Bijdrage
op het 12de Internationaal Communistisch Seminarie
"De Marxistisch-Leninistische Partij en het anti-imperialistisch front tegen
de oorlog "
Brussel,
2-4 mei 2003
www.icsbrussels.org , ics[at]icsbrussels.org
PCR van ARGENTINIË
DE GEVOLGEN VAN DE AANVAL TEGEN IRAK IN DE HUIDIGE WERELDSITUATIE
HET KAPITALISME IN HET STADIUM VAN HET IMPERIALISME LEIDT NAAR EEN NOOIT GEZIENE CRISIS
De invasie van Irak door de coalitie onder de leiding van de Verenigde Staten en zonder de steun van de Verenigde Naties bracht duidelijk de beslissing van de Noordamerikaanse monopolies aan het licht: de vlucht naar voor, weg van het spookbeeld van de recessie, weg van de gevolgen van het uiteenspatten van de financiële luchtbel en het aangroeiende deficit. In één woord: de crisis.
De wereld was geschokt toen in 1997 de economische crisis in Zuid-Oost-Azië de kop opstak. In oktober van dat jaar sloeg hij over naar andere landen. Ook Japan werd er door getroffen. In augustus 1998 viel Wall Street en enige dagen daarna volgde de krach van Moskou. De Europese en Amerikaanse beurzen balanceerden op de rand van de afgrond, maar slaagden erin te ontsnappen.
In januari 1999 stortte de Braziliaanse real ineen en enkele dagen daarna verloor Brazilië de helft van zijn reserves. De hele Mercosur klapte in mekaar en de economische politiek van Menem in Argentinië kreeg een dodelijke klap toegediend.
Wat de PCR in 1997 gezegd had, was dus correct: "De uiteenspatting van de luchtbellen van de beurs en de onroerende goederen in de landen van Zuid-Oost-Azië, die internationaal tot instabiliteit en onzekerheid heeft geleid, zal een GROTE crisis inleiden in het kapitalistische accumulatieproces op wereldschaal". En in januari 1998 zei de PCR: "De crisis heeft de wereld veroverd. Hij is diep, zal langdurig zijn en een domino-effect hebben."
Deze beschrijving ging in tegen de theorieën en pronostieken die de meerderheid van rechts en de revisionisten al 10 jaar lang verspreidden. Ze beweerden eerst dat de crisis een "uitvinding" van de imperialisten was om de zich ontwikkelende landen te onderdrukken. Daarna was de crisis alleen maar een eventualiteit die bijgevolg "met een verfrissende pauze kon eindigen".
In feite ging het om een typische crisis van relatieve overproductie die de kapitalistische economie in zijn geheel aantast en in de eerste plaats de Noordamerikaanse. Het was de uitdrukking van de diepe tegenstellingen die de kern van dit kapitalisme in zijn imperialistische etappe uitholden. Een kapitalisme dat zich nochtans als gezond, veerkrachtig en in expansie wilde voordoen, een kapitalisme dat een verjongingskuur onderging dank zij de "globalisering". Het was het bewijs dat, zoals het marxisme-leninisme ons leert, het belangrijkste kenmerk van het imperialisme is dat het altijd "een parasitair kapitalisme, een kapitalisme in het stadium van ontbinding" blijft (Lenin, Het imperialisme, hoogste stadium van het kapitalisme).
CRISIS LEIDT TOT OORLOG
Het Noordamerikaanse kapitalisme was met de Tweede Wereldoorlog nog maar net uit de crisis van 1929 geraakt. De erop volgende groei was direct met de oorlog verbonden. De oorlogsuitgaven maakten haar tot de wereldgendarm van het kapitalisme. Alleen al in de oorlog in Vietnam investeerden ze meer dan 500.000 miljoen dollar, wat hun een enorm fiscaal deficit opleverde en uiteindelijk leidde tot de instorting van de goudsteun aan de dollar en van de internationale economische akkoorden die na de Tweede Wereldoorlog waren afgesloten.
Zonder oorlog neigde het Amerikaanse monopoliekapitalisme naar stagnatie, de concentratie van monopolies verscherpte en er werd meer en meer gespeculeerd.
De groei van het speculatieve karakter van het financierskapitaal is monsterlijk. "Minder dan 2% van de wereldhandel in deviezen is toe te schrijven aan de buitenlandse handel. De overige 98% vindt zijn oorsprong in alle soorten speculatie." (Amayta Sen, Nobelprijs Economie l998)
Alhoewel het Amerikaanse en het Westerse monopoliekapitalisme na het herstel van het kapitalisme in Rusland in 1957, in China in 1978 en de val van de USSR in 1991 een tiental jaren van expansie gekend heeft, toch is de groei van zijn BNP veel lager dan in de vorige periodes. De winstmarge van de monopolies daalt. Door de daling van de rentabiliteit van de investeringen in de productie, richten de monopolies zich op de speculatie: financiële speculatie, deviezenspeculatie, speculatie in hypotheken en futures. De wereldeconomie is een gigantische roulette geworden.
