Bijdrage op het 12de Internationaal Communistisch Seminarie
"De Marxistisch-Leninistische Partij en het anti-imperialistisch front tegen de oorlog "
Brussel, 2-4 mei 2003

www.icsbrussels.org , ics[at]icsbrussels.org

Oleg Sjenin, Voorzitter van de Raad van de Unie der Communistische Partijen – Communistische Partij van de Sovjet-Unie, Eerste Secretaris van het Centraal Comité van de Communistische Partij van de Unie

De rol van J.V. Stalin en de Communistische Partij van de Sovjet-Unie (Bolsjewistisch) in de grote patriottische oorlog 1941-1945

De laatste tijd duiken er steeds meer bewijzen op van wat er gebeurt als het kapitalisme de grenzen van zijn ontwikkeling bereikt. De tegenstelling tussen de steeds socialere productie en de privé-toe-eigening ervan wordt steeds schrijnender, onhoudbaarder. Het imperialisme kan slechts door een nieuwe oorlog uit een reeks crises raken. 20 maart 2003 zal voor altijd de geschiedenis van de mensheid ingaan als de dag van de vernietiging (en de schaal hiervan is nog niet gekend) van de vrede, die gedurende 57 jaar bestaan heeft.

V.I. Lenin benadrukte volledig terecht: "Het kapitalisme zal niet op vredevolle wijze ten einde komen. Het leidt ofwel direct naar de opstand tegen het juk van het kapitaal, ofwel naar hetzelfde resultaat via de trieste, erge, pijnlijke weg van de oorlog".

De sovjetmarxisten hebben verscheidene malen de mythe weerlegd dat met de vernietiging van de USSR en de aanhoudende wil van de VS om een unipolair systeem te ontwikkelen onder hun heerschappij het leven op aarde zekerder en geregelder zou worden. Integendeel, we werden krachtig geschokt door de tendens naar imperialistische bezettingsoorlogen, die erop gericht zijn de wereld te herverdelen.

De barbaarse aanval tegen Joegoslavië zonder enig VN-mandaat van vier jaar geleden was het uittesten van de oorlog, een uitproberen van de krachten van het ultra-imperialisme. En toch brachten drie maanden van bombardementen de ‘triomf’ niet dichterbij. De val van Belgrado kwam er pas nadat het ‘geallieerde’ regime van Russische compradores de Joegoslaven had verraden. Vandaag staat Joegoslavië niet meer op de wereldkaart – zonder twijfel is dit slechts tijdelijk. Maar de laatste eerste minister ervan is reeds niet meer in leven, hij die het land slaafs volgens de plannen van het Westen heeft verbrokkeld en in het geheim Slobodan Milosevic heeft uitgeleverd aan het tribunaal in Den Haag. Deze verrader heeft zijn verdiende loon gekregen.

De complexe, grootschalige provocatie van 11 september 2001 en de daaropvolgende aanval van de VS op Afghanistan vormden het begin van een niet-verklaarde derde wereldoorlog. Deze is nu een nieuwe fase binnengetreden. Het wereldzionisme bevindt zich opnieuw in de coulissen van de gebeurtenissen. In hun belang werden de ontwapeningsverplichtingen van Israël (300 kernkoppen) begraven, net als de plannen voor een onafhankelijke Arabische staat in Palestina. De inzet is niet alleen Irak en het Nabije Oosten, maar de hele wereld. Het doel van deze aanval: de Verenigde Naties Organisatie en haar Veiligheidsraad sterk te discrediteren en verzwakken, de uitkomst van de Tweede Wereldoorlog herzien, en de constructie van een wereld op z’n Amerikaans af te dwingen met nieuwe wapentypes, beslissende stappen zetten om de volledige en ongelimiteerde werelddominantie te bereiken.

Dit kan zelfs de oude bondgenoten van de VS niet aangenaam in de oren klinken. Daarom waren voor de eerste maal ernstige verschillen merkbaar tussen de VS en belangrijke Europese landen. Voor de eerste maal is de eenheid van de Navo gebroken. Voor de eerste maal was de Europese Unie de splitsing nabij. Voor de eerste maal tenslotte vielen de voorbereidingen en het begin van de aanval zo’n enorme verontwaardiging te beurt van alle volkeren van de wereld. Uiteindelijk kunnen al deze tegenstellingen alleen maar scherper worden.

Onder deze nieuwe historische omstandigheden is de uitbouw van een strategie en tactiek van gepaste acties van de internationale communisten- en arbeidersbeweging van uitzonderlijk belang, omdat de oorlog alle tegenstellingen en antagonismen van de kapitalistische wereld tot het uiterste beklemtoont. Tegen de wil in van de aan de macht zijnde regimes rijpt de revolutionaire situatie snel. Daarom is het belangrijk lessen te trekken uit het verleden.

Door de ervaringen van de strijd van de Bolsjewistische partij om de Sovjetmacht in Rusland te verzekeren te analyseren, kwam V.I. Lenin tot de conclusie dat de verdediging van het vaderland dat door de arbeiders op de kapitalisten en de grootgrondbezitters gewonnen was, een objectieve historische wet is: "De dominante klasse, het proletariaat, als het wil heersen en als het heerst, moet dit ook door zijn militaire organisatie bewijzen."

De precisie, aandacht en doorzettingskracht van Lenin in zijn formulering van en het debat over de fundamentele problemen van de verdediging van het land waar de arbeiders overwonnen hadden, komen naar voor in de 14 plenums van het Centraal Comité onder zijn voorzitterschap alleen al van het jaar 1919, en in de 40 zittingen van het Politbureau van het CC van de CPSU (b), waar onder andere militaire problemen werden aangepakt.

Dus in een tijd waarin de klassenstrijd in volle hevigheid woedde, was de militaire situatie van de maatschappij een prioriteit. Zoals anderen verwierf J.V. Stalin buitengewone methodes om het land te leiden onder burgeroorlogsomstandigheden, maar in tegenstelling tot heel wat anderen bestudeerde hij zorgvuldig de krijgskunde, en paste hij tegelijkertijd de principes ervan toe in het staats- en politieke werk. Hij heeft nooit in het leger gediend en had geen militaire opleiding genoten, maar hij heeft om zo te zeggen in de praktijk de militaire academie doorlopen. Dit was des te waardevoller omdat het vaak niet alleen nodig bleek de militaire factoren te bestuderen, maar ook de sociale en politieke factoren. Net gedurende die jaren werden de principes van zijn toekomst als strateeg gevormd.

