Bijdrage
op het 12de Internationaal Communistisch Seminarie
"De Marxistisch-Leninistische Partij en het anti-imperialistisch front tegen
de oorlog "
Brussel,
2-4 mei 2003
www.icsbrussels.org , ics[at]icsbrussels.org
In opdracht van het CC RCAP-RPC, A. Novikov
De opbouw van een partij van het leninistische type en de strijd van de Russische Communistische Arbeiderspartij–Russische Partij van Communisten (RCAP-RPC) onder omstandigheden van contrarevolutie in de USSR en restauratie van het kapitalisme in Rusland
In overeenstemming met haar programma stelt de RCAP-RPC als doel de arbeidersbeweging over de hele klasse en in heel Rusland te organiseren, om in staat te zijn de machtsverhoudingen in Rusland resoluut te veranderen, dat wil zeggen, de macht van de bourgeoisie via het parlement, de president en het strafrecht te vervangen door de macht van de werkers—de Sovjetmacht.
De contrarevolutionaire omwenteling en de installatie van de dictatuur van de bourgeoisie in de USSR heeft de communisten van Rusland voor volledig nieuwe opgaven gesteld. Onze 15-jarige strijdervaring, die is begonnen binnen de CPSU en daarna in de communistische beweging van bourgeois Rusland, kan van bijzondere betekenis zijn voor de broederlijke partijen.
De val van de USSR en het internationale socialistische kamp moet worden gezien als een onderdeel van de mondiale en grootschalige aanval van de wereldreactie. In deze fase was het werkelijke wapen van de mondiale bourgeoisie de maximale verzwakking en het discrediteren van de communisten in de ogen van de arbeiders en andere categorieën van werkers.
Niet alleen door middel van de ‘ontmaskering van het stalinisme’, maar ook via van de ontbinding van de communistische beweging van binnenuit, de ideologische vernieling via het opdringen van sociaal-democratische ideeën en de instelling van het eurocommunisme en, als gevolg daarvan, het afwijken van de revolutionaire koers in de richting van gemarchandeer. De vijanden van het communisme, die zich hadden genesteld binnen de leiding van de CPSU, wisten wat ze deden, bij hen was absoluut geen sprake van ‘dwaling’ en dat geven ze vandaag ook openlijk toe. Voor de strijd tegen de marxistisch-leninistische lijn waren praktisch onbegrensde materiële middelen beschikbaar en aanzienlijke intellectuele bronnen, opgekweekt in de langjarige strijd met de communistische beweging. In het Rusland van 1991 en de daarop volgende tijd van enorme verslechtering in de situatie van de brede volksmassa’s, werd, om het volksprotest in de voor de bourgeoisie gewenste beddingen het sturen, op alle mogelijke manieren steun verleend aan de zogenaamde ‘redelijke oppositie’ in de persoon van de leiding van de Communistische Partij van de Russische Federatie (CPRF), een reformistische en opportunistische partij van het model Gorbatsjov. Deze ‘roze’ oppositie is er ook nu nog niet in geslaagd zich te nestelen in de heersende kringen van de Russische Federatie, omdat kritiek op de positie van de CPRF van de kant van de revolutionaire communisten en van de lagere partijorganisaties binnen de CPRF zelf, haar leiding dwingen, al is het dan uiterst slap, op te treden tegen de meest onwelriekende bourgeois hervormingen. Ter aflossing van deze ‘roze’ opportunisten moet er daarom een burgerlijk reactionaire beweging komen met populistische leuzen, pseudo-patriottisme en de openlijk anticommunistische ideologie van ‘Verenigd Rusland’. Het doel van deze manoeuvres is de dictatuur van de meest reactionaire kringen van de compradore bourgeoisie te versterken met president Poetin, hun beschermeling en opvolger van Jeltsin, aan het hoofd.
