Bijdrage op het 12de Internationaal Communistisch Seminarie
"De Marxistisch-Leninistische Partij en het anti-imperialistisch front tegen de oorlog "
Brussel, 2-4 mei 2003

www.icsbrussels.org , ics[at]icsbrussels.org

Nadine Rosa-Rosso, Partij van de Arbeid van BelgiÙ (PVDA)

The political and tactical tasks of the communists facing the issue of war

De Partij van de Arbeid heeft haar zevende congres in 2002 gewijd aan het herdefiniëren van haar politieke, ideologische en organisatorische strategie in de nieuwe internationale situatie.

Daarom werden de debatten van het congres gevoerd over volgende essentiële thema’s:
1. de positie van de communisten in de mondialisering
2. de positie van de communisten in de Europese constructie
3. het concept van een communistische partij aangepast aan de realiteit van de 21ste eeuw
4. de herziening van de partijstatuten, die sinds het oprichtingscongres van 1979 ongewijzigd bleven.

Veel afgevaardigden op het congres vonden dat de besproken stellingen en de aangenomen oriëntaties van het 7de congres op één of andere manier een omvorming betekenden.

Natuurlijk werd niet aan de essentie van de revolutionaire aard van de partij en haar leninistische organisatie niet geraakt.

Maar de internationale en nationale omstandigheden waarin de partij haar doelstellingen moet waarmaken zijn fundamenteel anders dan deze van de jaren zeventig waarin de partij gesticht werd.

Het is trouwens dit onvermogen om zich aan te passen aan de nieuwe omstandigheden dat een rectificatiecongres noodzakelijk maakte, het 5de partijcongres dat gehouden werd in 1995, en waaruit de stellingen naar voor kwamen die gevonden kunnen worden in “De Partij van de Revolutie”.

U kan alle stellingen en de herziene statuten vinden in “Statuten van de PVDA” en “Documenten van het 7de congres van de PVDA” , boekjes die verkrijgbaar zijn op onze website.

Ik wil u vooral uitleggen hoe we deze stellingen in onze praktijk omgezet hebben.

Het nieuwe door ons 7de congres verkozen Centraal Comité heeft een nieuw Politiek Bureau verkozen dat groter is dan het vorige, en waarvan de kandidaten gekozen werden om hun specifieke capaciteiten om de nieuwe oriëntaties in praktijk te brengen. De zes in IMPACT uitgewerkte assen (Internationaliseren, Moderniseren, Professionaliseren, Aangroeien, Communiceren en Te samen voor de frontpolitiek) zijn allen vertegenwoordigd in het Politiek Bureau.

Het Politiek Bureau is een orgaan geworden dat zelf alle aspecten van het partijleven leidt, van de organisatie van de jongeren tot het front.

Het moet erop toezien dat alle oriëntaties van het congres en alle beslissingen van het Centraal Comité volgens een centraal plan gerealiseerd worden.

Dit kan evident lijken, en nochtans heeft dit een verregaande reorganisatie van de leiding gevergd. Het Politiek Bureau werd ook verjongd door de komst van meerdere jonge kaders, terwijl de ervaring van de stichtende kaders van de partij in datzelfde orgaan behouden bleef.

Ten tweede kwam het Centraal Comité, dat zelf uitgebreid werd met jongeren en mensen uit de arbeiderswereld, vooral dan syndicalisten, bijeen op 10 augustus 2002, enkele weken nadat het verkozen werd, om een centrale resolutie aan te nemen die alle sectoren van de partij verenigt.

Deze resolutie die gewoon ‘Resolutie van 10 augustus van het Centraal Comité’ heet, stelt alle partijeenheden, van hoog tot laag, een gemeenschappelijk doel, aan de jongerenbeweging net als aan alle frontorganisaties die door de partij geleid worden, namelijk: “Een revolutionair front vormenn op Europese schaal tegen de oorlog en voor de verdediging van het socialisme”.

De noodzaak en de urgentie van een revolutionair front tegen de oorlog op Europees niveau kunnen vandaag evident lijken. Maar in augustus 2002 was dit niet zo voor een groot deel van de partijleden, hierin begrepen en op de eerste plaats de leden van het Centraal Comité en zelfs van het Politiek Bureau.

Om te beginnen was in de zomer van 2002 de internationale situatie anders. Natuurlijk, de oorlog tegen Afghanistan had reeds plaatsgevonden. Maar voor velen was dit nog slechts een te verwerpen reactie op de aanslagen van 11 september, maar niet het begin van het algemene en systematische offensief van het Amerikaanse imperialisme.

Ook het bewustzijn dat de oorlog alle aspecten van het leven van de arbeiders zou beïnvloeden was nog niet hoog.

Sommigen in de partij wilden de prioriteit geven aan een campagne tegen de door de Europese Unie opgelegde privatiseringen.