Op 29 mei 1918, toen de troepen van de Witten zich langs de Wolga op het oosten en het zuiden wierpen en ermee dreigden het centrum van Rusland af te snijden van de graanrijke gebieden, benoemde de regering Stalin tot algemene chef van de bevoorrading van het zuiden van Rusland. Op 4 juni kwam Stalin aan te Tsaritsin. Volgens de herinneringen van Raskolnikov "deed Stalin alles in Tsaritsin: hij was gemachtigde van het Centraal Comité, lid van de revolutionaire militaire Raad, hij leidde het werk van de partij en de sovjet… Hij loste alle vragen op, als altijd, op collegiale wijze, in nauwe samenwerking met de plaatselijke instellingen, wat indruk op hen maakte, en hij versterkte zijn doorslaggevende autoriteit nog."

De verdiensten van Stalin en zijn bekwaamheid om militaire problemen op te lossen, werden op 30 november 1918 erkend toen hij benoemd werd tot plaatsvervangend voorzitter van de net opgerichte Raad der verdediging van de arbeiders en boeren. Dit nieuwe beleidsorgaan, met aan het hoofd Lenin, was het belangrijkste militaire, economische en planificatorisch hart geworden tijdens de burgeroorlog en nam de activiteiten van de Militaire Revolutionaire Raad van Trotski onder controle, waardoor deze laatste omzeild werd.

Op 5 januari 1919 werd Stalin met Dzerjinski gestuurd naar het oostfront waar Koltsjak aanviel. De aanbevelingen van de commissie vormden de basis van de ontwikkeling van een ‘regulier leger dat zeer gedisciplineerd was’. Stalin sprak hierover op het achtste partijcongres. Vijf dagen later, op 30 maart, werd hij benoemd tot commissaris van de staatscontrole door een arrest van het uitvoerend centraal comité.

Op 17 mei stuurden het CC van de partij en de Defensieraad Stalin naar het front van Petrograd om te vechten tegen Oudenitsj. Op 3 juli, toen het gevaar in Petrograd geweken was, keerde Stalin naar Moskou terug, maar reeds op 9 juli werd hij naar het westelijk front gestuurd, en op 26 september naar het front in het zuiden, waar Denikin naar Moskou marcheerde. Op 27 november kende het presidium van het uitvoerend centraal comité Stalin de orde van de militaire rode vlag toe, als erkenning van zijn diensten tijdens de verdediging van Petrograd en de organisatie van de aanval aan het zuidelijk front.

Net tijdens de burgeroorlog slaagde Stalin erin de fundamentele stellingen van de politieke strategie en tactiek te ontwikkelen doorheen zijn werk, gebaseerd op de principes van het Leninisme: op het beslissende moment de belangrijkste krachten concentreren op de kwetsbaarste plek van de tegenstander, de keuze van het juiste moment voor de beslissende klap, de onwankelbare uitvoering van de uitgestippelde koers doorheen alle moeilijkheden, het trainen van de reservetroepen, "berekend op een correcte terugtrekking als de vijand sterk is, als de terugtrekking onvermijdelijk is", deze gevechts- en organisatievormen die overeenkomen met de concrete omstandigheden naar voor schuiven, "op om het even welk ogenblik die schakel van de keten vinden die het mogelijk maakt de hele keten te behouden en de omstandigheden voor te bereiden om strategisch succes te behalen".

Na het einde van de burgeroorlog maakte de landbouw ongeveer 65% van de productie van 1913 uit, en de zware industrie een beetje meer dan 10%. Meer dan 70.000 km spoorweglijn en ongeveer de helft van het net waren buiten dienst. Het systeem van heffingen en herverdeling van landbouwproducten voldeed niet meer. Tsioeroepa heeft gezegd: "Overal demoralisering, desorganisatie en vernietiging van ons systeem… Alleen al aan het Oekraïense bevoorradingsfront werden 1.700 landbouwcoördinatoren gedood". Daarom werd op het tiende partijcongres zo goed als zonder discussie de overgang naar heffingen in natura en naar marktverhoudingen beslist.

Stalin beschouwde de NEP (Nieuwe Economische Politiek) als een onmisbaar uitstel. Door maatregelen voor te stellen om de internationale situatie van het land te verlichten legde hij de nadruk op steun aan de nationale bevrijdingskrachten in het oosten. Op de eerste plaats stelde hij niet de ‘hulp aan de proletarische revolutie in het westen’ voor, maar het gebruik van de tegenstellingen tussen de dominante kapitalistische landen. Dit vooronderstelde de noodzaak om "vormen en methoden te zoeken voor economische samenwerking met westerse vijandige kapitalistische groepen". Maar de akkoorden over de concessies en de handel met een reeks kapitalistische landen sloot de openlijke hulp aan het proletariaat daar uit.

In 1926 verscheen in Munchen het tweede deel van het boek ‘Mein Kampf’ van Hitler, waarin de toekomstige führer orakelde: "Wij zullen de seculiere Duitse beweging naar het zuiden en het westen van Europa stoppen, en onze blikken richten op de landen van het oosten… Wanneer wij vandaag spreken over het Europese territorium, kunnen wij voor alles denken aan Rusland en de aangrenzende staten, deze vazallen." Dit werd opgemerkt en geapprecieerd door het internationale kapitaal. Binnen de zes maanden vormden de nationaal-socialisten al een invloedrijke politieke kracht in het land.

De gouverneur van de staat New-York, Roosevelt, die later president van de VS zou worden, schreef in 1930: "Zonder enige twijfel zullen de communistische ideeën aan belang winnen in ons land als we er niet in slagen de oude ideeën over democratie aan te houden". De val van het communisme zag hij als zijn doel. Churchill paste zijn positie aan als vurige vijand van het communisme en de Sovjet-Unie.

Onder deze moeilijke omstandigheden voor de toekomst van ons land en de communistische partij begrepen niet alle leiders ervan even goed de juiste weg naar de ontwikkeling. Trotski, die de partizanen had aangetrokken door de bedrieglijke glans van het extreem gauchisme, voorspelde de onvermijdelijke nederlaag van de USSR in de dreigende oorlog met het wereldkapitaal, en met een maximale, maniakale vasthoudendheid riep hij op tot het inzetten van de ‘permanente’ wereldrevolutie. Hoe onderscheidt dit zich van de huidige ‘gauchisten’, die oproepen tot een ‘nieuwe globale revolutie’, of van de extreemrechtsen die oproepen tot de gewelddadige, onmogelijke deportatie van allen die aangetrokken werden door alle verlokkingen van de ‘democratie’?

De ‘communisten’ van rechts, die de ‘linksen’ van hun tijd waren, zoals Boekharin, dachten dat de groei van de landbouwproductie en de lichte industrie eerste prioriteit had. Ze lanceerden de slogan: "verrijk u". Hun politieke erfgenamen van vandaag die zich graag communisten noemen maar in feite opportunisten zijn, zijn net zoals hij. Zij stellen zich geen andere manieren voor om het socialisme te bereiken dan via de omvorming van de burgerlijke maatschappij, door de ‘reglementering van het marktelement op wetenschappelijke basis".