De RCAP bezit een unieke strijdervaring binnen de degenerende heersende CPSU in een socialistisch land, daarom verdienen onze lessen, verworvenheden en fouten de gespannen aandacht van de internationale communistische beweging. Deze ervaring bestaat hieruit, dat communisten van de USSR de strijden aangingen binnen de CPSU, die de richting van het opportunisme en de burgerlijke degeneratie was ingeslagen. Om een grens te stellen aan deze degeneratie vonden de communisten binnen het kader van de CPSU een passende vorm—zij vormden de ‘Beweging van het Communistisch Initiatief’ (BCI), waarbij zij in de partij bleven, maar toch geen afzonderlijke fractie vormden. Zij hielden congressen in 1989–1991 voor de uitwerking van ideologische en organisatorische principes van verzet. Doel van de BCI was de gezondmaking van de CPSU via de methode van vereniging van alle Russische communisten en de heropbouw van de communistische partij op een leninistische basis en haar terugkeer naar de oorspronkelijke bedoeling van de partij, want toen was al duidelijk geworden, dat lid van de CPSU en communist niet een en hetzelfde is. Juist toen formuleerden wij voor onszelf de principes van een partij van het leninistische type, welke later werden opgenomen in het programma van de RCAP. Het programma van een partij van het leninistische type baseert zich op de erkenning van de objectieve wetmatigheid van de beweging van de mensheid naar het communisme. Een partij van het leninistische type is:
een partij die avant garde is van de arbeidersklasse, en daarom ook van alle werkers, een partij die het wetenschappelijk communisme verenigt met de arbeidersbeweging, met de strijd van de werkers, voor de vernietiging van iedere maatschappelijke ongelijkheid, voor de vrije alzijdige ontwikkeling van alle leden van de maatschappij;
een partij wier leden het belang van de maatschappelijke ontwikkeling beschouwen als hun eigen belang, die onzelfzuchtig hun krachten wijden aan de zaak van de bevrijding van de arbeid, die geen enkel privilege hebben, die zich vrijwillig beperken tot het loon van een gekwalificeerde arbeider, die al het loon dat zijn meer ontvangen dan het door de partij bepaalde maximum voor de algemene noden van de partij afdragen;
een partij in wier leidende organen, inclusief het hoogste leidende orgaan—het congres— de meerderheid uit de arbeiders en de boeren bestaat, die de meerderheid van de werkers uitmaken;
een partij, die de dialectiek beheerst, die de proletarisch marxistisch-leninistische ideologie ontwikkelt en propageert en strijd levert tegen de bourgeoisie, in haar gelederen geen avonturisten en anarcho-primitieven, liquidators, opportunisten en revisionisten duldt, die onder het mom van algemeen menselijke waarden niet de fundamentele belangen verdedigen van de werkers, maar van diegenen, die het volk bestelen;
een partij, die zuinig is op zijn ideologische en organisatorisch onafhankelijkheid, die bereid is tot verenigd optreden met andere partijen en bewegingen in alle praktische vraagstukken van strijd voor de verbetering van het leven van het volk;
een partij, die op alle mogelijke manieren de theoretische, politieke en economische strijd aangaat voor de belangen van de mensen van de arbeid; een partij, die strijd voor de macht niet voor haar leiding, maar samen met de werkers de bouw van de Sovjetmacht organiseert en haar consolidatie en ontwikkeling bevordert;
een partij van communistische actie, van communistische initiatieven en van een bewuste communistische discipline.
