middelen om de vakbeweging onder controle te houden en zelfs om de krachtsverhoudingen te wijzigen.

De communisten zijn permanent met deze krachten in conflict. In Griekenland komt die botsing van de twee lijnen binnen de vakbeweging dagelijks naar voren.

De KKE ondersteunt PAME, het Militante Front van Alle Werkers. PAME is een samenwerkingsverband van federaties, van centra voor arbeid, van vakbonden, strijdcomités, individuele vakbondsleden en arbeiders, dat een bepaalde klassenstrijd voert rond een aantal eisen die de kapitalisten, de imperialistische organisaties en elk beleid dat tegen het belang van het volk ingaat, bevechten.

De krachten die bij PAME zijn aangesloten houden zich aan de plichten die ze hebben als lid van de vakvereniging of van andere vakbondsstructuren .

Ze nemen zonder enig compromis deel aan die structuren, doen actief mee met de debatten en promoten hun eisen. Maar het sleutelaspect van PAME is het telkens voorbereiden van voorstellen die de problemen van de werkende klasse en volkse lagen, de problemen van het Griekse volk en van de immigranten ter harte nemen.

PAME gebruikt bij zijn activiteiten alle mogelijke strijdvormen: protesten, manifestaties, stakingen, sit-ins.

Onlangs, van november 2007 tot mei 2008 werden er veel belangrijke acties georganiseerd tegen de nieuwe wet van de regering op het sociale zekerheidsstelsel. Die wet trok de algemene pensioenleeftijd op, verhoogde de pensioenleeftijd van werkende moeders met afhankelijke kinderen, verlaagde de pensioenuitkeringen en kortte zeer sterk de lijst in van het aantal beroepen dat als zwaar of gevaarlijk beschouwd wordt.

De krachten van PAME liepen voorop in de strijd en gaf aan de acties een klassenoriëntatie, net zoals ze dat deden bij de acties voor de nieuwe CAO. Het is hier van belang eraan te herinneren dat de meerderheid van de algemene leiding van de vakbeweging akkoord ging met een wet die sterk leek op de wet die de sociaal-democratische PASOK in 2002 10doorvoerde en die de sociale rechten van de arbeidersklasse aanviel.

Tegelijkertijd tekenden de vakbonden, samen met de bazen, de Nationale CAO die de minimumlonen van 29 Euro met 1 euro per dag verhoogde en het minimum maandsalaris tot 657 Euro deed stijgen.

PAME leverde op verschillende manieren strijd (manifestaties, stakingen, sit-ins enz.) waarbij duizenden werkers betrokken waren.

Het was vooral belangrijk dat een erg hoog percentage arbeiders in de privé-sector in staking ging, in de bouw, de metaal, de voedingsindustrie, de textiel, de handel, de farmaceutica, de privéklinieken en andere ghettosectoren waar de bazen door middel van chantage, bedreigingen en vele andere tactieken de werkers terroriseren en hun stakingen breken.

De overgrote meerderheid van de werkers in de privésector die in staking gingen deed mee aan de meetings van PAME. Aan de meetings die de vakbondsleiding organiseerde en die door de bazen en de regering werden gecontroleerd en door de massamedia werden gesteund deden vooral de kleinburgerij (dokters en advocaten, enz.) en bedienden uit de overheidssector mee.

Desondanks wordt de superioriteit van de klassenbeweging niet alleen door het aantal werkers bepaald dat er aan deelneemt, maar ook door welke werkers erin betrokken zijn. Ze komt tot uitdrukking in de organisatie van de beweging, in de voorbereiding van de stakingen, in de duizenden bijeenkomsten voor de stakingen, in de bezoeken aan de werkplekken, in de gesprekken met de werkers in de fabrieken en bedrijven en in de stakersposten die de stakers organiseren om hun stakingsrecht te beschermen.

