"De arbeidersklasse, haar actuele rol
en opdracht.
Concrete taken en ervaringen van de Communistische
Partij binnen de arbeiders- en vakbondsbeweging."
Brussel, 16-18 mei 2008
www.icsbrussels.org , ics@icsbrussels.org
De toestand van de werkers in Rusland en het werk van de KPRF met de werkers en de vakbonden
Communistische Partij van de Russische Federatie
Sergei Seregin
Kameraden,
Staat u me vooral toe een woord van erkentelijkheid te uiten aan de organisatoren van dit internationale seminarium — de Partij van de Arbeid van België.
Het hoofdbestanddeel van de maatschappelijke basis voor de Communistische Partij van de Russische Federatie was is en zal zijn de arbeidersklasse. Vanaf het moment van het oprichtende congres van de KPRF in 1993 wordt als een van de belangrijkste richtingen van haar werkzaamheden beschouwd het werk van de partij in de vakbondsorganisaties, met arbeiderscollectieven en verenigingen van werkers.
In de staat, ontstaan uit de Grote Socialistische Oktoberrevolutie, werden de uitbuitersklassen geliquideerd. In 1930 was er geen werkloosheid meer en werd het laatste arbeidsbureau gesloten. Gedurende vele jaren in het bestaan van de Sovjetmacht stond de staat, en zowel de wetgevende en de praktisch uitvoerende machten, borg voor de verdediging van de arbeid. De Sovjetvakbonden, waarvan bijna alle werkers lid waren, waren vooral organen van zelfbestuur in de productie. De in de Uniewijde Centrale Raad van de Vakbonden (ВЦСПС) verenigde vakbonden beheerden reusachtige materiлle bronnen. Zij namen rechtmatig deel aan het bestuur van ondernemingen en aan de oplossing van een deel van productievraagstukken. Conflictsituaties in ondernemingen tussen arbeiders onderling of tussen onderafdelingen en de administratie, werden in de regel opgelost door de gezamenlijke inspanningen van organen van de vakbonden, de Sovjetmacht en de Communistische Partij van de Sovjet Unie (KPSU). Daarbij kwamen de eisen van de werkers altijd op de eerste plaats. De functie van de vakbondsorganisaties, waarvan ook de leiders van de ondernemingen lid waren, kwam vaak neer op controle op de naleving van de wetgeving ten aanzien van de arbeid, de organisatie van ontspanning en vakantie van de werkers, en de verzorging van hun geestelijke en culturele ontwikkeling.
Een dergelijke zorg van de kant van de socialistische overheid voor de werkers versterkte hun vertrouwen in de dag van morgen, maar tegelijkertijd wekte dat bij een aanzienlijk deel van de medeburgers maatschappelijke passiviteit en een parasitaire houding. Het klassenkarakter van de vakbonden verbleekte. Deze gemoedstoestand werd handig benut door de tegenstanders van het socialisme. Zij spoorden vakbondsleden aan hun lidmaatschap op te zeggen, omdat, zoals ze zeiden, de vakbonden slechts de contributies opstreken zonder daarvoor iets terug te doen. Jammer genoeg bevestigden de vakbondsorganisaties en hun leiders zelf metterdaad deels deze gang van zaken. De restaurateurs van het kapitalisme slaagden er in een aanzienlijk deel van de werkers te betrekken in het vernietigingsproces. Arbeiders en werkers maakten zich los van de dragers van de ideologie van de arbeidersklasse—de communistische partij, en de partij zelf—van haar maatschappelijke basis—de arbeidscollectieven en de brede vereniging van de werkers—de vakbondsorganisaties.
Met de vernietiging van de socialistische staat werd het in de Constitutie van de USSR verankerde recht op arbeid vervangen door het bourgeois Russische constitutionele verbod op arbeidsplicht. De arbeidersklasse werd versplinterd, gedemoraliseerd en deels gedeklassificeerd. Hetgeen nog begunstigd werd door de sociaal-economische situatie in het land. Vele ondernemingen in hoog technologische bedrijfstakken werden praktisch met de grond gelijk gemaakt. Rusland werd terug gebracht tot grondstoffenleverancier van de leidende kapitalistische staten.