In 1990 slaagden de Russische communisten, ondanks de machtige druk van de leiding onder Gorbatsjov van het CC van de CPSU, er in een georganiseerde vereniging van communisten in Rusland op te richten binnen de Communistische Partij van RSFSR (de partij van de Russische Federatie) en binnen de CPSU. De leiding, net als heel de organisatie, was aanmerkelijk hechter dan de CPSU. Door het aaneensluiten van de communistische krachten, de vorming van een gevechtscentrale binnen het kader van de Russische Communistische Partij, dacht de BCI de CPSU weer op de communistische weg te brengen en een eind te maken aan de ‘perestroika’. De mogelijkheden daarvoor waren reëel, hoewel de tegenwerking van de Russische communisten van de lijn Gorbatsjov zeer groot was. Dat wil zeggen, wij werkten binnen de CPSU voor haar behoud als communistische partij, wij vonden binnen de degenerende partij communistische elementen en brachten die met elkaar in contact in de BCI, we werkten aan een programma, dat wij indienden als ontwerpprogramma voor de CPSU. We konden de CPSU niet redden, maar toen het moment van de ineenstorting naderde, waren we er klaar voor de strijd voort te zetten. Zelfs datum en plaats (23 november 1991 in Swjerdlovsk) van het congres van de BCI was nog voor de ineenstorting van de CPSU al door ons vastgelegd. Het is belangrijk op te merken, dat wij reeds in het kader van de BCI arbeidersstructuren maakten—de sovjets van arbeiders hielden hun eigen congressen en vormden een Russisch netwerk van arbeidersorganisaties.
In het midden van de jaren 1990 bespraken wij onze tactiek met Franse communisten van het ‘Communistisch Initiatief’. Onze ervaring verdient de aandacht, omdat met de degeneratie van de CPSU, de ideeën van Gorbatsjov grote invloed kregen op veel communistische partijen en met name op de Franse communistische partij. Tegen de tijd dat de CPSU uit elkaar viel, nadat zij in augustus 1991 door Jeltsin verboden was, slaagden wij er al in, de basis te leggen voor een nieuwe van opportunisme gezuiverde partij en zowel voormalige leden van de CPSU als mensen die nooit lid van de partij waren geweest, aan te trekken.
De keuze van de naam ‘Russische Communistische Arbeiders Partij’ werd ingegeven doordat wij in een situatie verkeerden, waarin een partij, de CPSU, die zichzelf ‘communistisch’ noemde, van de klassenpositie was afgestapt en onder de rode vlag naar het kapitalisme opschoof. In onze naam willen we niet alleen het perspectief (het communisme) van onze partij onderstrepen, maar ook, dat we op de proletarische klassenpositie staan, de actuele belangen van de werkende klasse verdedigen en de strijd voor haar bevrijding voeren. In de statuten van de partij zeggen wij ronduit, dat de gekozen organen minstens voor de helft uit arbeiders moeten bestaan. Hetzelfde geldt voor afgevaardigden naar partijcongressen. Men kan deze principes discutabel vinden, maar na de degeneratie van de CPSU waren ze noodzakelijk voor het herstel van het proletarisch karakter van de partij en voor het herstel van het vertrouwen bij de werkende klasse.
Op dit moment worden door de leiding van de RCAP congressen gehouden van sovjets van arbeiders, stakingscomités, arbeidersvakbonden van Rusland en van voormalige unierepublieken van de USSR (tegenwoordig GOS), waar diepgaand en alzijdig de problemen van de arbeidersbeweging aan de orde komen. De RCAP reageert op elk arbeidersprotest tegen uitbuiting en onderdrukking, in welke vorm dan ook en in welke regio dat ook voorkomt. Op ons conto staan: deelname en steun van de RCAP tijdens de gebeurtenissen op het metallurgisch bedrijf van Leningrad, het Combinaat voor Kleurendruk (Leningrad), op het Cellulose-Papier Combinaat van Vyborg (Regio Leningrad), het opwerkingscombinaat van Salairski (Regio Kemerovski), stakingen in de mijnen van Rostov, Workoetië, Koezbas, op het bedrijf van ‘Promtraktor’ in Tsjoewasji, op de fabriek ‘Rode Morgenstond’ (Rjazan), lerarenstaking te Syktyvkar (Koma) en Kaloega, enz.