En zoals vaak werkte de tendens om slechts de bekommernissen van de eigen werksector te zien tegen de ontwikkeling van een centrale gemeenschappelijke taak voor de hele partij, zoals de resolutie van 10 augustus van het Centraal Comité deze formuleerde.

De resolutie heeft verschillende punten voor de oprichting en de ontwikkeling van het front tegen de oorlog geformuleerd:

1. Het front is voor alles gericht tegen het Amerikaanse imperialisme, en het is in het kader van deze strijd dat wij ons gevecht tegen het imperialistisch en antivolks karakter van de Europese Unie voeren.

Hiervoor waren er twee belangrijke redenen: de eerste is dat de oorlogskoers door de VSA werd ingezet en dat het de enige imperialistische macht is die op dit ogenblik in staat is om deze koers in de praktijk te brengen. De tweede reden volgt uit de eerste, namelijk dat de anti-Amerikaanse gevoelens zich in de massa’s ontwikkelen en dat het aan de communisten is om deze woede politiek en praktisch te leiden. Daarom hebben we dit front ‘Stop USA’ (United States of Aggression) genoemd.

2. Het is een revolutionair front, dat geleid moet worden door de communisten en de arbeidersklasse. Op dit punt hebben we een debat gehad over de prioriteit die aan dat deel van de arbeidersklasse moet gegeven worden dat uit de immigratie komt, en dan vooral uit de Arabische landen. Dit heeft geleid tot de samenwerking met de AEL (Arabisch-Europese Liga), een anti-imperialistische en antiracistische radicale associatie die in België en sommige andere Europese landen actief is. We hebben ook aan Roberto D’Orazio, arbeidersleider van Clabecq en welbekend in ons land, gevraagd deel uit te maken van de initiatiefnemers van het front tegen de oorlog.

3. Het derde kenmerk van het front dat wij stipuleerden is dat het voornamelijk door de jeugd moet gedragen worden, die reeds bewezen heeft zich te kunnen mobiliseren tegen de mondialisering en de Europese tops. Omdat het gaat om een langetermijnfront is het essentieel dat de nieuwe generatie leert zich te wapenen, en zich te vormen tot toekomstige massaleiders van dit front. Om dit in de praktijk te brengen hebben we talrijke initiatieven genomen met onze jongerenorganisatie. Om te beginnen werd een eenmakingscongres gehouden waar de nieuwe organisatievormen aangenomen werden onder de centrale slogan ‘Chénge the World’. Onze jongerenorganisatie heft een reis naar Vietnam georganiseerd voor 100 vrijwilligerswerkers, met delegaties van andere Europese landen, om er zowel te leren het socialisme te verdedigen als de moorddadige langetermijngevolgen van de aanvallen van het Amerikaans imperialisme te leren kennen. Onze jongeren hebben ook ‘che-Leyla’-brigades opgericht om de band te leggen tussen de anti-imperialistische strijd geleid door Che Guevara en de strijd van het Palestijnse volk te leggen. Een nieuwe reis van 100 jongeren wordt trouwens momenteel voorbereid om volgende zomer vrijwilligerswerk te doen in Palestina.

De resolutie van het Centraal Comité werd bestudeerd en besproken in alle eenheden van de partij met behulp van een PowerPointpresentatie en in het bijzijn van partijkaders.

Dit alles heeft ons toegelaten om het Stop USA-front snel op poten te zetten en zelfs door onze vijanden erkend te worden als de onbetwiste leiders in België van het front tegen het Amerikaans imperialisme. Ook onze dokters en advocaten hebben deze resolutie overtuigd toegepast. Drie van onze dokters zijn naar Bagdad vertrokken net voor en tijdens de oorlog. Onze advocaten hebben een proces ingeleid tegen de Belgische regering naar aanleiding van het wapentransport op Belgisch grondgebied, en een nieuw proces wordt voorbereid tegen de Amerikaanse generaal Tommy Franks. Zelfs nog voor we de klacht konden neerleggen heeft het Witte Huis reeds gereageerd, en de hele Amerikaanse en internationale pers bestookt onze advocaten met vragen! Het werk van onze dokters en advocaten heeft enorme mogelijkheden gecreëerd om het front te vergroten, zowel in eigen land als in de hele wereld.

Ik zou deze tussenkomst willen besluiten met een concrete oproep. In de het op poten zetten van Stop USA hebben we kunnen genieten van de opmerkelijke werkervaringen van ANSWER in de Verenigde Staten. Wij wensen nu dat onze ervaringen andere partijen en communistische organisaties op het continent zouden ten goede komen. Het is daarom uiterst dringend om niet alleen onze ervaringen op dit gebied uit te wisselen, maar om praktische akkoorden te sluiten om te zien hoe dit front zich in de toekomst kan ontwikkelen.

Voor het Politiek Bureau is het Jo Cottenier die verantwoordelijk is voor de opbouw van dit front. Ik hoop dat velen van jullie na mij gehoord te hebben zin hebben om hem te contacteren en afspraken met hem te maken om vooruit te gaan in de praktijk.