Bijdrage aan het 16° Internationaal Communistisch Seminarie

Nut en actualiteit van de oktober revolutie van 1917 voor de 21° eeuw

Brussel, 4- 6 mei 2007

www.icsbrussels.org , ics[at]icsbrussels.org


 

Nalatenschap van de grote Oktoberrevolutie en het Internationalisme als Praktijk van de Cubaanse Revolutie

Door Abelardo Hernandez
Communistische Partij van Cuba

 

De mensheid is ons vaderland

José Martí

De aanval op de geschiedenis die de arbeiders en boeren met de Oktoberrevolutie inzetten, heeft de loop van deze geschiedenis definitief veranderd. Het kanonvuur van de pantserkruiser Potemkin toonde de wereld dat een proletarische staat, waar de arbeiders over hun eigen lot kunnen beslissen, mogelijk was, dat het socialisme een realiteit was en geen onrealistische utopie. Lenin interpreteerde de ideeën van Marx en paste ze aan zijn tijd aan en hij leidde de arbeidersklasse, in een verbond met de boeren, om de hoop in realiteit om te zetten.

De jaren van de Sovjetmacht brachten het volledige potentieel van de nieuwe socialistische maatschappij tot ontwikkeling. De Russen verenigden hun krachten met die van de arbeiders uit Oekraïne en Wit-Rusland en integreerden nadien de landen van de Caucasus en van Centraal-Azië in wat één van de grootste gebeurtenissen van de Xxste eeuw was, de stichting van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken.

In slechts 24 jaar tijd, vormde de jonge Sovjetstaat een economisch en ideologisch potentieel zodat zijn Rode Leger de aanval van de fascisten kon afslagen, ze kon bekampen en overwinnen en zo kon bijdragen tot de bevrijding van de volkeren van Oost-Europa van het fascistische juk.

Met deze nieuwe verdeling van de wereld, waarin een socialistisch kamp bestond, stak de Sovjetstaat de hand uit naar de nieuwe staten van Oost-Europa bij de heropbouw van hun landen. Dankzij het bestaan van de USSR en van het socialistische kamp, en van de internationalistische hulp die zij verleenden aan de bevrijdingsbewegingen in de koloniën van Aziën en Afrika, konden de volkeren van deze continenten met minder problemen de strijd voeren voor hun onafhankelijkheid en soevereiniteit. Het feit dat er een socialistisch kamp bestond was een hulp die de Cubaanse revolutie van 1959 mogelijk maakte. Het Cubaanse volk, dat na het Spaanse koloniale regime een pseudorepubliek was geworden, afgestemd op de belangen van de Noordamerikaanse monopolies, veroverde na de strijd die begonnen was in oktober 1868, uiteindelijk zijn eigen onafhankelijkheid en soevereiniteit.

De Cubaanse revolutie zegevierde in een continent dat zeer verschillend was van het Europese, in de achtertuin van het yankee-imperialisme en zonder de hulp of deelname van enig ander land, maar hun leiders waren al wel bekend met de ideeën van Marx en Engels, met de materialisering van deze ideeën door Lenin en met het bestaan van een andere, niet-kapitalistische weg van ontwikkeling. Deze ideeën verrijkten de erfenis van José Martí, de meest universele van alle Cubanen, die de vrijheidsstrijd geleid had tegen het Spaanse kolonialisme en die de eenheidspartij stichtte die deze strijd leidde.

Van bij de eerste ogenblikken van de revolutionaire overwinning in Cuba toonden de Verenigde Staten zich vijandig en probeerden ze het eerste land op het Amerikaanse continent dat zich verzette tegen zijn doelstellingen en dat bereid was zijn onafhankelijkheid tegen gelijk welke prijs te verdedigen, de kop in te drukken.

Het gekozen politieke systeem viel niet in de gratie van Washington en nog veel minder het voorbeeld dat de triomferende revolutie uitstraalde. Onmiddellijk keurde het Witte Huis maatregelen goed bedoeld om de jonge Revolutie kapot te maken, zoals het stopzetten van de aankoop van suikerquota’s, zowat het enige exportproduct van het land. Dankzij de hulp van de USSR, die de hand uitstak naar zijn klassebroeders, vond Cuba een zekere afzetmarkt met correcte prijzen voor zijn suiker, het voornaamste economische inkomen dat het eiland bezat sedert de kolonisatie door Spanje. Met deze hulp kwamen ook de landbouwtechnieken van de USSR en van de socialistische landen naar ons, waardoor de landbouwontwikkeling en de diversificatie van de productie werd bevorderd, dankzij vernieuwende technieken.