De uitsluiting stak de kop op en bestaat nog steeds. De werkgevers kondigen het werken van de onderneming of de vermindering van het aantal arbeidsplaatsen niet aan. Men stop gewoon de toevoer van werk naar de arbeidsplaatsen, stilleggingen te wijten aan de administratie worden niet bekendgemaakt en de arbeiders (en we hebben het hier niet alleen over industriële bedrijven, maar over allerlei ondernemingen) zitten zonder werk en middelen van bestaan. Daarbij blijven ze juridisch op de loonlijst van deze ondernemingen staan. Met behulp van deze truc ontloopt de administratie van het bedrijf, ongeacht de vorm van eigendom, ontslagprocedures met inachtneming van de in het land geldende Arbeidswetten. Tegelijkertijd geschiedt ook de actieve indienstneming van arbeidskrachten zonder officiële vastlegging van de arbeidsverhoudingen, wordt de wettelijke duur van de werkdag geschonden en wordt gebruik gemaakt van kinderarbeid. De werkgevers deinzen er niet voor terug om en public discriminerende beperkingen voor sollicitanten naar leeftijd en geslacht bekend te maken.
Het minimumloon in Rusland is 2300 roebel. Dat is nog geen 55% van het bestaansminimum, dat 4197 roebel bedraagt. Ongeveer honderd lieden in Rusland bezitten in 2008 meer dan een miljard Amerikaanse dollars, maar er zijn er meer dan 130.000 met meer dan een miljoen Amerikaanse dollars. Tien percent van het armste deel van de bevolking heeft een inkomen dat 17 maal kleiner is dan het inkomen van de tien percent rijksten. In 2002 is de arbeidswetgeving van het socialistische Rusland vervangen door een nieuwe Arbeidswet.
Tegen de aanname van die nieuwe wet hebben de werkers en de vakbonden gedemonstreerd. In juli 2001 waren er over het hele land protestacties, georganiseerd door de CPRF. Actie werd ook gevoerd in Moskou op de dag van de aanname van de nieuwe Arbeidswet door de Staatsdoema op 5 juli 2001. Voor het gebouw van de Staatsdoema verzamelden zich meer dan drie duizend mensen. Het verkeer op de hoofdstraat van Moskou werd afgesloten. In antwoord op de acties ging de regering over tot de vorming van een verzoeningscommissie, waarin zitting hebben vertegenwoordigers van de Federatie van Onafhankelijke Vakbonden van Rusland (FOVR), van de Regering en van de Staatsdoema. Vakbonden die geen deel uitmaken van de FOVR werden niet toegelaten. Door de inschikkelijke houding van de leiders van de FOVR werden de rechten van de werkers wezenlijk ingeperkt, het recht van de vakbonden de rechten van de werkers te verdedigen bij verandering van bestaande arbeidsomstandigheden, ontslag en ziekte, etc., werd geliquideerd.
Onder omstandigheden van het toenemende antagonistische klassen tegenstellingen is de vakbeweging in Rusland niet eensgezind en verdeeld. Er bestaan verscheidene vakverenigingen: de Federatie van Onafhankelijke Vakbonden in Rusland (FOVR), de Confederatie van de Arbeid in Rusland (CAR) de Algemeen Russische Confederatie van de Arbeid (ACA). Bovendien is er nog de Vereniging van vakbonden in de burger luchtvaart.
De FOVR, CAR, ACA en de Vereniging van vakbonden in de burger luchtvaart zijn lid van de Russische Tripartiete commissie over de regulering van maatschappelijke arbeidsverhoudingen. Bovendien zijn de FOVR, CAR en de ACA lid van de Internationale Confederatie van Vrije Vakverenigingen en vertegenwoordigd in het bestuur van die confederatie.
