Nut en actualiteit van de oktober revolutie van 1917 voor de 21° eeuw
Brussel, 4- 6 mei 2007
www.icsbrussels.org , ics[at]icsbrussels.org
Voor een socialistische toekomst, met een beginselvaste en soepele arbeiderspartij
Peter Mertens
Partij Van De Arbeid (PVDA)
In dit imperialistisch systeem, dat gebaseerd is op het privé-bezit van de grote productiemiddelen, groeien de tegenstellingen dagelijks meer. Tussen arbeid en kapitaal. Tussen imperialistische machten onderling. Tussen imperialistische machten en de volkeren van de derde wereld. Tussen het imperialisme en de socialistische landen.
De vraag is hoe de communistische beweging en de communistische partijen zich voorbereiden op de komende gevechten. De vraag is hoe ze zich organiseren om in staat te zijn effectief de leiding te nemen van de nieuwe strijdbewegingen om samen met de arbeidersklasse en de brede werkende bevolking een socialistische omwenteling mogelijk te maken, en een definitief einde te stellen aan de uitbuiting van de mens door de mens.
Over deze vragen houden we dit jaar het VIIIste partijcongres van de PVDA. Het thema van het VIIIste Partijcongres luidt: "Socialistische toekomst. Beginselvaste partij, arbeiderspartij, soepele partij."
Voor ons als PVDA, binnen onze concrete situatie en de specifieke omstandigheden in België, leek het ons belangrijk om eerst een aantal communistische principes en beginselen te bevestigen in de PVDA. De PVDA als communistische partij, als beginselvaste partij. Dat is het kader waarbinnen de discussie plaatsvindt. Binnen dat kader willen we twee belangrijke uitdagingen oplossen om de partij in staat te stellen klaar te zijn voor de belangrijke strijdbewegingen van deze periode. Een eerste uitdaging is de verdere proletarisering van de partij. De PVDA als arbeiderspartij. Een communistische partij vandaag moet in een land als België in staat zijn om de belangrijkste voorhoede-arbeiders te organiseren, en een blijvende invloed kunnen uitoefenen op zowel de industrie-arbeiders als op de bredere lagen van de werkende bevolking. Dat is vandaag (nog) niet het geval. Vandaar dat we naar maatregelen en oplossingen zoeken om de partij in die richting te verbeteren. Een tweede uitdaging bestaat erin de partij aan te passen aan de noodwendigheden van de strijdbewegingen van vandaag. Een communistische partij moet in onze ogen ook concrete overwinningen kunnen realiseren, een gevarieerde aanpak hebben en de kunst van de tactiek weten te beheersen. Wij willen in die zin een soepele partij worden, wars van metafysica of dogmatiek. Daarvoor willen wij komaf maken met bepaalde radicalistische, gauchistische en sectaire opvattingen in de partij.
Om beide uitdagingen te realiseren, willen wij maximaal steunen op de leden in de partij. In die geest hebben we ook het concept van het Partijcongres aangepast om zoveel mogelijk alle rijkdom die in de partij bestaat, ook bij de nieuwe leden die tijdens en na de stakingsbeweging van eind 2005 toetraden, te kunnen benutten.
Beginselvaste partij
Voor het kader van het debat in de PVDA bevestigen we eerst de identiteit van de partij als een communistische partij.
Wij zijn communisten omdat wij streven naar een maatschappij waar er geen uitbuiting is van de mens door de mens. Omdat we het privé-bezit op de fundamentele productiemiddelen willen afschaffen. Omdat we een maatschappij willen waarin de werkende mensen echt vrij zijn en zich kunnen ontplooien. Omdat we een staat willen die dat mogelijk moet maken, die de vrijheid van de overgrote meerderheid beschermt tegen de onderdrukkings- en uitbuitingswil van de minderheid. Het socialisme is de eerste stap naar een samenleving zonder klassen. Waar iedereen volgens zijn behoeften ontvangt, en elkeen volgens zijn capaciteiten bijdraagt. Dat is het communisme, of de werkelijke gelijkheid.