De Revolutie had niet enkel de materiële hulp nodig die de eerder vermelden landen boden. De internationale solidariteit en de steun kwam van de meest verscheiden volkeren van de wereld. De volkeren van Latijns-Amerika protesteerden tegen de yankee-inmenging en de vijandschap tegen Cuba. De solidariteit breidde uit tot Azië en Afrika. De volkeren van Europa sloten zich ook aan bij de veroordeling ter verdediging van het recht van het Cubaanse volk op onafhankelijkheid en soevereiniteit. In heel de wereld ontstond een beweging van sympathie en solidariteit die niet alleen de vijandschap tegen het land in zekere zin afremde, maar die ons volk er bovendien toe aanzette verder te gaan op de ingeslagen weg. Deze solidariteitsbeweging spreekt zich nog steeds uit tegen de blokkade die al meer dan 46 jaar wordt opgelegd aan onze bevolking.

De maatregelen die de verschillende Noordamerikaanse regeringen tegen ons land hebben genomen, leidden tot de yankee-opschorting van de verkoop van petroleum aan het eiland en opnieuw kwam de internationalistische hulp van de Sovjets en Cuba begon ruwe petroleum uit de USSR te raffineren.

Met de bedoeling de omverwerping van de volksregering te versnellen, bereidden de Verenigde Staten militaire interventies voor, met huurlingen gefinancierd en onderhouden door de CIA. In april 1961 wilden de huurlingen een bruggehoofd creëren waar een regering zou worden uitgeroepen die binnen de 72 uur door de Verenigde Staten zou erkend worden. Om de landing van de huurlingen mogelijk te maken, bombardeerden ze de Cubaanse luchthavens. Op de begrafenisplechtigheid voor de slachtoffers van het bombardement, riep opperbevelhebber Fidel Castro, het socialistische karakter van de Revolutie uit en de jonge miliciens die gingen vechten tegen de huurlingen in de Varkensbaai, deden dit om het socialisme te verdedigen. Op de zandvlaktes van het strand leden de yankees hun eerste grote nederlaag in Latijns-Amerika.

De Sovjets en ook andere socialistische landen gingen ook in op de vraag naar bewapening om de Cubaanse revolutie te verdedigen. Dankzij hen kregen de miliciens de nodige wapens om het socialisme te verdedigen.

Na de wapens, volgden vrachtwagens, tractoren en andere uitrusting om de suikeroogst te garanderen, in 1961 nog steeds het enige bestaansmiddel van Cuba. De komst van deze machines vroeg om gekwalificeerde arbeiders die de nieuwe taken zouden kunnen opnemen en zo begon de voorbereiding van deze arbeiders in de Sovjetunie en in de landen van het socialistische kamp. Duizenden jonge Cubanen volgden in deze landen studies en bereidden zich voor op verschillende specialisaties.

Het proletarisch internationalisme lag aan de basis van deze betrekkingen tussen Cuba en de socialistische landen van Oost-Europa en vormt nog steeds een pijler van de Revolutie.

Tijdens deze eerste jaren kwamen er militaire en civiele raadgevers uit de Sovjetunie en de andere socialistische landen, afkomstig uit verschillende terreinen van de economie. Wij kregen betere en efficiëntere machines die de harde landarbeid menselijker maakten, wapens en oorlogsmateriaal.

De hulp van de socialistische landen was vitaal voor de ontwikkeling van Cuba en de leiding van ons land besefte dat wij niets haden om deze erkentelijkheidsschuld terug te betalen. Reeds in 1964, bij het zenden van een groep van 250 konsomolers die op het eiland kwamen helpen bij de toepassing van vernieuwende landbouwtechnieken, zei opperbevelhebber Fidel Castro: "Wij zullen de Sovjets niet betalen voor de hulp die zij ons geven. De keten van de geschiedenis is lang en loopt verder. Wij zullen, wat wij aan technische hulp hebben gekregen, betalen aan andere volkeren; de erkentelijkheidsschuld die wij hebben tegenover de mensheid, zullen wij ooit vergoeden, in de mate van onze mogelijkheden en onze krachten, door anderen te helpen". Zo interpreteerde Fidel het proletarisch internatinalisme en de idee van Martí dat de mensheid ons vaderland is.