De FOVR is de erfgenaam van Uniewijde Centrale Raad van Vakverenigingen (UCRV) en verenigt in haar gelederen ongeveer 35 miljoen mensen. Het bestuur van de FOVR is na het uiteen schieten van het parlement van ons land in oktober 1993 vervangen, en richt zich in de regel naar de regering en de President van het land, en neemt vaak anticommunistische standpunten in. Dat komt voort uit het feit, dat bij de doorvoering van de privatisering in Rusland de toen zittende bestuurders van Uniewijde Centrale Raad van Vakverenigingen aanzienlijke hoeveelheden activa in hun bezit kregen. De grootste groep van die bestuurders staat nu aan het hoofd van de FOVR. Hierdoor wordt de positie van deze bestuurders bepaald — de positie van eigenaren in de verhouding tot de gehuurde arbeider.
Iedere keer wanneer er een vraagstuk opgelost moet worden over de beperking van de rechten van loonarbeiders, komt de leiding van de FOVR met een volkomen gerechtvaardigde verklaring over de ontoelaatbaarheid van dergelijke inperkingen, maar daarna, onder de vlag van verzoeningsprocedures, doet ze stappen terug, maar niet voordat ze een aantal concessie voor hun eigen bestuurlijke structuren heeft uit onderhandeld.
Hier is een recent voorbeeld. Op 28 april 2008 voerde de vakbond van locomotiefbrigades van het spoorwegpersoneel, die lid is van de CAR, een 24-uur staking tegen hun de werkgever — de NV «RUSSISCHE SPOORWEGEN — voor gelijkberechtiging voor de arbeiders in vraagstukken van loontarieven en voor stopzetting van discriminatie ten aanzien van vakbondsleden. De voorzitter van FOVR M. B. Sjmakov, in een commentaar op de gebeurtenissen, verklaarde, dat de eisen van de spoorwegmensen gerechtvaardigd waren, maar dat een staking niet het geëigende middel was om het doel te bereiken. Te meer daar de arbeiders zich niet zouden onderwerpen aan de heersende wet, die het voeren van stakingen beperkt en feitelijk verbiedt. Hij stelde voor te wachten op een verandering in de wet en ondertussen naar compromissen te zoeken.
Na afgezien te hebben van de harde praktische strijd voor de rechten van de werkers, concentreerde de FOVR zich op het beginsel van sociale partnerschap van de uitvoerende macht en de werkgevers. Maar partnerschap vooronderstelt evenwicht tussen beide kanten en de erkenning van de noodzaak om tot overeenstemming te komen. Ondertussen echter streven de eigenaren en de staat niet alleen niet naar gelijkberechtiging van de werkende mensen, maar verslechteren zij daarentegen hun positie, stoten hoogtechnologische arbeidsplaatsen af, bestrijden de werkloosheid niet, en legaliseerden de miserie van de arbeiders. Omdat ze de wil en de bereidheid niet hebben om met massa-acties van allerlei aard weerstand te bieden aan het dictaat van de bezitters, verkeren de vakbonden van volwaardige deelnemers aan de onderhandelingen onvermijdelijk in zielige bedelaars.
Het VIe Congres van de FOVR dat eind 2006 in Moskou plaatsvond, toonde aan, dat het bestuur van de federatie een objectieve beoordeling van de sociaal-economische koers van de machthebbers niet langer uit de weg kan gaan. Echter, als ze een juiste beoordeling zouden maken, betekent dat noodzakelijkerwijs het doorvoeren van grondige veranderingen, die op hun beurt weer samenvallen met de positie van de Communistische Partij van de Russische Federatie, maar het bestuurlijk orgaan van de grootste vereniging van vakbonden in het land heeft de werkenden geen enkel concreet plan van actie voorgelegd. Een dergelijk programma heeft de CPRF wel, en het is onze plicht dat programma in de brede vakbeweging bekendheid te geven en de werkers te betrekken bij de oplossing van hun problemen.