Ten tweede stellen we noodzaak van het maatschappij-debat voorop. Bijna twintig jaar nadat het ‘einde van de ideologieën’ door de imperialistische mooipraters werd afgekondigd, zien we dat ook in ons land steeds meer mensen opnieuw op zoek zijn naar een fundamenteel maatschappij-debat. Vanuit verschillende invalshoeken. Om er drie te noemen: economisch (herstructureringen, afdankingen, massa-werkloosheid, enz. tegenover fenomenale woekerwinsten), politiek (verzuchtingen naar werkelijke inspraak, tegenover steeds repressievere maatregelen en een snel verrechtsend staatsapparaat), als ethisch (de socialistische waarden van collectiviteit, solidariteit, dienstbaarheid aan het volk, internationalisme tegenover het burgerlijk individualisme en steeds meer obscurantisme).
Wij zijn van mening dat het tijd is om vandaag opnieuw offensief het socialisme als alternatieve maatschappij voor dit vermolmde kapitalisme naar voor te schuiven.
Ten derde wil de PVDA de theorie van het wetenschappelijk socialisme opnieuw bevestigen. Er bestaan, ons inziens, twee gevaren tegenover de socialistische theorie. Het eerste gevaar schuilt in de onderschatting van de studie of van het belang van de theorie. "Zonder revolutionaire theorie, geen revolutionaire verandering", stelde Lenin terecht. De basisprincipes van het marxisme-leninisme zijn vandaag meer dan ooit actueel. Zowel het dialectisch materialisme, het historisch materialisme, de politieke economie als de theorie en de ervaring van het socialisme vormen de basis voor de marxistische theorie vandaag.
Dat moet ons niet blind maken voor een tweede soort gevaar. Dat bestaat er, naar onze mening, in om om een wetenschappelijke houding te verwarren met een dogma (een soort onveranderlijk kookboek). Een wetenschappelijke socialistische houding is iets anders dan enkele formules uit het hoofd te leren.
Verder willen we ook de communistische werkingsprincipes zoals ze zijn vastgelegd in de partijstatuten, waaronder het democratisch centralisme, bevestigen.
En tot slot willen we ook de voortrekkersrol, die de communistische partij historisch vervult, opnieuw bevestigen. Onze partij heeft met andere woorden een voorhoede-karakter. Dat wordt bepaald door drie aspecten
Arbeiderspartij
Om die voorhoederol te kunnen spelen, moeten we wel de meest bewuste lagen van de arbeidersklasse in onze partij opnemen. Zoniet blijft de kans groot dat we blijven steken in commentaar en machteloosheid omdat we geen greep hebben op de gebeurtenissen. Wij willen streng zijn voor onszelf en stellen dat onze inplanting in de grote bedrijven ondermaats is, in verhouding tot de energie die we er al dertig jaar in investeren.
Welke soort partijconcept is er nodig om juist die brede voorhoede te kunnen aantrekken en organiseren? Wat dient er te veranderen in de werkstijl van de partij (werkstijl van de leiding, vergaderstijl, aantal leidende organen die we nodig hebben). Wat dient er te veranderen opdat onze militanten en leden die werken in de bedrijven en in de vakbonden een veel groter deel van de leidende taken kunnen opnemen?
De partij telt vandaag 2.500 leden. Zij bestaat uit drie verschillende ledenniveaus. Ten eerste een militante kern (1/5de: de nationale kaders, de tussenkaders en de militanten), ten tweede de basisleden (1/5de) en ten derde de raadgevende leden (3/5de). Het is belangrijk te erkennen dat onze partij niet uniform is samengesteld, hiervan te vertrekken bij alles wat we doen, en dus een onderscheid maken tussen de niveaus in onze werking, in onze eisen. De evolutie moet zijn dat er een brede kern van kaders, tussenkaders en militanten (marxistisch geschoold) zal zijn. Die zal een heel brede basis van basiscellen en raadgevende leden moeten omkaderen, leiden, begeleiden en vormen.
We staan aan het begin van een veranderingsproces. Daarin willen wij meer ruimte geven aan experimenten van onze bedrijfswerkingen en onze gemeentelijke werkingen. Daarin willen wij al het goede centraliseren, zodat iedereen er voordeel kan uit halen. De partijleiding dient meer tijd besteden aan het centraliseren van de ervaringen. We hopen ook beroep te kunnen doen op de wijsheid en ervaring van andere communistische partijen in de opbouw onder de arbeidersklasse.
