Bijdrage aan het 13de Internationaal Communistisch Seminarie

"De strategie en de tactiek in de strijd tegen de globale oorlog van het VS-imperialistisme"

Brussel, 2 - 4 mei 2004
www.icsbrussels.org , ics[at]icsbrussels.org

 

De huidige tegenstellingen tussen imperialisten

Communistische (marxist-leninistische) Partij van India – Janashakti
India

...

Ontwapening – De koude oorlog – en Rusland

(…) Rusland en de Navo mogen dan op dit ogenblik hun vrede verzegeld hebben, maar de voormalige sovjetrepublieken die tussen de twee geklemd zitten, voelen zich verloren in een Europees no man’s land en weten niet goed of zij zich naar het Westen dan wel naar het Oosten moeten richten. Rusland heeft met tegenzin de eerste uitbreidingsgolf van de Navo goedgekeurd toen het de Oprichtingsakte van de Coöperatie ondertekende, maar dreigde ermee het Westen de rug toe te keren, indien de voormalige sovjetrepublieken bij de Navo zouden aansluiten.

Ondanks hun onafhankelijkheid van het post-sovjettijdperk, blijven de voormalige sovjetrepublieken economisch afhankelijk van Rusland, heel bijzonder op het vlak van de energie. Rusland beschikt over de middelen om druk uit te oefenen, met name via de levering van aardgas en petroleum. Wit-Rusland heeft zelf een stevig verbond gesloten met Rusland. Moldavië verklaart dat het een brug wil worden tussen Oost en West. Oekraïne eist neutraliteit, maar die speelt aan beide kanten van de lijn. Het land heeft deelgenomen aan het partnership met de Navo voor een vredesprogramma en het heeft ook een vriendschapsverdrag ondertekend met Rusland.

De integratie van Oost-Duitsland in West-Duitsland, de ontbinding van het Warschaupact, het behoud van de Navo en het uiteenvallen van de USSR zelf vormen allemaal minpunten voor Rusland. Er rest dan ook maar één vraag: tegen wie moet de zich uitbreidende Navo zich verdedigen, als het niet tegen Rusland is?

Sommige blokken kunnen ineens uiteenvallen of verdwijnen maar voor de imperialisten zijn blokken noodzakelijke structuren tijdens een periode van verval, om zich voor te bereiden op gewapende confrontaties. De huidige situatie is onbestendig.

Tot op heden verwijzen alle discours over ontwapening enkel naar de beperking of vermindering van wapens en deze beperkingen of verminderingen betreffen enkel de kernwapens. In essentie gaat de wapenbeheersing enkel over beperkingen die de nucleaire machten zichzelf opleggen in het verkopen van wapens aan andere machten of, veeleer, in het feit er helemaal geen te verkopen. De nucleaire machten willen hun nucleair monopolie niet verder verspreid zien.

De enige bindende verklaring ten gunste van nucleaire ontwapening is het non-proliferatieverdrag van 1972, dat stelt: «Elk van de partijen van het verdrag zet zich in om te goeder trouw verder te onderhandelen over maatregelen betreffende de stopzetting van de nucleaire wapenwedloop, op een nabije datum, en betreffende de nucleaire ontwapening, een algemeen verdrag en de volledige ontwapening onder strikte en efficiënte internationale controle.» De nucleaire machten hebben deze clausule volledig genegeerd.

De inkrimping van de nucleaire arsenalen, met in elk kamp 25.000 kernkoppen en het voorstel tot beperking tot 7.000 kernkoppen, moet niet beschouwd worden als een ontwapeningsprogramma, maar als een vorm van wapenbeheersing, die de machten toelaat kernwapens te gebruiken en tegelijkertijd het risico op een onderlinge kernoorlog te beperken. Uitgezonderd China, zijn vier kernmachten, de Verenigde Staten, Rusland, Frankrijk en Groot-Brittanië erin geslaagd deze politiek van wapenbeheersing tot een goed einde te brengen. Het CTBT (Comprehensive Test Ban Treaty – Verdrag voor de totale afschaffing van kernproeven) vormt een andere stap in deze richting, maar beoogt enkel het ontstaan van een nieuwe nuclaire macht te voorkomen. Tegelijkertijd investeren de Verenigde Staten in een grootschalig geheim programma voor de bouw van een nieuwe generatie kernwapens, ondanks het CTBT. Om niet achter te blijven heeft Rusland een tactisch gevechtsvliegtuig van de vijfde generatie gelanceerd, dat gelijkaardige toestellen geproduceerd door andere landen kan overtreffen. En in februari 2004 heeft Rusland de lancering van een raketsysteem getest dat in volle traject kan manoeuvreren, waardoor het de bestaande defensiesystemen in de war kan sturen. De uitgevoerde test bewijst dat Rusland wapens kan bouwen die in staat zijn eender welk antiballistisch defensiesysteem tegen elke aanval van zijn strategische krachten uit te schakelen.