Nog in 1929 verzekerde Stalin dat Boekharin een ‘theoreticus zonder dialectiek’ was, een ‘scholastische theoreticus’. Hij formuleerde de vraag aldus: "ofwel de theorie van Marx van de klassenstrijd, ofwel de theorie van de integratie van het kapitalisme in het socialisme; ofwel de onverzoenbare tegenstelling van de belangen der klassen, ofwel de theorie van de harmonie van de klassenbelangen". (Deze laatste ‘theorie’ vormt de basis van de pas door de voorzitter van de Staatsdoema opgerichte partij, die onlangs nog ‘communistisch’ werd genoemd).

Het is dus geen toeval dat enkel de echte leninisten, waarvan Stalin de eerste was, de enige weg wisten te vinden om de onafhankelijkheid en het overleven van het land te behouden. Dat was de weg van de opbouw in een zo kort mogelijke tijdspanne, van het socialisme in één enkel land. De weg van de constructie ervan, van de materiële basis, en de creatie van de nieuwe mens, de mens van de socialistische maatschappij, die trouw is aan de ideeën van het socialisme en het internationalisme, en tegelijkertijd aan de idee van de onvoorwaardelijke verdediging van de verwezenlijkingen van het socialisme in zijn geboorteland. Het is net daarop dat de inspanningen van de communistische partij gericht waren onder leiding van Stalin. Dat heeft het enorme succes uitgemaakt van de enorme bloei van de cultuur van de hele bevolking, van de indrukwekkende verwezenlijkingen in de sovjetliteratuur en –kunst op wereldniveau.

Dat Hitler aan de macht kwam was volgens Stalin een "teken dat de burgerij geen uitweg meer vindt in de huidige situatie op basis van een vreedzame buitenlandse politiek, en ze dus gedwongen is haar toevlucht te nemen tot de politiek van de oorlog". Na 1933 werd 78% van alle langetermijnkredieten van de Duitse monopolies ter beschikking gesteld van de VS. Het aandeel der militaire uitgaven van Japan steeg tussen 1934 en 1938 van 43% naar 70%, in Italië van 20% naar 52%, en in Duitsland van 21% naar 61%. Het fascisme werd geleidelijk en opzettelijk versterkt. Daarom legde Stalin de creatie van een "graanproductiecentrum langs de Wolga" op. Er werd zeer veel belang gehecht aan de zware industrie, de basis van de oorlogsindustrie.

De vervalsers van de Sovjetgeschiedenis huilen krokodillentranen om de slachtoffers, waaronder militaire kaders, van de repressie in de vooroorlogse periode. Vandaag is bewezen dat Toukhatchevski, Yakir en anderen Duitse agenten waren. Het is niet toevallig dat Chroesjtsjov in 1956 er geen woord over durfde te zeggen. Dat de gewapende krachten, zij het niet zonder fouten, gezuiverd werden van samenzweerders en buitenlandse agenten, is een grote verdienste van de Sovjetleiding. Het zou anders onmogelijk geweest zijn het land voor te bereiden op de verdediging. Als men dit niet had gedaan, zouden er tijdens de oorlog veel Vlasovs geweest zijn.

De resultaten van het tweede vijfjarenplan tonen een technisch-wetenschappelijke herbewapening aan van de Sovjetindustrie. Het analfabetisme bij mensen onder de vijftig werd uitgeroeid, meer dan 10 miljoen mensen begonnen intellectuele arbeid te verrichten. De stakhovistische beweging leidde tot een toename met 82% van de arbeidsproductiviteit. Geopoliticus Huntigton, die een notoir tegenstander was van de communistische ideologie, schatte de triomf van de Russen op de ‘moeilijke natuurlijke omstandigheden van Noord-Eurazië" hoog in, en plaatste de modernisering van de nationale economie van de USSR op één lijn met de "ontdekking van het vuur door onze voorvaderen".

En toch bleef de USSR op essentiële vlakken van bewapening achter op Duitsland, vooral dan wat betreft de luchtmacht, wat duidelijk werd in Spanje. J.V. Stalin slaagde er onder moeilijke omstandigheden in de tegenstellingen tussen de imperialisten maximaal uit te buiten. Om te beginnen werd, volledig terecht trouwens, na de veelvuldige uitstellen van Engeland en Frankrijk op 23 augustus 1939 het niet-aanvalsverdrag afgesloten met Duitsland. Hierdoor kon niet alleen de aanvang van de oorlog uitgesteld worden, maar konden ook de westelijke grenzen van de USSR verplaatst worden en de in 1920 in westelijk Oekraïne, westelijk Wit-Rusland en Bessarabie verloren gebieden gerecupereerd worden.

Volgens de memoires van V.M. Molotov "Dwong Stalin Hitler het niet-aanvalsverdrag te ondertekenen zonder het minste overleg met de Japanse bondgenoten. Dit lokte een grote woede uit van Tokio, iets waarop we gerekend hadden. Dit bepaalde het succes van de onderhandelingen met de Japanse minister van buitenlandse zaken Matsuoka in Moskou van april 1941". Het is dan dat Matsuoka en Molotov een niet-aanvalsverdrag ondertekenden zonder voorafgaand overleg van de Japanners met Duitsland, waartoe ze volgens het tevoren afgesloten antikominternverdrag verplicht waren. Op 13 april 1941 vergezelde Stalin zelf de Japanse minister naar het station, iets wat hij voorheen nooit gedaan had. Molotov schrijft: "De trein had een uur vertraging. Samen met Stalin schonken we gul bier, en we hebben hem bijna in de trein moeten dragen. Dit afscheid heeft er goed voor gezorgd dat Japan niet is beginnen vechten tegen ons".

In september-oktober 1939 werden de akkoorden van onderlinge hulp ondertekend tussen de Sovjet-Unie, Estland, Letland en Litouwen. Er was hierdoor nog geen sprake van de ‘sovjetisering’ van deze Baltische staten. Maar aangezien de zeven maanden durende onderhandelingen met de Finse regering op niets uitdraaiden en de oorlog begon op 30 november, wat de USSR niet alleen grote verliezen opleverde, maar ook de uitsluiting uit de Volkenbond. Maar de grens nabij Leningrad werd naar het noorden opgeschoven.

Pas na de aanval van Hitler tegen Nederland, België en Luxemburg, zijn bezetting van Frankrijk en de creatie van een klassieke revolutionaire situatie in de Baltische republieken werd begonnen met hun sovjetisering. De verkiezingen van 14-15 juli 1940 bezorgden de arbeidersverenigingen een absolute overwinning, van 93% in Estland tot 99% in Litouwen. En hoewel de nieuw opgekomen burgerij deze verkiezingen als ‘illegaal’ probeert voor te stellen, kan niemand aantonen dat ze vervalst waren. Op 3, 5 en 6 augustus 1940 nam de Opperste Sovjet van de USSR een resolutie aan ter aanvaarding van de drie nieuwe republieken in de Unie. Op 2 augustus werd de intrede van Moldavië in de USSR goedgekeurd. Van bij het begin traden Bessarabie en de autonome republiek van Moldavië, het huidige Pridniester, in deze nieuwe republiek van de USSR in.