De partij proletariseren wil ook zeggen: onze inplanting en ons werk in de vakbonden stevig ter hand nemen. Voor al onze leden-syndicalisten een parcours uittekenen en een profiel vastleggen, samen met hen. Maar ook meer te rade gaan bij onze mensen in de vakbonden (vakbondssecretarissen en vakbondsafgevaardigden). Zij kunnen ons helpen om ons profiel uit te tekenen.
Verder worden verschillende maatregelen voorgesteld om het kaderbestand te proletariseren. En tot slot willen we ook de werkstijl van de partij verder proletariseren. Wij hebben sinds de partijvernieuwing in 2004 van start ging veel aandacht besteed aan het verder uitbouwen van de democratie in de partij. De belangrijkste campagnes worden samen met de leden vastgelegd. Net als de ordewoorden. Maar ook de balans die we na elke campagne of strijdbeweging opmaken. We houden driemaandelijkse seminaries voor verantwoordelijkheden (celleiders) van arbeiders-eenheden. En er werd een organisatie-bulletin opgesteld waarin de belangrijkste ervaringen worden gesystematiseerd.
We besteden ook meer aandacht aan eenvoudige en concrete campagnes. Met materiaal, werkinstrumenten en actievormen op niveau van de leden, zodat elk lid concrete zaken kan doen.
Soepele partij
Naast een strategie – voor Belgische communisten: werken aan een socialistische omwenteling op het Europese continent – heeft de partij een tactiek nodig. De tactiek stippelt de weg uit om op een concreet tijdstip en in een concrete situatie zo efficiënt mogelijk te werken aan die strategie van de socialistische omwenteling. Dat betekent dat de tactiek moet aangepast zijn en voortdurend kan en moet veranderen. De partij moet alle middelen van strijd kunnen gebruiken, moet zich ook voorbereiden op periodes van repressie en contrarevolutie. De partij moet zich soepel kunnen aanpassen en de voordeligste methoden ontwikkelen om punten te scoren op de weg naar het strategische doel. Punten scoren wil zeggen dat de partij aangepaste vormen vindt
- om mensen politiek bewust te maken (sensibiliseren)
- om mensen in de partij en in massaorganisaties te organiseren;
- om mensen te mobiliseren voor de strijd.
De tactiek is een integraal onderdeel van het marxisme. Er bestaat een bepaalde verkrampte houding tegenover de kritiek op het gauchisme en sectarisme. Alsof aangepaste politieke eisen, voordelige compromissen, de meest uiteenlopende strijdvormen, soepele organisatievormen, frontwerk en massaorganisaties niet integraal deel zouden uitmaken van het marxisme.
Het gauchisme kan ontstaan uit routine, als men blind is voor de nieuwe gebeurtenissen en wil voort werken ‘zoals vroeger’, ‘zoals men gewoon is’, ‘zoals in de periode van vloed van de revolutionaire beweging’. In een brief schreef Lenin daarover: ‘Marx en Engels hebben het voortdurend herhaald: "Onze leer is geen dogma, maar een leidraad voor het handelen". Zij maakten zich daarbij vrolijk over het vanbuiten leren en simpelweg herhalen van formules die in het beste geval slechts kunnen dienen om de algemene taken te schetsen en die onvermijdelijk veranderingen ondergaan door de concrete economische en politieke situatie in elke afzonderlijke periode van het historische proces. (…) Dit feit over het hoofd zien en vergeten, zou betekenen hetzelfde te doen als die ‘oude bolsjewiki’, die al meer dan eens een droevige rol in de geschiedenis van onze partij hebben gespeeld door zinloos een uit het hoofd geleerde formule te herhalen, in plaats van de nieuwe, levende werkelijkheid te bestuderen.’ (1)
Om de partij te wapenen tegen verstarring, dogmatisme en sectarisme leggen we twintig discussie-stellingen aan het Partijcongres voor:
1. De strijd voor een soepele partij is een strijd voor de partij. Sommige kameraden menen ten onrechte dat een goede tactiek het ‘verdoezelen’ of ‘achteruitschuiven’ van de partij is. Het tegendeel is waar. De aandacht voor tactiek dient juist om de partij goed en correct te kunnen naar voor schuiven.