De Confederatie van de Arbeid in Rusland omvat de vakbond van locomotiefbrigades van spoorwegarbeiders, zeelieden, dokwerkers en piloten en heeft ongeveer 1,5 miljoen leden. Deze confederatie werkt in een baaierd van vraagstukken al vele jaren samen met de CPRF. Van de ondersteuning van de eisen van concrete collectieven en vakbondsorganisaties tot massa-acties ter verdediging van de rechten van de werkers. In overleg met de arbeiders van de zeetransportvakbond werd een poging van de bazen van de zee- en handelshaven onderneming van Novorossisk verijdeld om zich te ontdoen van onverzoenlijken en een eigen "handzame" vakbond op te richten. Samen met de vakbondsorganisaties werd de liquidatie verhinderd van de vissershaven van Moermansk. Daarbij waren arbeiderscollectieven actief betrokken (pickets, betogingen, werkonderbrekingen), en werd steun verleend zowel door de plaatselijke organisatie van de CPRF als door de parlementaire fractie van de KPRF in de Staatsdoema.
De vereniging van vakbonden in de burgerluchtvaart (Vakbond van arbeiders bij de technische luchtvaartdiensten, de vakbond van vliegend personeel, de vakbond van luchtvaartpersoneel in de radiolocatie, radionavigatie en verbindingen, de Federale vakbond van vliegverkeersleiders) werkt ook nauw samen met de CPRF. Een bestuurder van deze vereniging, V. D. Koerotjskin is kandidaat in de afvaardiging naar de Staatsdoema van Rusland op de lijst van de CPRF.
Toen in december 2002 de Federale vakbond van vliegverkeersleiders geen reactie kreeg van de zijde van de werkgevers in de onderhandelingen over de loonschalen, startte zij een machtige protestactie. Wettelijk zijn stakingen in het transportwezen in Rusland verboden. Daarom kondigden de vliegverkeersleiders in de meerderheid van de vlieghavens een hongerstaking af. Onze partij ziet hongerstaking niet als een geëigend strijdmiddel. Wij vinden het een passieve vorm van de soort die meelij poogt te wekken bij een werkgever, die omwille van de winst gaarne bereid is het leven van de arbeider in de waagschaal te stellen. Echter het optreden was inplaats van passief, actief van karakter, in zoverre dat iedere specialist in de luchtverkeersleiding voor aanvang van zijn werkzaamheden een medische keuring moet ondergaan en niet mag werken wanneer zijn gezondheidstoestand afwijkt van de norm. Op deze wijze konden de vliegverkeersleiders het werk onderbreken zonder de wet te overtreden. De machten, en de werkgever van de vliegverkeersleiders is de staat, probeerde de actie om zeep te brengen. De verkeersleiders werden met geweld van de luchthaven verdreven, en ze spande een rechtszaak aan om de hongerstaking te verbieden en de wetgeving aan te passen. De verkeersleiders kregen brede steun van de communisten. In Rostov aan de Don moesten de verkeersleiders haastig de plaats van de protestactie verlaten — de vertrekhal — omdat er zogenaamd een bom was geplaatst. Alle hongerstakers werden de straat opgejaagd. Maar de plaatselijke afdeling van de CPRF bood de deelnemers aan de protestactie onderdak. De fractie van de CPRF in de Staatsdoema ondersteunde de gerechtvaardigde eisen van de verkeersleiders. Regionale organisaties van de CPRF organiseerden massale een oproep ter ondersteuning van de verkeersleiders van de burgerij aan de President en aan de regering van het land. De actie werd bekroond met de ondertekening van een akkoord over de loonschalen tussen de werkgevers en de vakbonden. Ook andere vakbonden van de vereniging voerden analoge acties in de vorm van ‘stiptheidsacties’. Op dit moment riskeren de werkgevers in de burgerluchtvaart niet meer dat discussies over de arbeidsvoorwaarden tot scherpe conflicten leiden. Eind 2007 werd een nieuwe overeenkomst over de loonschalen ondertekend tussen de Vereniging van vakbonden in de burgerluchtvaart en de vereniging van werkgevers die tegemoet kwam aan de eisen van de arbeiders.