In de dankzij het niet-aanvalsverdrag gewonnen tijd, werd de oorlog nog intensiever dan ooit voorbereid. In deze periode werden zo goed als alle moderne wapentypes ontwikkeld en in productie gebracht. Hierbij werd zelfs het wereldniveau overtroffen, en vanzelfsprekend het Duitse niveau, wat een niet zo aangename verrassing betekende voor de fascistische Duitse troepen op het slagveld.

Op 5 mei 1941, na een ontmoeting met de laureaten van de militaire academiën, verklaarde Stalin dat de oorlog met Duitsland niet te vermijden was. "Wij, communisten zijn geen pacifisten, wij zijn altijd gekant geweest tegen onrechtvaardige oorlogen, imperialistische oorlogen voor de verdeling van de wereld, oorlogen voor de onderwerping en de uitbuiting van de werkende mensen. Wij zijn altijd voor rechtvaardige oorlogen geweest, voor de vrijheid en de onafhankelijkheid van de volkeren, voor de bevrijding van de volkeren van de kapitalistische uitbuiting, voor de meest gerechtvaardigde oorlog, die van de verdediging van het socialistische vaderland."

Een maand voor de USSR aangevallen werd door de Hitleriaanse bezetters, eind mei 1941, vond een uitgebreide zitting van het Politbureau van het CC van de CPSU (b) plaats, waar de toestand van de buitenlandse en militaire politiek geanalyseerd werd. Het land was er nog niet klaar voor om zich krachtig te verzetten tegen het fascistische Duitse leger dat reeds opnieuw gemobiliseerd was. Het had reeds heel westelijk Europa onderworpen en alle middelen van de Europese landen ten dienste gesteld van het Duitse imperialisme, wat de sterkte van Duitsland nog vergrootte. Toentertijd had het fascistische leger in Europa veel ervaring opgedaan in de moderne oorlogsvoering, en aan de grenzen stonden meer dan 300 tot de tanden gewapende divisies te wachten, klaar om aan te vallen.

Toen hij het bilan opmaakte van deze bijeenkomst van het Politiek Bureau van het CC van de CPSU (b) merkte Stalin op dat "de periode 1939-1941 de gerechtvaardigdheid bevestigd had van de door de partij gevolgde weg ter voorbereiding van het land om zich met alle mogelijke middelen te verdedigen. Wij hebben een sterke economische basis gecreëerd om aan de aanvallen te weerstaan, dat is het eerste. Ten tweede hebben we ons elke dag bekommerd om de gewapende krachten zodat we een sterk en combattief leger hebben gevormd dat we hebben opgeleid om het vaderland te verdedigen. De geschiedenis leert ons dat als men geen zorg besteedt aan het leger en als men het geen morele steun verleent, er een andere moraal ontstaat, het leger gedemoraliseerd raakt. Het leger moet baden in goede zorgen, de liefde van het volk en van de regering – daarin schuilt de hoogste morele kracht van het leger. Het leger moet vertroeteld worden. Daarin zit het succes, de overwinning."

En Stalin legde het leger in de watten en leerde het ganse sovjetvolk hetzelfde doen. Het Rode Leger – later het sovjetleger – was het verwende kind van het sovjetvolk en werd onoverwinnelijk! "Het is ideaal wanneer de generaal en de politicus ‘verenigd’ zijn in één persoon. De politicus-strateeg, die de internationale politiek moet kennen, moet zich de binnenlandse situatie van zijn land eigen maken. Hij moet er de economische mogelijkheden van kennen, de binnenlandse politieke omstandigheden en de geest van het volk." (Clausewitz). Stalin voldeed helemaal aan de vereisten van deze Duitse militaire historicus en theoreticus.

In de loop van de voorbereiding van het land op de verdediging nam het Politbureau van het CC van de CPSU (b) een reeks belangrijke beslissingen om de partij-invloed in het sovjetleger te versterken. Zo bijvoorbeeld het ‘onthaal van rode soldaten in de partij’, ‘het werk onder de jonge communisten in het Rode Leger’, ‘de selectie van 4.000 communisten voor politiek werk binnen het Rode Leger’.

Toentertijd, toen op 22 juni 1941 het Duitsland van Hitler ons land lafhartig aanviel, en even lafhartig het niet-aanvalsverdrag schond, stond het Rode Leger in den beginne weigerachtig om zich terug te trekken en voerde verbeten strijd. Op 24 juni 1941 werd de Raad voor de evacuatie opgericht, met L.M. Kaganovitch aan het hoofd. In juli-augustus 1941 nam Stalin alle bevelhebbende posten in in de gewapende krachten van het land, aangezien hij duidelijk niet tevreden was over het werk van het ministerie van Defensie. Op 10 juli verving Stalin Timoshenko in het kader van de hervorming van het opperbevel. Op 19 juni werd Stalin minister van Defensie en op 8 augustus opperbevelhebber.

In oktober, tijdens zwaarste dagen, verscheen Stalin volgen ooggetuigen, zijn gardes, vaak in de straten van Moskou, omdat de mensen moesten kunnen zien dat hun leider met hen was.

In onze tijd verscheen Saddam Hussein live drie uur na het begin van de Anglo-Amerikaanse aanval en riep de bevolking op tot de heilige oorlog, wat zeer karakteristiek is. Het einde van de boodschap, "dood aan de agressor!", komt overeen met de militaire oproepen van de staf zestig jaar geleden: "dood aan de Duitse bezetter!". En we zien nu reeds dat de Amerikanen er niet echt op gerekend hadden ondanks een tienjarige blokkade en een langdurige topspionage zo’n woeste weerstand te ontmoeten van de troepen en het volk van Irak. De gok van de ‘blitzkrieg’ is mislukt. De imperialisten hadden duidelijk het vel van de beer reeds verkocht voor die geschoten was.

Maar in 1941 verklaarden de heren Roosevelt en Churchill onmiddellijk na de aanval van Hitler op de USSR zich bereid ons land te helpen. Op dat ogenblik schatten hun militairen onze kansen laag in. De Amerikanen gaven Hitler drie maanden en de Engelsen zes weken om de USSR te vernietigen. Niemand geloofde in de capaciteiten van de USSR om lang stand te houden.