Van bij de eerste jaren van de revolutionaire overwinning, verdeelde Cuba de schaarse middelen die het had. Hoewel er tijdens de eerste revolutionaire jaren 3000 van de 6000 geneesheren aanwezig op één januari 1959, vertrokken, werd in de jaren 60 de eerste medische brigade naar Algerije gestuurd, met 53 dokters.

We moeten herinneren aan de solidariteit van het Cubaanse volk met de strijd van het Viëtnamese volk. Tijdens deze glorieuze jaren van strijd van het Viëtnamese volk, zei Fidel dat wij voor Vietnam bereid waren zelfs onze eigen bloed te vergieten en een bewijs daarvan was dat Cuba als eerste een ambassade opende in de Zuid-Oost-Aziatische jungle.

De heldhaftige guerrillero Ernesto Guevara was één van de grootste voorbeelden van het Cubaanse internationalisme. Che, die hoge militaire en partijverantwoordelijkheden cumuleerde met een ministerpost, verzaakte aan al deze dingen om eerst naar Afrika en vervolgens naar Latijns-Amerika te trekken om het imperialisme te bekampen. Zijn altruïstische gevoelens werden al duidelijk in zijn jeugd, toen hij als pas afgestudeerd arts begon te werken in een melaatsencentrum in het Zuidamerikaanse oerwoud.

De internationalistische praktijk werd toegepast als principe van de Revolutie en was voornamelijk gericht op de derde wereld. Eén van de bekendste Cubaanse solidariteitsdaden van Cuba was de hulp aan het volk van Angola om zijn onafhankelijkheid te behouden, de samenwerking met de Namibische patriotten tijdens hun heldhaftige strijd en met het Zuidafrikaanse volk om het verwerpelijke Apartheidsregime te verslaan. 420.000 civiele en militaire helpers trokken naar Afrika.


Het Cubaanse internationalisme bereikte ook de volkeren van Europa. De verwoestende aardbeving in Armenië maakte ontelbare slachtoffers en Cuba stuurde onmiddellijk hulp om het Armeense volk te helpen. Fidel was de eerste die bloed voor de getroffenen.

In 1990, toen het socialistische kamp was ineengestort en het uiteenvallen van de Sovjetunie al voorspelbaar werd, zette Cuba een hulpactie op voor de Russische, Oekraïnse en Wit-Russische kinderen die slachtoffer waren van de Tsjernobilramp. Het programma omvatte medische bijstand en het verschaffen van de geneesmiddelen nodig voor de behandeling, volledig gratis.

Vele sceptici in de wereld dachten dat Cuba, zonder het bestaan van een socialistisch kamp niet zou kunnen overleven en zeker geen kostelijk programma van medische bijstand in stand zou kunnen houden. De leiding van het land twijfelde echter geen moment aan de noodzaak om de slachtoffers van Tsjernobil te helpen. Ondertussen kwamen er al 23.000 kinderen en volwassenen naar de badplaats Tarará. Het realiseren van dit programma in Cuba was grotendeels mogelijk dankzij de internationalistische roeping van ons volk, dat opgevoed is in de solidaire geest van Che en Fidel.

In deze geest van rechtvaardigheid voor het volk, zorgt de Revolutie voor nieuwe programma’s om iedereen reële gelijke kansen te bieden. Binnen de ideeënstrijd die onze Revolutie volbrengt, speelt de jeugd een vooraanstaande rol. Vandaag, op een ogenblik dat Cuba een duurzame economische groei kent met een toename van 12,7 % van het BNP dit jaar, en deelneemt aan de regionale integratie gepromoot door de landen van het Bolivariaanse Alternatief voor de Amerika’s, wordt het schoolsysteem geperfectioneerd tot in de verste uithoeken van ons eiland. Waar het nationaal elektriciteitsstelsel niet geraakt, worden zonnepanelen geïnstalleerd zodat de kinderen van de bergstreken met computers kunnen werken en tele-klasjes kunnen volgen en zo gelijke kansen krijgen voor hun persoonlijke ontwikkeling.