Het constante functioneren van het methodologisch informatiecentrum voor de arbeidersbeweging, waar stakingsleiders en arbeiders van vakbonden hulp kunnen krijgen op organisatorisch, juridisch en methodologisch vlak, is geregeld. Over heel Rusland vlamt voortdurend het verzet op in fabrieken, mijnen en bedrijven. Hartje winter zaten dit jaar ongeveer 35.000 mensen zonder verwarming omdat de gemeentelijke financiën in een crisis waren geraakt, hetgeen een reeks spontane protestacties uitlokte. Soms krijgen de acties van de arbeiders een meer radicaal karakter. Zo probeerden de mijnwerkers van de stad Tsjernogorski (Chakasië) de burgemeester op te hangen en de mijnwerkers van Sachalin uitten fysieke bedreigingen aan het adres van overheidsfunctionarissen. Al deze feiten getuigen van een verdieping van de crisis en de groei van de spontane ontevredenheid van de volksmassa’s. Het niveau van de georganiseerde optredens is echter nog laag en aanzienlijk lager dan het niveau van 1998, toen na de doorvoering van de devaluatie van de nationale munt de bourgeoisie erin slaagde de achterstallige lonen uit te betalen en zo de binnenlandse economie een beetje te laten opleven. De coördinatie en de organisatie van de protestacties tot een kracht, die de situatie in het land kan veranderen, is de meest wezenlijke taak van de partij. Hier proberen wij het leninistisch partijmodel te benaderen—een politieke kern van revolutionairen en een brede organisatie van arbeiders daaromheen. Wij ontwikkelen de ervaringen door het vormen van een systeem van klassevakbonden ‘Zasjtsjita’ (Verdediging). En we hebben daar al wat succes mee. Zo bijvoorbeeld in Azarmas waar rond een partijorganisatie van ongeveer 30 mensen de communisten een leidende rol spelen in de vakbond met een ledental van 2500.
Wij wijzen ook de parlementaire strijdvorm niet af, waarbij we ons heel goed bewust zijn van de beperkingen van het burgerlijk parlementarisme. Bij de verkiezingen voor de tweede kamer van het Russische parlement — de ‘Staatsdoema’—stonden op onze lijsten in 1995 en 1999 meer arbeiders dan op alle andere lijsten tezamen. En twee maal, in 1995 en 1999 bezette ons verkiezingsblok de eerste plaats onder de partijen die niet over de 5% kiesdrempel uitkwamen. Van de bijna 50 partijen kwamen alleen de 6 rijkste partijen er door. Onze partij had het minste geld voor de verkiezingen. Wij konden slechts een honderdste uitgeven van wat de bourgeoispartijen uitgeven. Om één stem te krijgen eiste dat van ons 10 keer minder middelen dan van de parlementaire communisten van de CPRF. In 2003 staan ons nieuwe verkiezingen te wachten en wij zullen daaraan deelnemen. Wij zijn er vast van overtuigd, dat juist de arbeiders de meest consequente bestrijders zijn van het bestaande bourgeoissysteem en van de bourgeoisstaat. Hun plaats in deze strijd wordt objectief bepaald, doordat de belangen van de arbeidersklasse, als maatschappelijke klasse, antagonistisch zijn aan de belangen van de ‘moderne maatschappij’, dat wil zeggen, de burgerlijke maatschappelijke orde. Echter, de objectief bepaalde plaats van de arbeiders in de klassenstructuur van de moderne burgerlijke maatschappij leidt helemaal niet automatisch tot het zich bewust worden van zich zelf als ding ‘für sich’. Zoals de praktijk van de hele proletarische strijd laat zien, met name in het moderne Rusland, Polen, Roemenië, enz., kunnen de aan zichzelf overgelaten arbeiders alleen economische eisen uitwerken, dat wil zeggen, zij blijven een ding ‘an sich’. Alleen communisten, georganiseerd in een partij van het leninistische type, brengen een wetenschappelijke theorie in binnen de gelederen van de arbeiders—het idee van de aflossing van de bestaande orde en van de noodzakelijkheid van het stukslaan van heel de burgerlijke orde, zowel in de sfeer van de economie als in de sfeer van de politiek.