Maar de mening van de westerse politici veranderde na de eerste ontmoeting tussen Stalin en Hopkins op 30 juli. Stalin slaagde erin de geallieerden te doen geloven in een lange oorlog en in grote vooruitzichten voor het Rode Leger. Hij bracht onmiddellijk aan Roosevelt over dat hij "in eender welke sector van het Russische front Amerikaanse troepen volledig onder Amerikaans bevel zou verwelkomen". Op 3 september, in een brief aan de Engelse eerste minister, Churchill, stelde Stalin voor om "reeds dit jaar een tweede front te creëren ergens in de Balkan of in Frankrijk". Op 13 september schreef hij Churchill: "Ik denk dat Engeland zonder gevaar 25-30 divisies zou kunnen inzetten in Arkhangelsk of ze anders via Iran naar de zuidelijke delen van de USSR te voeren voor een militaire samenwerking met de Russische troepen..." Maar de geallieerden waren niet gehaast te helpen...

Reeds op 28 september tijdens het onderhoud met Harriman en Beaverbrook wierp Stalin niet meer de vraag op van het tweede front, maar vroeg de Engelsen steun in de Oekraïne. Toen Lord Beaverbrook sprak van de Engelse interesse om troepen naar de Kaukasus te sturen, merkte Stalin op: "in de Kaukasus woedt er geen oorlog, maar in Oekraïne wel". Hij gedroeg zich niet als een gelaten zakenman, maar als een autoritaire leider. Hij vroeg niet om hulp, hij eiste deze met nadruk en gestrengheid, terwijl hij de minste pogingen om het volume aan wapenleveringen en strategisch materiaal te verminderen veroordeelde. Het is interessant te weten dat de zo geroemde militaire hulp van de geallieerden aan de USSR slechts 3% van de eigen militaire productie in oorlogstijd bedroeg. Het is desalniettemin waar dat dit deel veel hoger was tijdens de eerste en ergste oorlogsjaren, toen onze oorlogsindustrie nog niet op volle kracht draaide.

In de voorbereiding van deze of gene operatie riep de staf alle officieren van het hoofdkwartier één voor één bij zich om enkele uren met hen te werken. Dit ging zo goed dat op het moment dat hij de commandanten van het front ontmoette, hij volledig op de hoogte was, en voorbereid was op het nemen van beslissingen. Stalin vond het belangrijk om persoonlijk met deze mensen contact te hebben. Dit liet hem toe de essentie van de problemen beter te kennen, de uitvoering van plannen te controleren en zijn mening te geven aan belangrijke specialisten, maar ook van henzelf te leren. Zo goed als alle beslissingen werden genomen na collegiaal beraad, waaraan de competentste en verantwoordelijkste mensen deelnamen.

Tijdens de plechtige bijeenkomst van 6 november 1942 verklaarde Stalin: "Het Rode Leger draagt de gehele last van de oorlog tegen het Hitleriaanse Duitsland en hun bondgenoten op zijn schouders. Geen enkel ander land, geen enkel ander leger zou kunnen weerstaan hebben aan zo’n wilde bende germano-fascistische criminelen... En hen niet alleen weerstaan, maar ook verslaan... De dag is niet meer veraf dat de vijand zal kennismaken met de kracht van de nieuwe klappen die het Rode Leger zal uitdelen. En dan zal het feest zijn in onze straten!" Stalin benadrukte voortdurend de superioriteit van het sovjetland over de vijand op moreel en spiritueel vlak, een superioriteit waarzonder de overwinning niet mogelijk zou geweest zijn.

Churchill herinnerde zich na de ontmoetingen in Moskou in augustus 194é dat Stalin hem "veel onaangename dingen" gezegd had, vooral dan over dat wij "te bang waren geweest om tegen de Duitsers te vechten, dat we onze belofte om een tweede front te openen hadden gebroken, en over onze leveringen aan Rusland." Tezelfdertijd gaf Stalin te verstaan dat hij de oprechtheid van de spreker waardeerde, toen hij zei: "wij geven de voorkeur aan verklaarde vijanden boven vrienden die slechts doen alsof".

Toen de USSR tenslotte alleen tegen de germano-fascistische troepen begon te vechten, wat het onnoemelijke verliezen en opofferingen kostte, kreeg Stalin de kans om met de geallieerden te onderhandelen vanuit een machtspositie, om hen de voorwaarden ervan te dicteren, om de wereldconstructie te voorzien van een nieuwe architectuur. Minder dan vier jaar na de uitsluiting van de USSR uit de Volkenbond zochten Roosevelt en Churchill steun bij de USSR voor de oprichting van een nieuwe wereldorganisatie, die gerechtigd was troepen te sturen naar om het even welk gebied van de planeet. Ferm en zonder te buigen stond Stalin op de veiligheid van de sovjetgrenzen. Te Teheran herhaalde hij wat hij al in Eden gezegd had in december 1941: "De Russen beschikken niet over ijsvrije havens aan de IJszee ... Daarom komt de Russen de ijsvrije havens van Königsberg en Memel toe, en het overeenkomstige deel van het terrein van oostelijk Pruisen. Meer nog gezien dit historisch Slavische gebieden zijn." Churchill, die voor Stalingrad en Koersk weigerde de erkenning van de westelijke grens van Rusland van 1940 zelfs maar te onderzoeken, was verplicht te antwoorden: "Dat is een zeer interessant voorstel, dat ik zonder fout zal overwegen".

De huidige Russische politici zijn bereid Kaliningrad aan zijn lot over te laten, dat met zoveel moeite veroverd werd. Preciezer, ze zijn bereid het zomaar aan Duitsland te serveren. Ze bekommeren zich zelfs helemaal niet over dat gedeelte van Litouwen, Klapeida (Memel), dat Stalin (voor de Russen!) verkregen had toen de Litouwse autoriteiten vernederende eisen stelden voor de doortocht van Russische inwoners.

Met een maniakale vasthoudendheid probeert de burgerij de mythe over de ‘wreedheden van Stalin’ in het gemeenschappelijke geweten te griffen, over de executie van 10.000 Poolse officieren door troepen van het ministerie van binnenlandse zaken in april 1940 in de bossen van Katyn, nabij Smolensk. Verblind door een wild anticommunisme heeft de regering Jeltsin deze vervalsing in 1993 erkend, omdat ze politieke belangen had bij deze provocatie. Nochtans hebben de internationale experts van de door de Duitsers naar Katyn gestuurde commissie nog voor de bevrijding van Smolensk door het Rode Leger geconstateerd dat de kogels van het Duitse merk ‘GEZO’ waren, serie D, kaliber 7,65. Op 8 mei 1943 schreef de pathologische leugenaar Goebbels in zijn dagboek: "Jammer genoeg werden in de putten van Katyn Duitse munitie gevonden... Als de vijand dit te weten komt, moeten we de geschiedenis van Katyn volledig ontkennen." Het is vooral deze versie waarop de nadruk werd gelegd door de Poolse emigratie, de ‘regering in ballingschap’ van Sikorsky. Stalin heeft duidelijk verklaard: "Wij zullen Polen ontdoen van de geëmigreerde regering", en hij verwierp categoriek "de druk op de sovjetregering om hen de territoriale terugtrekkingen in het belang van sovjet-Oekraïne, sovjet-Wit-Rusland en sovjet-Litouwen af te nemen". Roosevelt verklaarde in een intiem onderhoud dat een belangrijk deel van zijn kiezers van Poolse en Baltische origine was... en dat hij "persoonlijk akkoord ging met Stalin wat betreft de verplaatsing van de Pools-Russische grens naar het oosten... maar dat hij zo’n akkoord niet openlijk kon doordrukken nu."