De Al-Russische confederatie van de arbeid waarbij de Onafhankelijke vakbond van mijnwerkers en een serie vakbonden in de non-ferro metallurgie industrie (1 miljoen leden) zijn aangesloten, neemt voorlopig nog een afwachtende en wantrouwige houding aan met betrekking tot samenwerking met de communisten. De zaak is namelijk dat de Onafhankelijke vakbond van mijnwerkers een rol van betekenis speelde in de contrarevolutionaire omwenteling in de Sovjet Unie in het jaar 1991. Het bestuur wil er tot nu toe niet aan dat de negatieve gevolgen voor de werkers, die aan de dag traden na de omverwerping van de Sovjetmacht, ook drukt op het geweten van de activisten van die vakbond. De hoofdstelling van deze en van enkele andere vakbonden: "De vakbonden moeten buiten de politiek blijven!".
Het is jammer dat een hele reeks werkelijk onafhankelijke vakbonden afziet van samenwerking met de CPRF onder invloed van de valse vrees te worden tot "de aandrijfriem van de partij". Dat weerhoudt hen echter niet om voor hulp aan te kloppen bij de CPRF en haar plaatselijke organisaties. Een van deze vakbonden is de vakbond van de ‘Ford’-fabriek in Vsjevolozjsk. Toen zij in 2007 staakten, nam deze vakbond hulp aan van de Voorzitter van het CC van de CPRF, G. A. Zjoeganov en van deputaten van de CKRF in de wetgevende organen. Maar tijdens de verkiezingen durfden zij niet openlijk hun steun te betuigen aan de communisten.
Ter versoepeling van de contacten met vakbewegingen die nog niet aan toe zijn aan directe betrekkingen met een communistische partij, is gezamenlijk met de vereniging van werkenden het Centrum voor onderzoek naar maatschappelijke en arbeidsvraagstukken opgericht.
In een reeks regionen (de Republieken Dagestan en Tatarstan, de gebieden Altaisk, Krasnodarsk en Primorsk, de regio’s van Lipetsk, Novosibirsk, Tversk en Tomsk, de steden Sankt-Peterbourg en Moskou) zijn de leiders van regionale en bedrijstakgewijze vakbonden, waaronder ook bij de Federatie van Onafhankelijke Vakbonden in Rusland aangesloten bonden vooruitgeschoven als kandidaten voor afvaardiging naar de Staatsdoema op de lijst van de CPRF.
Communisten veroverden op allerlei niveaus leidende posities in vakbondsorganisaties. Bestuurders van regionale vakbonden in de gebieden van Altaisk en van Krasnodarsk, in vele steden en bedrijfstakken en primaire vakbondsorganisaties zijn lid van de CPRF. Recentelijk sluiten vakbondsleden van vakbonden die actief samenwerken met de KPRF zich ook bij onze partij aan.
Tijdens de parlements- en de presidentsverkiezingen in de Russische Federatie hebben twaalf landelijke vakbonden hun steun uitgesproken voor kandidaten van de CPRF. De ondertekening van de steunverklaring was openbaar en er waren zeer veel correspondenten van alle informatiemedia bij aanwezig. Maar op bevel van de heersende macht hebben de massamedia, behalve de kranten ‘Pravda’, ‘Sovjetskaja Rossia’ en de intenet-site van kprf.ru, die informatie nergens geplaatst.