Deze superioriteit wordt ook duidelijk aan de hand van het eisenplatform dat tegemoetkomt aan de noden van de werkers van vandaag, waaronder verlaging van de pensioenleeftijd naar 55 jaar voor vrouwen en 60 jaar voor mannen en vijf jaar minder voor mensen met zware of ongezonde beroepen, pensioenrecht na 30 gewerkte jaren zonder leeftijdslimiet, een volledig openbare en gratis gezondheidszorg, een minimumloon van 1400 euro en een basispensioen van 1120 euro.

De strijd van de klassenbeweging botst totaal met het regeringsbeleid, aangezien dit niet de belangen van het volk dient. De strijd onderstreept het feit dat de opgelegde maatregelen die leiden tot het afbreken van sociale zekerheidsrechten en arbeidersrechten en tot de privatisering en commercialisering van de gezondheids- en welzijnssector en het onderwijssysteem, de kernpunten zijn van de algehele kapitalistische herstructurering die zich vandaag afspeelt.

De EU en de liberale en sociaal-democratische krachten die de liberalisering promoten drukken deze herstructureringen door. Ze zijn uit op het verbeteren van de kapitalistische concurrentie en het verhogen van de superwinsten. Daarom verlagen ze de prijs van de arbeidskracht en voeren ze de uitbuiting op.

De krachten van PAME die tegen dit beleid vechten trachten de lage organisatiegraad van de arbeiders in de vakbonden te verbeteren door voornamelijk jongeren, vrouwen, mensen met flexibele banen en immigranten te organiseren.

De aanhangers van PAME streven er naar verschillende vormen van collectieve actie en organisatie op te zetten zoals strijdbare initiatiefcomités, vakbondscomités en dergelijke om zo op elke werkplek specifieke vakbondsgroepen per sector op te bouwen.

Ze streven ernaar het huidige netwerk van krachten omver te werpen in het voordeel van de werkende klasse, hetgeen een voorwaarde is voor de gehele reorganisatie van de arbeidersbeweging.

Verder willen we het belang aangeven van de bijdrage die PAME levert aan de arbeidersbeweging inzake het ontwikkelen van het internationalisme, het promoten van solidariteit onder de werkers ten voordele van de hele arbeidersklasse en van de volkeren die bedreigingen en interventie van de imperialisten moeten doorstaan, ten voordele van de Cubaanse Revolutie, het Palestijnse en Iraakse volk en andere volkeren.

De KKE en PAME ondersteunen de WFTU (Wereld Federatie van Vakverenigingen) en de huidige inspanningen om die organisatie te reorganiseren en te activeren en om haar klassenoriëntatie te versterken.

We merken tot onze tevredenheid op dat die ontwikkeling na het 15e congres van de WFTU in Havana wordt voortgezet door de aansluiting van een aantal nieuwe vakbonden en door de vele gecoördineerde acties in alle werelddelen.

Wij zijn van mening dat de de communistische partijen de taak van het versterken van de WFTU moeten opnemen. Een klassenblok binnen de internationale vakbeweging is immers een onmisbaar element in de strijd tegen het kapitalisme, tegen het regeringsbeleid dat de rechten van het volk inperkt en tegen de leiding van het Verbond van Vrije Vakverenigingen (Free Trade Unions) en van de Europese Confederatie die verbonden zijn met en onderworpen zijn aan de plutocatie en het imperialisme.

Naar onze mening zal de gezamenlijke actie van de communistische en arbeiderspartijen voor het aanpakken van de problemen van de arbeidersklasse de klassenstrijd versterken.

Sommige initiatieven rond dit thema kunnen bijvoorbeeld zijn :

De communistische partijen staan voor een belangrijke taak. We hebben er vertrouwen in dat deze discussie en de gezamenlijke acties voort zullen gaan ten gunste van de arbeidersklasse en de ontwikkeling van de klassenstrijd.

Wij danken u en wensen u veel succes met het seminarie.

Mei 2008

 

Voetnoten:

1. W.I. Lenin: Opmerkingen ten aanzien van de herziening van het partijprogramma, ontwerp van het herziene programma, juni 1917

2. Karl Marx en Friedrich Engels: Het communistische Manifest.