In het huidige Rusland stuiten we op een hele reeks moeilijkheden, ongekend bij de vroegere communistische partijen. In de loop van de recente nederlaag van de communistische beweging in Oost Europa en de crisis daarvan als gevolg van de contrarevolutionaire reactie in de USSR en Rusland voelen de arbeiders wanhoop en onderdrukking. De laatste tijd gaan zij gebukt onder een gevoel van zwakheid. De negatieve historische ervaring van de terugkeer van het kapitalisme, de rol van doodsgraver van de veroveringen van de arbeidersklasse, die de revisionistische leiding van de CPSU heeft gespeeld, heeft de arbeiders van een diep pessimisme doordrongen en in hen een gevoel van voorzichtigheid bijgebracht tegenover communistische partijen. Het gebrek aan vertrouwen bij de arbeiders in eigen kracht en hun eigen historische rol vertaalt zich in pogingen zich alleen nog maar te organiseren in ‘tradeunionistische’ bewegingen.
Het vertrouwen winnen van de arbeiders, hen organiseren en aanvoeren in de strijd kan alleen een partij, die er in slaagt de arbeidersbeweging te verenigen met de theorie van het wetenschappelijk communisme, een partij met een sterke ‘semi-militaire discipline’ (W.I. Lenin), die gebruik maakt van alle mogelijke strijdmethoden, zowel binnen het kader van de burgerlijke wet, als daarbuiten, temeer omdat de bourgeoisie vanwege haar klassebelangen voortdurend het kader van de zuiver burgerlijke democratie verengt (bijvoorbeeld de nieuwe wet op het referendum verbiedt de burgers van de Russische Federatie in 1,5 jaar van elke 4 jaar een referendum te houden, niet in het jaar van de parementverkiezingen en niet in het jaar van de presidentsverkiezingen). Een proletarische partij moet zich houden aan het principe: iedere methode die geschikt is voor de bevrijding van de arbeidersklasse, is moreel en zedelijk gerechtvaardigd. Medelijden met de vijand is verwaarlozing van de eigen kameraden.
Omdat de RCAP verwekt is binnen de CPSU zelf, spreekt het vanzelf, dat de schaduw van de CPSU objectief de partij volgt. Onze kameraden communisten zowel in Rusland als daarbuiten kritiseren ons soms, omdat wij spreken over onze banden met de CPSU, die in hun ogen het symbool is van de degeneratie naar een revisionistische partij met keizerlijke manieren van doen. Wij erkennen de gemotiveerdheid van de kritiek en de inschatting van de toestand van de CPSU in de periode van de openlijke contrarevolutionaire omwenteling van 1985–1991, maar wij zijn het niet eens met hen, die de sovjetperiode na Stalin waarderen als staatskapitalisme, sociaalimperialisme en dergelijke. Wij denken, dat er een richtingenstrijd gaande was tussen een communistische en een burgerlijke stroming. Ook na de dood van Stalin wisten de negatieve krachten zich te versterken, maar de communisten waren sterker, de maatschappij volgde op basis van inertie nog een poosje de ingeslagen weg, hoewel met veel kosten en vervalsingen. De burgerlijke stroming kon pas in 1985–1991 een kwalitatieve sprong maken. Maar, ik zou veel van mijn buitenlandse kameraden willen vragen: wat hebben jullie bereikt? Waarom kwam ook de communistische beweging in het westen in zulk een verval? Was er bij jullie ook geen degeneratie van communistische partijen? De trotskisten stellen voor in hun kritiek op links om heel de sovjetervaring maar over boord te gooien en de neotrotskisten voeren zelfs een revisie door van de opvattingen van Trotski over het ‘dubbele karakter’ van de USSR, en beweren, dat er helemaal geen verschil was tussen de USSR en burgerlijke landen als de VS, Duitsland en Frankrijk. Maar wat hebben zij helemaal nog meer bereikt dan de twee plaatsen in het door en door burgerlijke europarlement?