2. De strijd voor een soepele partij is een politieke strijd. Er bestaat een hardnekkig idee dat het sektarisme bestrijden een kwestie zou zijn van ‘minder politiek’. Het is net andersom. Meestal komt het sloganeske, het stereotiepe, het routineuze, het houterige en het dogmatische voort uit een gebrek aan politieke bekwaamheid. De onmacht om mensen concreet te overtuigen of concreet in aangepaste organisatievormen in te schakelen, is dan groot. Hoe meer men op een veelzijdige, onderbouwde en concrete manier kan tussenkomen, hoe beter men het sectarisme kan bekampen.
3. We maken het onderscheid tussen intern en extern. In de partij moet er voldoende ruimte en aandacht zijn voor de marxistische analyse, voor de grote strategische en tactische kwesties. Naar buiten uit kunnen we niet permanent de hele communistische analyse brengen. We hangen ook niet alles aan de grote klok, net zo min als het staatsapparaat of de burgerlijke partijen hun interne keuken te grabbel gooien.
4. Het begint met het objectief en nuchter analyseren van de krachtsverhoudingen. Dat was onze kracht in de campagne tijdens de stakingsbeweging van eind 2005. Lenin schreef: ‘De tactiek moet opgebouwd worden op een nuchtere, streng objectieve beoordeling van alle klassenkrachten van de desbetreffende staat. En ze moet rekening houden met de door de revolutionaire bewegingen vergaarde ervaringen’ (2) Dat betekent niet dat we ons moeten ‘neerleggen’ bij bepaalde krachtsverhoudingen, of verzuchten dat er ‘niets aan te doen’ is. Wij willen de krachtsverhoudingen wijzigen. En dat kan maar als we ze eerst nuchter en objectief analyseren en begrijpen.
5. We maken een onderscheid tussen voorhoede, grote middengroep en achterhoede. Zo kunnen we de ideeën van de voorhoede niet verwarren met die van de grote middengroep (voluntarisme). Zo verhinderen we ook dat we ons afstemmen op de achterhoede (achterhoedepolitiek).
6. We denken en handelen in functie van de meerderheid. De voorhoede is maar ‘voorhoede’ als ze door brede lagen gevolgd wordt. Daarom moeten we denken in functie van de meerderheid. Onze ordewoorden dienen rekening te houden met het reële bewustzijnsniveau van de brede lagen.
7. We zoeken zo breed mogelijke bondgenootschappen. We drijven de tegenstellingen bij de tegenstander op. Lenin: ‘Men kan een machtigere tegenstander alleen met de grootste krachtinspanningen overwinnen, en alleen dan, wanneer men onvoorwaardelijk zo nauwgezet en behendig mogelijk gebruikmaakt van iedere scheuring tussen de vijanden, ook de kleinste scheuring, van elke belangentegenstelling tussen de bourgeoisie van de verschillende landen, tussen de verschillende groepen of lagen van de bourgeoisie in de afzonderlijke landen. Alsook van elke mogelijkheid, hoe klein ook, om een bondgenoot te maken, ook al is dat een tijdelijke, weifelende, onzekere, onbetrouwbare bondgenoot. Wie dat niet heeft begrepen, die heeft geen snars van het marxisme begrepen.’ (3)
8. We begrijpen dat het nodig is te laveren en compromissen te sluiten. Lenin: ‘Uit dit alles volgt voor de voorhoede van het proletariaat, voor de communistische partij, volstrekt onontkoombaar de noodzaak, de onvoorwaardelijke noodzaak, te laveren, overeenkomsten en compromissen te sluiten met verschillende proletarische groepen, met verschillende partijen van de arbeiders en de kleine bezitters. Het komt er slechts op aan dat men deze tactiek zo weet toe te passen, dat ze bijdraagt tot het verhogen en niet tot het verlagen van het algemene peil van het proletarisch klassenbewustzijn, van de revolutionaire bezieling, van het vermogen om te strijden en te overwinnen.’ (4)
9. We bepalen zelf het onderwerp. Wij moeten niet ingaan op alle provocaties van de burgerij. In plaats van op alle punten tegelijk te willen scoren, moeten we vasthouden aan de kern van onze boodschap. Het kan dat men dan andere kwesties moet omzeilen, bijvoorbeeld in bepaalde interviews, omdat ze niet ter zake zijn, omdat ze provocaties zijn of omdat ze niet begrepen kunnen worden.
Dat betekent niet dat we alle ‘moeilijke onderwerpen’ uit de weg gaan. Het betekent wel dat we zelf de agenda willen bepalen en niet ‘per definitie’ op alles ingaan.