Onlangs verscheen er een nieuw scenario. Na de decennia lange bevriezing van hun relaties en het gekibbel over de communistische ideologie, warmen Rusland en China (die sedertdien beide de communistische ideologie lieten vallen) hun relaties weer op en ontdekken zij een gemeenschappelijk terrein in hun verzet tegen het statuut van de Verenigde Staten van enige en zelfverklaarde supermacht. Meer dan hun politieke relaties zit Washington vooral de aard van hun economische relaties dwars, want die zijn stevig uitgebouwd met de verkoop van militaire en nucleaire technologie door de Russen. De bouw van een Chinees wapen op basis van Russisch materiaal zou het militaire evenwicht in Azië kunnen bedreigen. De Russische export naar China is in 1996 met 35 % gestegen. Met een wederzijdse handel die iets hoger ligt dan 7 miljard dollar, is China de derde handelspartner van Rusland. In 1997 ondertekenden beide landen een akkoord om handelsvolume tegen 2005 op 20 miljard dollar te brengen. De presidenten Jiang en Jeltsin lanceerden, ter gelegenheid van hun ontmoeting in april 1997, een verwittiging: «Geen enkel land zou hegemonie mogen nastreven, een machtspolitiek voeren of de internationale zaken monopoliseren..» Ze ondertekenden een overeenkomst met als titel: «Gemeenschappelijke verklaring over de multipolaire wereld en de nieuwe wereldorde voor de 21ste eeuw». Rusland is reeds de grootste leverancier van ultramoderne wapens aan China. De verkoop aan China is goed voor een derde van de Russische wapenuitvoer. Russische technici bouwen in de buurt van Shanghai een kernreactor en een afzonderlijke site voor de verrijking van nucleaire brandstof. Jeltsin verwees naar de nieuwe wereldorde als zijnde « historisch » en het begin van een « strategisch partnership ». De vijfde Chinees-Russische top in zes jaar tijd, in november 1997, onderstreepte eens te meer het belang dat de twee partners hechten aan een nog nauwere samenwerking. De ondertekening van een verklaring die de 4.300 kilometer grens vastlegt en het akkoord dat de economische samenwerking beoogt te intensifiëren, vormen een tastbare uiting van de groeiende toenadering tussen beide landen.

Het scenario gaat dan ook als volgt : terwijl de voormalige USSR van Gorbatsjov en het Rusland van Jeltsin mekaar na heel wat interne turbulentie op natuurlijke wijze als Europese macht zijn opgevolgd, wenst datzelfde Rusland vandaag een Aziatische macht te worden. Rusland is vastberaden om steeds meer toenadering te zoeken tot het Oosten, vooral met China, India, Japan en de landen van de ASEAN, om de dreiging van de Navo volledig te dwarsbomen. Terwijl de Verenigde Staten, Rusland en China via topontmoetingen trilaterale relaties onderhouden en bilaterale, vooral handelsovereenkomsten hebben, pogen Rusland en China nog nauwere banden te smeden. Hoewel het afhankelijk is van de hulp van de Verenigde Staten is Rusland tot een overeenkomst gekomen met Duitsland en Frankrijk om regelmatig trilaterale ontmoetingen te houden.

Vandaag zijn de Verenigde Staten de eerste imperialistische macht en eveneens een nucleaire supermacht. De enige andere macht die in staat is de Verenigde Staten in een oorlog uit te dagen, is Rusland, de andere nucleaire supermacht. Alleen deze twee machten zijn in staat om elkaar én alle ander landen te vernietigen.

Het strategische overleven van een supermacht of van een grootmacht of een belangrijke macht, kan niet afgemeten worden in een tijdsspanne van enkele maanden of jaren. De bipolaire wereld is ontstaan in het eerste kwart van de 20ste eeuw, net na de Oktoberrevolutie van 1917 en kwam in 1945, vlak na de Tweede Wereldoorlog dus, heel duidelijk naar voor. De basis van deze bipolaire verdeling was ideologisch, politiek, economisch en militair. De positie van de twee supermachten – de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie – als leiders van de bipolaire wereld, werd versterkt door de komst van kernwapens en lange-afstandsraketten die ervoor zorgden dat het strategische landschap gecreëerd door de bipolariteit van de wereld helemaal verschillend was van dat van de 18de en de 19de eeuw of van de eerste helft van de 20ste eeuw.

Terwijl Rusland het laatste decennium of, veeleer sedert zijn opkomst onder een nieuwe vorm, niet offensief is tussengekomen op het internationale strijdtoneel, zoals zijn voorganger, de USSR, dat in Afghanistan en op enkele andere plaatsen van de wereld had gedaan, deden de Verenigde Staten van hun kant dat op talrijke plaatsen wel, ondermeer laatst in Irak. Maar Rusland is nog niet afgestapt van zijn concurrentiepolitiek ten overstaan van de Verenigde Staten : het is van plan om zijn petroleum in euro’s te verkopen in plaats van in dollars omdat het weet dat dit, zowel voor Rusland als voor de eurozone, een minimale economische winst zal opleveren. Rusland doet dat in samenwerking met Frankrijk en Duitsland met als doel de dollar te ondermijnen. De dollar lijdt op dit ogenblik dus onder een beleg zonder voorgaande.

De reden waarom talrijke personen tot de conclusie kwamen dat het huidige Rusland, als opvolger van de voormalige USSR, geen supermacht meer is, hoewel het de nucleaire macht van de USSR heeft behouden, is dat Rusland zijn economische macht verloren heeft. Dit argument is geldig in die zin dat militaire macht ondersteund moet worden door een even efficiënte economie, maar waar deze mensen geen rekening mee houden, is met de economische filosofie van de bewapening.

De wapenindustrie is veruit de belangrijkste industrie ter wereld. Voor elke dollar die in de jaren 1970 besteed werd aan ontwikkeling, hebben de Verenigde Staten 24 dollar besteed aan het ontwikkelen van wapens, terwijl, tijdens dezelfde periode, de voormalige Sovjet-Unie voor elke roebel besteed aan ontwikkeling, er 180 uitgaf aan bewapening. (Stockholm International Peace Research Institute, jaarverslagen 1980 & 1981). De laatste drie of vier jaar waren de Verenigde Staten of Rusland afwisselend telkens de eerste wapenhandelaar van deze planeet. De verkoop van wapens aan de onderontwikkelde wereld gebeurt in volledige overeenstemming met hun koude oorlogspolitiek die gunstig is voor conflicten bij volmacht. (…)