Theoretisch onderzoek moet gecontroleerd worden in de praktijk. De USSR bestaat niet meer, maar wat hebben we nog over? Ook W.I. Lenin en J.W. Stalin hoopten op een proletarische revolutie in de meest ontwikkelde landen van het Westen. Maar die kwam er niet. De ontwikkeling van het kapitalisme op zich, zelfs in de meest industrieel ontwikkelde landen heeft niet tot revolutie geleid. Dit dient, trouwens, als een aanschouwelijke bevestiging van alle critici sedert Plechanov, die zeiden dat Rusland te vroeg vooruit gehold was inzake revolutie. De sterkste en invloedrijkste communistische beweging kwam op gang na de overwinning van de Grote Socialistische Oktoberrevolutie, die tegelijkertijd kwam met de vorming van de communistische partijen en met hun groei in ledentallen en de groei van hun aanhangers en sympathisanten met de ideeën van het socialisme en communisme over heel de wereld. Er is niet één denker in de XX eeuw van enige betekenis die niet geraakt is door de ideeën van Marx.
De westerse communisten-revolutionairen weten beter dan wij van de degeneratie van hun eigen communistische partijen. Hier speelde ook, naar het zich laat aanzien, het contact met de gedegenereerde leiding van de CPSU zijn rol en ook de verwachting van de buitenlandse communistische partijen, dat door de macht van de USSR en de CPSU het revolutionair proces ook zonder hun actieve deelname wel zijn gang zou gaan. Bovendien probeerden hun eigen burgerlijke regeringen op alle mogelijke manieren de communistische partijen in hun land uit elkaar te doen vallen en hun besturen om te kopen. In die tijd luwde de klassenstrijd in de USSR nog voor geen minuut. De veronachtzaming van de stelling van J.W.Stalin dat met de bouw van het socialisme ook de klassenstrijd door gaar, heeft geleid tot de ideologische vernietiging van de CPSU en van andere communistische partijen.
Wij denken, dat wij de ervaringen van de klassenstrijd onder omstandigheden van het reële socialisme moeten bestuderen, dat wil zeggen, alle fouten en tekortkomingen theoretisch overdenken. Bijzondere aandacht moet daarbij geschonken worden aan de theoretische doorwerking van het vraagstuk van de meest stabiele vorm van de realisatie van de dictatuur van het proletariaat — de theorie van de bouw van de meest stabiele van alle vormen—de Sovjetmacht.
In Rusland ontbreekt het ons nu nog aan strijdervaring onder omstandigheden van het kapitalisme. Er is nu een fascisering van het regiem gaande, het glijdt af naar een openlijke dictatuur van de bourgeoisie, zelfs de burgerlijke vrijheden worden vertrapt: de vrijheden van het woord, drukpers, vergadering en van het oprichten van een politieke partij. De machthebbers verbergen zelfs niet de vervalsingen van de parlementsverkiezingen en van de presidentsverkiezingen. Men intimideert openlijk hele partijen en bewegingen, zet militante arbeiders en partijleden in de gevangenis, en neemt vaak zijn toevlucht tot het uit elkaar slaan van demonstranten en stakers. Op het Cellulose-Papier Combinaat van Vyborg is er voor het eerst in modern Rusland geschoten op arbeiders. Volgens onze inschattingen werken de objectieve economische en maatschappelijke factoren naar de vorming van een revolutionaire situatie: de toestand van de meerderheid van de werkers blijft steeds slechter worden en bij velen leven nog herinneringen aan de tijden van het socialisme. Het hele vraagstuk draait hier om de subjectieve factor: de mate van bereidheid van de revolutionaire krachten om de strijd van de arbeidersklasse te organiseren en aan te voeren.
Aan deze taak werken wij en wij zijn niet bang om op de ingeslagen weg verder te gaan.