Ik zou niet willen, kameraden, dat bij u de indruk ontstaat dat het werk van onze partij in de vakbeweging en de werkerscollectieven van een leien dakje gaat. In alle landen waar de bourgeoisie heerst, zijn de vakbonden uiterst huiverig om contact op te nemen met communisten. Een aanzienlijk deel van de vakbondsleiders is met handen en voeten gebonden aan de klasse van de kapitalisten. Tegelijkertijd voelen deze leiders de druk van onderaf. De leden van de vakbonden stellen vragen over de vervanging van dergelijke leiders, die een verzoenlijke positie innemen of zij richten nieuwe vakbonden op. Tegelijk moeten we voorzichtig omgaan met het oprichten van nieuwe vakbonden, want lang niet alle arbeiders en loonwerkers begrijpen wat het verschil is met de bestaande vakbonden. Zij beschouwen deze bonden als hun helpers in de strijd met de werkgevers (loon, werkdag, ontslag etc.). Met een enkele linkse frase, die niet versterkt wordt door echte acties ter verdediging van de werkers, overtuigt de mensen niet.
Vandaag krijgen de werkers in Rusland te maken met de problemen gepaard aan het werken in ondernemingen van transnationale corporaties. Bijvoorbeeld, in bedrijven als ‘Ford’ en ‘Katerpiller’ die de arbeidsmarkt in Rusland gebruiken, zien de industriearbeiders en de werkmensen dat er voor hen koloniale arbeidsomstandigheden zijn geschapen. Daarom is het voor ons belangrijk om echte samenwerking van de grond te brengen met vakbonden in die landen waar ondernemingen zijn van transnationale corporaties. Enige jaren terug probeerde het bestuur van de NV "Bierbrouwerij ‘Baltika’" (Sankt-Peterbourg) de werking van de vakbonden op hun industriële landbouwcomplex te verbieden. Rekening houdend met het feit dat de Zweedse "Baltic Beveridge Holding AB" 82,19% van de aandelen bezit ging het bestuur van de Russische vakbond, waarvan de communist A. S. Davidov lid is, in onderhandeling met de vakbond van de arbeiders van het Zweedse bedrijf en gezamenlijk wisten zij het gevaar af te wenden.
Op het XIIIe Plenum van het CC van de CPRF zei de Voorzitter van de Partij, G, A, Zjoeganov, dat "voor een partij, die op de macht uit is en zich niet tevreden stelt met de rol van parlementaire oppositie" de versterking van het werk met de vakbonden en de maatschappelijke organisaties de meest actuele opdracht is. Net als honderd jaar geleden streeft de CPRF "Om vooruit te komen en de zaak van de strijd voor eenheid in de vakbeweging tot het eind toe te voeren, er aan herinnerend, dat deze zaak het zuiverste middel is om de miljoenvoudige massa van de arbeidersklasse aan je kant te krijgen. Want je kan niet de miljoenen massa’s van het proletariaat aan je kant krijgen zonder dat je de vakbonden aan je kant hebt gekregen, en de vakbonden krijg je niet aan je kant als je daarin niet maand na maand en jaar in jaar uit werkt om het vertrouwen van de arbeidersmassa’s te verwerven.” (I. B. Stalin, “Pravda” № 66, 22 maart 1925)
In dit werk vinden we de waarheid van het marxisme-leninisme aan onze zijde, de objectieve realiteit van de positie van de werkers en de realisering door de werkende massa’s van de noodzaak tot verandering van het sociaal-economische systeem.
In de klassenstrijd die wij voeren, steunend op de leer van het marxisme-leninisme, zijn voor ons de verschillende ervaringen belangrijk.
Zulke ontmoetingen als deze, zijn ook zo waardevol, omdat ze ons de toestaan, om zo te zeggen, de ‘horloges gelijk te zetten’ en zo beter te kunnen optreden in onze concrete omstandigheden.
Beste kameraden! Uit naam van het Centraal Comité van de CPRF wens ik alle deelnemers aan het Internationaal Communistisch Seminarium standvastigheid en een onwankelbare geest en succes in onze strijd voor de bevrijding van de arbeidersklasse.