Naar Harriman zich herinnert vroeg Roosevelt op dit ogenblik aan Stalin of men de volkeren van Estland, Letland en Litouwen hun zelfbeschikkingsrecht niet moest laten uitoefenen. Stalin antwoordde dat in het verleden Groot-Brittannië en de VSA de bondgenoten waren van tsaristisch Rusland, waarin de Baltische volkeren geen enkele autonomie hadden, maar dat toen niemand de vraag van de publieke opinie stelde. Stalin verzekerde Roosevelt dat de bevolking van de Baltische republieken veel mogelijkheden hadden om hun wil uit te drukken binnen de sovjetconstitutie, maar hij verwierp het voorstel van een internationale controle op de uitdrukking van hun wil.

Harriman verklaarde de ‘meegaandheid’ van Roosevelt vanuit zijn nood om de steun van Stalin te verkrijgen in het uitbouwen van de nieuwe internationale organisatie van de Verenigde Naties. Stalin stelde Roosevelt veel vragen over de VNO, maar steunde in principe dit initiatief. Dit alles wees erop dat de verhoudingen van de wereldmacht aanzienlijk veranderd waren ten voordele van de USSR.

Stalin had in dit kleine collectief duidelijk de plaats van de informele leider. Als hoofd van een macht in oorlog kwam hij naar een conferentie waar en wanneer hij, de opperbevelhebber, zich bevond. Hij was tegen elke poging om China en Frankrijk bij de deelnemers te rekenen. Churchill en Roosevelt op hun beurt aanvaardden de vastbesloten eisen van Stalin betreffende de prioriteiten in hun militaire campagne van 1944. Zij aanvaardden zijn voorstel om de datum van operatie ‘Overlord’ vast te leggen en het bevel over de gezonden troepen te voeren. Het is belangrijk dit in herinnering te brengen bij de zestigste verjaardag van de Conferentie van Teheran.

De Conferentie van Jalta werd gehouden van 4 tot 11 februari 1945. De geallieerden probeerden toen hardnekkig maar tevergeefs de uitbreiding van de invloedssfeer van ons land tegen te houden. Hoewel in de besluiten over Polen en Joegoslavië de noodzaak om hun regeringen uit te breiden met vertegenwoordigers van de pro-westerse krachten vermeld stond, erkende men in feite hun communistische basis, en de daarmee overeenkomstige staatsstructuur en politiek van deze landen na de oorlog.

Door een geheim akkoord dat in Jalta getekend werd, moest de USSR oorlog voeren tegen Japan aan de zijde van de geallieerden twee-drie maanden na de Duitse capitulatie, op voorwaarde dat de onafhankelijkheid van de Volksrepubliek Mongolië erkend werd, dat een deel van het zuiden van Sakhalin terug naar de USSR ging, met aanpalende eilanden en de Korillen. De huur van Port Arthur door de USSR werd verlengd, en de voorkeursrechten op de haven van Dalni (Dairen) ook, en ook de rechten van de Sovjet-Unie op de spoorlijnen ten zuiden van Mantsjoerije en ten zuiden van China. Naar aanleiding van het onderzoek naar de statuten van de VN vroeg Stalin opnieuw of sovjetrepublieken toegelaten zouden worden tot de VN. In den beginne ging het over Oekraïne, Wit-Rusland en Litouwen. Voor de USSR ging het erom de VN om te vormen in een instrument van samenwerking tussen de drie wereldmachten. Het systeem van Jalta liet ons land voor de eerste keer in het duizendjarig bestaan ervan toe om een vaste grens te vinden over bijna de hele lengte.

Anderhalf jaar later, tijdens de conferentie van Potsdam, was de situatie veranderd. Nochtans was Stalins autoriteit spectaculair gegroeid. Hij permitteerde zich bijvoorbeeld om Georges VI, de koning van Groot-Brittannië niet te ontvangen hoewel Churchill erom verzocht had. Stalin had de voorheen overeengekomen verbintenissen weten om te zetten in voor de USSR gunstige akkoorden.

Het zegevierende sovjetleger kwam met gesterkte moraal, een verbeterde organisatie en onoverwinnelijk op militair vlak uit de oorlog. De correcte politiek van de CPSU (b), de harde en handige leiding van Stalin onderhielden de eenheid van het leger en het volk. De morele en politieke eenheid van de sovjetgemeenschap speelde een doorslaggevende rol in de overwinning.

Het land kwam zijn kwetsuren snel te boven, in een verbazingwekkend korte tijdsspanne. Maar deze kwetsuren waren ernstig. De troepen van Hitler hadden 1.710 steden en verstedelijkte dorpen vernietigd en geplunderd. Ze hadden meer dan 70.000 dorpen en nederzettingen in brand gestoken. Ze hadden ongeveer 32.000 ondernemingen van de kaart geveegd, 65.000 km spoorlijn vernietigd, 98.000 kolchozen geplunderd, 5.000 sovchozen en machine- en tractorenstandplaatsen. Ze hebben tienduizenden ziekenhuizen, scholen, technische instituten, bibliotheken vernietigd, honderden musea leeggeroofd, en veel culturele en artistieke schatten gestolen.

Ons grootste oorlogsverlies bestond uit de dood van 27 miljoen van onze mensen. Het waren vooral jongeren, de beste en actiefste van onze mannen en vrouwen, en veel kinderen. Een immens groot aantal van de onzen werd uitgeroeid in de Hitleriaanse concentratiekampen en in bezette gebieden, terwijl het totaal aantal slachtoffers bij de Sovjetsoldaten vergelijkbaar is met dat van de germano-facsisten: 8.668.400 tegen 8.640.500.

De partij bevond zich driemaal op het slagveld, wat onherstelbaar leek. In 1946 verklaarde Stalin: "alleen al tijdens de eerste zes oorlogsmaanden stierven meer dan 500.000 communisten aan de fronten, en tijdens de gehele oorlog meer dan drie miljoen. Het waren de besten onder ons, genereus en puur, die vol zelfopoffering en belangeloos streden voor het socialisme, voor het welzijn van het volk. Wij missen hen nu... Als ze nog leefden, zouden veel moeilijkheden nu reeds overwonnen zijn..."