Het jonge detachement van sociale werkers heeft een belangrijke rol gespeeld in het opsporen van de gevallen die meer steun van de maatschappij nodig hebben. De mensen van de derde leeftijd, een sociale groep die toeneemt naarmate de levensverwachting stijgt, voelen zich beter geholpen met hoogtechnologische medische diensten op het niveau van hun polykliniek.

Er gaat bijzondere aandacht naar jongeren die hun gevangenisstraf hebben uitgezeten, om ze opnieuw volledig in de maatschappij te integreren en naar kinderen met gezondheidsproblemen of met een fysieke of mentale handicap.

Dit alles steunt op professionals opgeleid door de Revolutie, die het mogelijk maken de levenskwaliteit van de Cubanen te verbeteren. Maar tegelijkertijd met het realiseren van deze rechtvaardigheid in Cuba, bieden wij ze ook aan de rest van de wereld aan.

Op dit ogenblik heeft Cuba in toaal 72.000 gediplomeerde artsen en op basis van dit potentieel, verleent ons land zijn diensten in 69 landen met 29.440 gezondheidswerkers, waaronder 16.661 dokters, die 56,6 % van het totaal vormen.

In het jaar 1998 startte Cuba met een Integraal Gezondheidsprogramma op (IGP) om hulp te bieden aan de landen in nood. Vandaag helpen de Cubaanse dokters een bevolking van 59.174.682 inwoners; in Venezuela werden 341 integrale herstelzalen in Venezuela en zes Centra voor Spitstechnologie met de modernste uitrusting zoals Computergestuurde axiale tomografie en Magnetische Resonantie, voor het verwezenlijken van studies en behandelingen op hoog wetenschappelijk niveau.

Na de doortocht van cycloon Mitch door Centraal-Amerika in 1998, stuurde Cuba een medisch contingent om de volkeren van de regio bij te staan. Maar eens op het terrein, besefte de Cubaanse regering dat deze hulp ontoereikend was, omdat de levensomstandigheden van de bevolking van de streek opnieuw even precair zou worden als voorheen, van zodra de Cubaanse dokters zich zouden terugtrekken. Het is op dat moment dat de Latijns-Amerikaanse School voor Geneeskunde werd opgericht. Ze werd opgevat als onderdeel van het opleidingsprogramma voor dokters afkomstig uit de meest bescheiden lagen van deze volkeren.

De resultaten hiervan zijn nu al voelbaar in de respectievelijke landen waar jongeren van Guatemala, Honduras en Haití die hun zesde jaar doorlopen, samen met Cubaanse medische brigades actief zijn. Dit maakt het mogelijk het educatieve proces te verankeren daar waar deze dokters hun toekomstige werk zullen ontwikkelen. Op dit ogenblik zijn 530 afgestudeerden bezig met de specialisatie Algemene Integrale Geneeskunde in ons land.

De samenwerking van Cuba met de landen van de Derde Wereld zou groter kunnen zijn mochten wij niet onderworpen geweest zijn aan een economische, financiële en commerciële blokkade door de Verenigde Staten, die nu al meer dan 47 jaar aan gang is. Deze werd nog heviger door de extraterritoriale Noordamerikaanse wetten Torricelli in 1993 en Helms-Burton in 1996 en nog lafhartig versterkt door de huidige Noordamerikaanse regering met het Plan Bush I en II, waarvan wij schatten dat ze ons land reeds 89 miljard dollar hebben gekost.

In dergelijke omstandigheden zet Cuba de internationale samenwerking verder en realiseert dit op basis van de duurzaamheid van zijn projecten. Hiervoor levert het land niet alleen gezondheidswerkers aan de landen die de hulp ontvangen, maar geeft het ook opleidingen aan lokaal medisch en paramedisch personeel om te kunnen inspelen op de toekomstige noden van deze landen.