10. We voeren op een voordelige manier strijd. Het komt er niet alleen op aan gelijk te hebben, het gaat er ons om ook gelijk te halen. Dat geldt op alle domeinen. Op het gebied van de sociale vooruitgang, de democratie (met o.m. het antiracisme, de vluchtelingen, de anti-terrorisme-wetgeving), de vrede (het anti-imperialisme, het verzet tegen de Amerikaanse bezettingen) en de internationale solidariteit. Op een voordelige manier zijn zaak verdedigen betekent niet dat we over moeilijkere themata zwijgen. Het betekent wel dat we ook daar de meest voordelige ingangspoorten weten te vinden.
11. We ondersteunen al het positieve. De verlangens van de werkende mensen zijn nooit ‘zuiver’, er zit altijd ‘ruis’ op. Ze zijn als een ongeslepen diamant. We moeten geen schrik hebben van het stof of de ruis, we moeten de diamant eronder zien. En dus willen we alle positieve tendensen ontdekken en het enthousiasme van de werkende klasse beschermen. Het gauchisme staart zich blind op ‘het negatieve’. Marxisten zagen en klagen niet over het negatieve. Zij ondersteunen en ontwikkelen het positieve en gebruiken dat om het negatieve te isoleren of te weerleggen.
12. We gebruiken de kracht van een goed voorbeeld zoals de fortuinenbelasting in Frankrijk, het uitgebouwd en democratisch openbaar vervoer in Zweden of het geneesmiddelenbeleid in Nieuw Zeeland.
13. Op het organisatorische vlak is er geen plaats voor eeuwig vastgelegde dogma’s. We dienen voortdurend de organisatievormen te vinden die het meest in overeenstemming zijn met gegeven omstandigheden van de eb of de vloed van de beweging.
14. Massaorganisaties zijn van vitaal belang om mensen ervaringen te laten opdoen, zowel in de strijd voor het socialisme als onder het socialisme zelf (de essentiële rol van de cdr’s in Cuba bijvoorbeeld). Naast het werk in bestaande massaorganisaties kan de partij ook het initiatief nemen voor nieuwe massaorganisaties.
15. De vakbeweging is de belangrijkste massaorganisatie van de arbeidersklasse.
16. We zijn bezig met de concrete problemen van de mensen. Revolutionairen zijn de beste strijders voor hervormingen. Wat ons onderscheidt van de reformisten is dat wij een socialistische maatschappijvisie hebben en dus een stevige ruggengraat om elke concrete hervorming af te dwingen.
17. We realiseren concrete zaken. We werken naar (kleine) overwinningen. We zijn geen ‘praatjesmakers’ maar ‘doeners’. Zo willen we ook gekend worden. Als partij die iets realiseert. Die via – zo belangrijke – (kleine) overwinningen perspectief, enthousiasme en slagkracht weet te bieden. De groepspraktijken van Geneeskunde Voor Het Volk vormen nog altijd de beste ervaring van concrete realisaties. We moeten alle voorstellen en ambitie verzamelen om dit voorbeeld ook creatief toe te passen op andere terreinen. In de eerste plaats in de bedrijven en de vakbonden.
18. De enquêtes en contacten buiten de partij helpen mee de tactische opstelling te bepalen. Zowel in de strijd voor de heropname van een delegee als in de campagne voor goedkopere geneesmiddelen, bij onze campagne in het kader van een vakbondsstrijd als tijdens de gemeenteraadsverkiezingen was dat een sleutelpunt. Ook onder het socialisme is dat zo.
19. De democratie in de partij is essentieel voor elke politiek en tactiek.
20. We schuiven herkenbare boegbeelden naar voor. We zijn een partij van ‘levende mensen’ niet een anonieme partij of een partij zonder gezicht(-en).
1) W.I. Lenin, Brieven over tactiek [3 september 1917]. In:
2) W.I. Lenin, Tegen het dogmatisme en sektarisme in de arbeidersbeweging. Moskou, Uitgeverij Progres, 1991, blz. 93-96 W.I. Lenin, De linkse stroming, o.c. blz. 58
3) W.I. Lenin, De linkse stroming, o.c. blz. 67
4) W.I. Lenin, De linkse stroming, o.c. blz. 72