Maar de belangrijke historische les is dat de overwinning behaald werd door de kracht waarmee een nieuwe jonge sociale structuur naar het imperialisme uithaalde. De hypocriete slippendragers van het kapitaal, de valse geschiedkundigen, proberen tevergeefs dit feit te verdoezelen en te verdraaien. De overwinning was en militair en politiek en ideologisch.

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog hebben de VS atoombommen gebruikt tegen de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki. Dit was het begin van hun nucleaire chantage op hun bondgenoot uit de anti-Hitleriaanse coalitie, de Sovjet-Unie. De atomaire bombardementen op Hiroshima en Nagasaki, die vanuit militair oogpunt volkomen onzinnig waren, waren een duidelijke waarschuwing voor de Sovjet-Unie dat Amerika van nu af aan zijn wil zou opleggen aan de gehele wereld. Zo begon de ‘koude oorlog’.

De pogingen van de sovjetleiding om een einde te maken aan de verergering van de internationale situatie na de toespraak te Fulton van Churchill haalden niets uit. Directieve nr. 20/1 van de Nationale Veiligheidsraad van 8 augustus 1948 stelde: "De Amerikaanse objectieven in verband met Rusland... komen in essentie neer op deze twee: a) de sterkte en invloed van Moskou tot een minimum herleiden, en b) de theorie en de praktijk van de door de heersende regering in Rusland gevolgde buitenlandse politiek fundamenteel veranderen."

De USSR heeft waardig geantwoord. Het onderzoek naar atoomenergie en rakettentechnologie hebben als resultaat gehad dat J.V. Stalin toen hij nog leefde de atoomblokkade doorbrak en ons land de wereld van het atoom en de ruimte invoerde. Tezelfdertijd stak Stalin veel kracht in de bouw van reactiemotorvliegtuigen. De nieuwe wetenschappelijk-industriële instituten waarover hij in 1946 sprak werden vooral voor hun potentieel belang voor de landsverdediging opgericht. We hebben luchtvaartbases opgezet, die elk aan hun eigen type vliegtuig bouwden. En reeds in 1947 lieten zij van zich spreken, eerst met de Mig-15. Daarom zagen de VS zich genoodzaakt om van bij de start af te zien van hun ‘Fleetwood’plan dat op 1 september 1948 werd aangenomen, een plan dat voorzag in het begin van de oorlog tegen de USSR voor 1 april 1949, en daarna van het ‘Trojan’plan, met militaire acties vanaf 1 januari 1950 en het gebruik van 300 atoombommen tegen 100 sovjetsteden.

Het strijdfront werd verlegd naar het zuidoosten van Azië waar Korea werd gesplitst en waar de Chinese revolutie zegevierde. De militaire activiteiten op het Koreaanse schiereiland begonnen op 25 juni 1950. Vandaag ondergaat Irak de boevenaanval zonder enig VN-mandaat, maar toen waren de VS erin geslaagd te bereiken dat de VN de Democratische Volksrepubliek van Noord-Korea uitriep als agressor, en zij stuurden troepen onder bevel van de Amerikaanse generaal Mac Arthur naar Korea. Op 1 oktober eiste de generaal de onvoorwaardelijke capitulatie van maarschalk Kim Il Sung, en op 23 oktober veroverde hij Pyongyang.

Maar toen kwam de socialistische solidariteit tevoorschijn, het proletarisch internationalisme, waaraan het ons nu zo ontbreekt. Op 15 oktober 1950 stuurde Stalin een gecodeerde boodschap naar ambassadeur Shtykov: "Pyongyang... is voor onze kameraad Kim Il Sung. Na aarzelingen en een aantal voorlopige beslissingen, hebben de Chinese kameraden uiteindelijk besloten Korea met troepen te steunen. Ik ben blij dat deze definitieve en voor Korea gunstige beslissing genomen is. Ik wens jullie succes. Phin si (= ‘westenwind’)." Op 25 november gingen de ‘gepantserde’ troepen van Noord-Korea en China over tot de aanval en begonnen de tegenstander naar het zuiden te jagen.

De nederlaag van de door de VN beschermde Amerikaanse troepen schokte de hele ‘geciviliseerde’ wereld, en op 30 november gaf president Truman aan klaar te zijn om de atoombom in te zetten tegen de troepen van de Democratische Volksrepubliek Korea en van China, maar hij stuitte op een sterke tegenkanting van zijn bondgenoten. De Engelsen waren de eersten die beefden. Hun eerste minister Atlee haastte zich naar Washington, waar hij verklaarde dat deze aanpak suïcidaal zou zijn.

Maar de haviken waren niet gekalmeerd. Op 7 februari 1951 riep Mac Arthur de hulp in van de troepen van Tchan Kai Tchek en verklaarde de oorlog aan het communisme in Azië. Op 24 maart eiste hij dat een kernwapen zou worden gebruikt, maar hij bereikte slechts dat hij ontslagen werd als opperbevelhebber van de VN-troepen. Het socialistische blok voelde het gebrek aan middelen aan, en op dat ogenblik stabiliseerden de vijandigheden zich op de 38ste breedtegraad.

Op 10 juli 1951 begonnen de twee jaar durende onderhandelingen. De Amerikanen probeerden hun overwicht te tonen met massieve bombardementen op het territorium van de Democratische Volksrepubliek Korea, maar zij stootten er op de verpletterende weerstand van de sovjetvliegtuigen, en verloren enkele honderden nieuwe toestellen.

Tegen de mythe in als zou Chroestjov tijdens het 20ste congres als eerste de principes van de vreedzame coëxistentie hebben verklaard, moet ook dit aan Stalin toegeschreven worden. Tijdens een interview met een groep Amerikaanse journalisten van plaatselijke kranten verklaarde Joseph Vissarionovitch Stalin op 2 april 1952: "De vreedzame coëxistentie tussen het kapitalisme en het communisme is absoluut mogelijk indien er een wederzijds verlangen bestaat om samen te werken, als men bereid is de gemaakte engagementen na te leven, als men het principe van gelijkheid en het principe van niet-interventie bij interne zaken van de anderen respecteert."

Op 17 augustus 1952 oordeelde Stalin over de situatie in een reeks gesprekken met de delegatie van de Volksrepubliek China: "Amerika is niet in staat een grote oorlog te voeren. Het legt al zijn kracht in luchtaanvallen, atoomwapens,... De Amerikanen zijn kooplui. De Duitsers hebben in twintig dagen Frankrijk ingepalmd. De Amerikanen slagen er al twee jaar niet in Korea te overwinnen. Wat is dat voor een grootmacht? Men wint de oorlog niet met een atoombom." Vandaag zien we dat Stalin een soepele dialecticus was. Hij gebruikte alle details van een moeilijke situatie zeer goed, en hij wist de fundamenten te leggen van een durende vrede na de oorlog, wat de Sovjet-Unie zekerheid verschafte en een positie een grootmacht waardig. Hij heeft de kapitalistische omcirkeling doorbroken en heeft de aanzet gegeven tot de ontwikkeling van het socialisme als wereldsysteem.