Cuba past het Nieuwe Programma voor de Opleiding van dokters toe, dat, dankzij vernieuwende concepten tijdens de opleiding, het aantal studenten geneeskunde wil opdrijven, wat onmogelijk gerealiseerd kan worden door middel van de traditionele studies. De nieuwe methode maakt het mogelijk leerstof te concentreren en de technologische vooruitgang optimaal te benutten, volgens het concept dat een gespecialiseerd arts tot 3 studenten kan opleiden tot arts.

Van het jaar 1961 tot op heden, heeft Cuba 47.637 jongeren uit 130 landen in tal van disciplines opgeleid.

Een andere branche van de gezondheidszorg waar belangrijke hulp is geboden is de oftalmologie. Tot eind december werden in totaal, Cuba inbegrepen, 516.189 patiënten uit 29 landen geopereerd dank zij Operatie Milagro (wonder). Dankzij deze Operatie ondekten de Latijnse-Amerikaanse en Caraïbische mensen die blind waren geworden door staar of andere oogziekten, het wonder van het licht.

In de Caraïben werden 24 416 oogoperaties uitgevoerd. Eén op elke 595 inwoners kon genieten van Operatie Milagro. In Latijns-Amerika: 88 988.

In het kader van het principe van de duurzaamheid van zijn samenwerking, heeft Cuba, in het geval van de operatie Milagro en doorheen akkoorden gesloten met de ontvangende landen, 29 Oftalmologische Centra ingericht in 7 landen en andere zullen weldra worden ingehuldigd, om de oogaandoeningen die chirurgisch kunnnen worden verholpen, te bestrijden. Dit is de verwezenlijking van het mandaat van de WGO om tegen 2020 het wereldwijde probleem van voorkombare blindheid op te lossen, waaraan vandaag meer dan 37 miljoen mensen wereldwijd lijden.

Na de doortocht van orkaan Katrina door de Staat New Orleans in het zuiden van de Verenigde Staten, was ons land bereid om een medisch contingent met duizend artsen, verplegers en studenten uit de twee laatste jaren geneeskunde te sturen om de slachtoffers te helpen. Dit contingent heeft reeds opdrachten vervuld in Guatemala, Pakistan en Bolivia.

Ook in Pakistan kwamen Cubaanse dokters na de aardbeving van 2005 en toen de harde winter aanbrak in de hoogvlakten van de Himalaya, bleven zij daar, overwonnen zij taalbarrières en culturele verschillen om tot één jaar te blijven. Tijdens deze periode werden 4.619 mensen gered, werden 32 volledig uitgeruste veldhospitalen ingericht, die door Cuba geschonken werden en kregen 30 patiënten die tijdens de aardbeving gewond raakten prothesen in Cuba.

Bij hun terugkeer brachten de Cubaanse dokters uit dit verrre land enkel een eerste groep Pakistaanse studenten mee om zich als dokter te scholen op het grootste eiland van de Antillen. Op dit ogenblik volgen zij studies in de voorbereidende faculteiten waar zij de taal leren en hun kennis van biologie en andere wetenschappen bijspijkeren.

De internationalistische hulp van Cuba is niet beperkt tot de gezondheid, hoewel over dit thema alleen al veel zou gezegd kunnen worden. Onderwijs is één van de andere aspecten waarin de Cubaanse ervaring en het Cubaanse menselijke kapitaal zich in dienst heeft gesteld van andere volkeren.

Tijdens de alfabetiseringscampagne ondernomen door de Bolivariaanse regering van Venezuela, was er een grote deelname van Cubaanse leraars en hun onderwijsmethode, "Yo si puedo" (ik kan het). Venezuela heeft zichzelf al uitgeroepen tot grondgebied zonder analfabetisme. Er zijn ook Cubaanse onderwijzers in andere streken van het Amerikaanse continent die de principes van de ALBA uitdragen. De samenwerking tussen Latijns-amerikaanse landen in de marge van het Bolivariaanse Alternatief voor de Amerika’s, is een uiting van de internationalistische geest van de volkeren van de regio en van de politieke wil van hun leiders om samen de eeuwenoude achterstand te overwinnen, die het resultaat is van vier eeuwen koloniale overheersing en één eeuw onderwerping aan de grillen van het yankee-imperialisme.

De Cubaanse sociale werkers hebben samengewerkt met de Venezolaanse jongeren en samen enorme taken ondernomen in het Vaderland van Bolivar. De bekommernis voor het milieu en het zuinig omspringen met de energievoorraaden is alomtegenwoordig.