De grote marxist, zowel op theoretisch als praktisch vlak, J.V. Stalin heeft jammer genoeg de ondertekening van de wapenstilstand in Korea op 27 juli 1953, die de basis van de vrede die er tot nu toe heerst was, niet meer kunnen meemaken. Sindsdien is er een halve eeuw voorbijgegaan. De wereld is veranderd. Het imperialisme is erin geslaagd op grote schaal revanche te nemen, en spant zich vandaag in om de volledige overheersing van het kapitaal over de hele wereld te installeren.

De politieagent van de wereld heeft de Democratische Volksrepubliek gerangschikt onder de landen van de ‘as van het kwaad’ en beschouwt deze als één der volgende doelwitten. Anders dan 50 jaar geleden moet dit eiland van het socialisme zo goed als alleen het verenigd internationaal kapitaal tegemoet treden. Ik ben ervan overtuigd dat wij onze solidariteit als proletarische klasse moeten betonen met het moedige Koreaanse volk. Vandaag is dit het enige dat in staat is een efficiënte militaire oppositie te tonen aan de ontketende agressor.

De situatie in het nabije Oosten is een beetje anders. De ontwikkeling van de gebeurtenissen noopt het imperialisme om de nationale en religieuze factoren op de voorgrond te plaatsen en zijn aanval aan de publieke opinie te ‘presenteren’ als een strijd van het ‘democratische’ en christelijke westen tegen het totalitaire moslimfundamentalisme. Maar welke ook de tegenstellingen tussen de rangen van de burgerij zouden kunnen zijn in het geval van de Anglo-Amerikaanse en moslimburgerij, het is het proletariaat dat er het meest onder lijdt, de ouderen en de kinderen.

De verklaring van de president van Rusland en die van andere kapitalistische leiders die het niet met de VS eens zijn, was naar vorm hard maar leeg van inhoud, en slaagde er niet in om de invasie van Irak tegen te houden. Al deze leiders, zowel zij die tegen deze oorlog zijn als zij die de aanval steunen, lijken op hyena’s, zij durven hun prooi niet te lossen bij de verdeling van de prooi. Met oproepen, vermaningen en gesus kan men net zo min als in 1938 de agressor overtuigen. Deze verstaat alleen geweld.

"Het kapitaal plaatst het behoud van zijn unie van kapitalisten van alle landen tegen de arbeiders boven de belangen van de maatschappij, van het volk en om het even wat." Deze simpele gedachte van Lenin moet met alle middelen onder alle lagen van de bevolking verspreid worden. Alleen grote en georganiseerde acties van de volkeren van de hele wereld, actieve strijdvormen, zijn in staat de oorlog te stoppen, om tegelijkertijd daarmee en met het imperialisme komaf te maken.

De ongelijke ontwikkeling van het kapitalisme toont aan dat net als 85 jaar geleden de eenheid ervan doorbroken kan worden in één of meerdere landen. Het is heel goed mogelijk dat die letterlijke breuk plaats zou kunnen hebben in een Zuid-Amerikaans land. Wat Rusland en de USSR betreft kan beter gesproken worden van een onderbreking van de herstelling van het kapitalisme.

In Wit-Rusland heerst het staatskapitalisme, maar met behoud van socialistische segmenten in de sociale sector en in de landbouw. En omdat president Loekasjenko moet buigen voor het Russische kapitaal, gaat de verkapitalisering en de privatisering van de Wit-Russische maatschappij schrikbarend snel vooruit. Dit verklaart de furieuze aanvallen van het internationaal imperialisme tegen een vereniging van Rusland en Wit-Rusland, en vooral tegen de leiders van de republiek Wit-Rusland. Het sociale geheugen van de arbeiders is nog te vers, en hun energie en druk maken de terugkeer naar het socialisme net in deze beperkte streek het meest waarschijnlijk. Wij zouden dankbaar zijn indien de communistische- en arbeiderspartijen hun klassensolidariteit zouden uitdrukken met deze twee republieken.

In Rusland zelf heeft de publicatie in de krant Forbes van de lijst van miljardairs heel wat opschudding verwekt. In die lijst waren 17 Russen opgenomen (drie jaar geleden was er niet één bij), met een kapitaal gelijk aan de helft van het staatsbudget. Met dit aantal overtrof Rusland Engeland, Frankrijk en Saoedi-Arabië, en werd slechts voorafgegaan door de Verenigde Staten, Japan en Duitsland.

Op 5 mei zal het de 185ste verjaardag van Marx’ geboorte zijn. Zijn conclusie volgens dewelke "de accumulatie van rijkdommen aan één kant tegelijkertijd de accumulatie van armoede, arbeidspijn, slavernij, onwetendheid, verharding en ontaarding van de moraal aan de tegenovergestelde zijde betekent, wat zichzelf reproduceert als kapitaal" kan worden toegepast op Rusland. Onze kansen kunnen toenemen als wij een sterk links blok kunnen vormen, ons in een organisatie kunnen verenigen, en tezelfdertijd de onverbiddelijke strijd tegen het opportunisme weten verder te zetten.

Van de ontwikkelde kapitalistische landen ontvangen wij oproepen tot een geleidelijke overgang "naar een nieuwe maatschappij van de 21ste eeuw zonder opofferingen". Volgens Marx zou het onder de gekende omstandigheden het verstandigst zijn om "zich van deze bende los te maken", wat betekent van de burgerij grond, fabrieken, werkplaatsen en andere productiemiddelen afkopen. Daarvoor zou volgens Lenin 130 jaar geleden zei het volgende nodig zijn:

Elke partij moet deze en andere vragen zelf oplossen, volgens de analyse van de huidige situatie. Net als tevoren is volgens ons de belangrijkste taak van de internationale communistische- en arbeidersbeweging de organisatorische vereniging op een stevige ideologische en politieke basis, de consequente oprichting van een nieuwe Komintern, en het oplossen van diens problemen van economische onafhankelijkheid en autonomie. Het is slechts dan dat we zouden kunnen alle anti-imperialistische krachten van de wereld verenigen. In deze tijden van verscherpte crisis bestaat onze belangrijkste kracht in de eenheid, en het grootste gevaar in de onenigheid.

Moskou, 25 maart 2003

Oleg Sjenin

Voorzitter van de Raad van de Unie der Communistische Partijen – Communistische Partij van de Sovjet-Unie

Eerste Secretaris van het Centraal Comité van de Communistische Partij van de Unie