De integratie van de volkeren van Latijns-Amerika binnen de ALBA vergemakkelijkt een grotere ontwikkeling van hun potentieel en de ELAM, zeven jaar geleden opgericht in Cuba, wordt nu herhaald in Venezuela, om binnen de inheemse volkeren van Zuid-Amerika dokters op te leiden.

De solidariteit tussen de klassebroeders, dit voorbeeld dat uitging van de Oktoberrevolutie, wordt ook in de Cubaanse Revolutie weerspiegeld. Wij Cubanen scholen ons in de leer van Marx, Engels en Lenin en het gedachtengoed van Martí is de leidraad van ons werk. Wij zijn ervan overtuigd dat "samen met de onderdrukten wij een gemeenschappelijke zaak steunen", zoals onze nationale held zei. Daarom zei Fidel, toen hij het concept van de revolutie ontwikkelde: "... Revolutie... is vechten voor onze dromen van rechtvaardigheid voor Cuba en voor de wereld die de basis vormt van ons pattriotisme, ons socialisme en ons internationalisme."

Cuba, wiens revolutie binnen anderhalf jaar een halve eeuw zal bestaan, voert het socialisme en het proletarisch internationalisme nog steeds hoog in het vaandel en verdedigt zijn sociale veroveringen op 90 mijl van de kusten van het groote imperium dat de mensheid ooit heeft gekend, in een gevecht dat herinnert aan de strijd tussen de reus Goliath en de kleine David, waarin deze laatste uiteindelijk verzet kon bieden en de reus kon verslaan. Het voobeeld dat uitgaat van de Cubaanse Revolutie heeft op doorslaggevende wijze een invloed gespeeld in de bestemming van Latijns-Amerika en op dit ogenblik staat Cuba niet alleen in de strijd. Andere volkeren zijn ook de weg ingeslagen van de zelfstandigheid, los van de voogdij van het imperium. Dat is het voorbeeld dat alle Noordamerikaanse regeringen vanaf 1959 wilden kapotmaken. Maar het Cubaanse volk blijft met opgeheven hoofd zijn sociale verworvenheden verdedigen.

In hun geestdrift om ons te doen buigen, namen de Noordamerikaanse regeringen en hun aanhangers hun toevlucht tot alle methoden, zelfs die van het terrorisme. Het was zo dat ex-CIA agent Posada Carriles, de grootste terrorist van het Westers halfrond, in 1976 een vliegtuig van Cubana met 73 pasagiers aan boord, in volle vlucht deed ontploffen. Hij trok door Zuid- en Centraal-Amerika ten strijde tegen de bevrijdingsbewegingen. Nadien werd hij in Panamá gevangen genomen wegens een moordpoging op het Cubaanse staatshoofd. En nu, wanneer Venezuela de uitwijzing van Posada Carriles eist omdat hij gevlucht is uit de gevangenis van dit land waar hij zijn straf uitzat wegens het opblazen van het Cubaanse vliegtuig, laat de regering van de Verenigde Staten hem op borgtocht vrij, aangezien hij enkel beschuldigd is van het onwettelijk binnenkomen van de Verenigde Staten.

Nochtans bevinden zich in de Noordamerikaanse gevangenis vijf jonge Cubaanse helden die omwille van het feit dat ze het terrorisme bekampten van op het grondgebied van de Verenigde Staten, onterecht lange straffen uitzitten. In de hele wereld ontwikkelt zich, dankzij de internationale solidariteit, een beweging voor de bevrijding van de vijf Cubaanse jongeren.

Cuba veroordeelt samen met de volkeren van de wereld, de werkwijze van het Noordamerikaanse gerecht dat de terrorist vrijlaat terwijl het onze vijf heldhaftige kameraden in de gevangenis houdt. Enkel de internationale solidariteit kon bereiken dat recht geschiedt en dat de crimineel die Cubaanse en Latijns-Amerikaanse moeders in rouw dompelde wordt uitgeleverd aan Venezuela en de antiterroristische strijders bevrijd worden.

Op ogenblikken als dit zijn het proletarisch internationalisme en de internationale solidariteit onmisbaar.