De oorlogszuchtige politiek van de Verenigde Staten en andere machten werd veel nadrukkelijker omdat ze de crisis wilden afwentelen op de andere landen.
De criminele agressie van de Nato in Joegoslavië, met het Amerikaanse imperialisme aan het hoofd, gooide bruusk de internationale situatie overhoop. De agressie werd uitgevoerd zonder de dekmantel van de Verenigde Naties (wat in de eerste Golfoorlog wel het geval was). Dit toont aan dat de imperialistische machten, in de eerste plaats de Verenigde Staten, zich voornemen om het even waar op onze planeet tussenbeide te komen om hun imperialistische belangen te verdedigen en uit te breiden.
De Russische invasie in Tsjetsjenië daarentegen liet op grote schaal zien dat de strijd tussen de imperialistische mogendheden voor de controle over de invloedrijke gebieden voor een groot deel loopt langs de controle over de olie.
Deze tendens werd nog versterkt door de Noordamerikaanse invasie van Afghanistan onder het voorwendsel van de aanslagen van 11 september.
De agressie tegen Irak, de tomeloze oorlogszucht van de Verenigde Staten, drukt uit dat ze kost wat kost uit de economische crisis willen geraken en dat ze uit zijn op de controle van de petroleumbronnen. Maar nog meest van al toont het aan dat het Amerikaanse imperialisme vastbesloten is de andere imperialistische machten een verdeling van de invloedssferen op te leggen vooraleer de groeiende macht van China het – mogelijks met succes – het hoofd kan bieden. Het is niet duidelijk of er nu ook een agressie volgt tegen Syrië en Iran. Met de medewerking van de zionistische moordenaars zullen ze proberen Palestina en heel het Midden-Oosten te reorganiseren.
De agressiviteit van de Amerikaanse en de Engelse imperialisten en de verscherping van de tegenstellingen tussen de imperialisten onderling, die eigenlijk op zijn scherpst is sedert het einde van de Koude Oorlog, maken de toekomst onvoorspelbaar.
Duizenden theorieën, tientallen bibliotheken, illustere "denkers", zowel van rechts als van "links", de revisionistische verdedigers van de "utopieën", van "alleen verzet", van de strijd voor de "vrije ruimtes" van J. Holloway (die de mogelijkheid van de revolutie ontkent en volhoudt dat "de oorlog in Afghanistan niet onze oorlog is"), alsook de nieuwe verdedigers van de "Kaustkyaanse" theorie van het "ultra-imperialisme", en de thesis van Hard en Negri die het "imperium" losmaken van de imperialistische staten, zijn door het absurde van hun eigen stellingen verpletterd, ondanks de steun van alle mogelijke academische kringen, universiteiten en journalisten uit de reactionaire staten en revisionisten.
Deze leninistische definitie daarentegen wordt des te waardevoller: "1) wij leven in het tijdperk van het imperialisme en de proletarische revolutie; 2) de ongelijke ontwikkeling van het imperialisme en de onvermijdelijkheid van oorlog om de wereld te verdelen en 3) het imperialisme heeft de wereld opgedeeld in onderdrukkende en onderdrukte naties, het internationale proletariaat strijdt aan de zijde van deze laatsten en de revoluties voor de nationale bevrijding vloeien samen met de proletarische wereldrevolutie."
EEN MULTIPOLAIRE WERELD
Het proces dat aan de aanval tegen Irak voorafging, heeft opnieuw aangetoond dat tegenover de UNIPOLAIRE wereld van het Amerikaanse imperialisme, "de kenmerken groeien van een MULTIPOLAIRE WERELD en dat de expansionistische politiek van de verschillende imperialismes en hun heftige betwisting van de markten, de wereld gedestabiliseerd hebben." (8e Congres van de PCR).
Na de val van de USSR bleef er nog één economische, politieke en militaire supermacht over: de Verenigde Staten. Maar op militair vlak kun je eigenlijk spreken van drie wereldmachten: de Verenigde Staten, Rusland en China.
Economisch gezien zijn er vier belangrijke imperialistische machten: de Verenigde Staten, Europa (in elk geval wanneer het grotendeels op eengemaakte manier handelt), Japan en China. En politiek gezien zijn er vijf: de Verenigde Staten, Japan, het Verenigd Europa, Rusland en China.
Zoals duidelijk bleek uit de aanval tegen Irak, kan geen enkel ernstig politiek probleem in de wereld opgelost worden zonder rekening te houden met al deze machten.
De revolutionairen en de volkeren van de wereld kunnen deze tegenstellingen gebruiken. Dat leert ons ook de theorie en de praktijk van Mao Zedong tijdens de oorlog tegen Japan, of onze ervaring in de Falklandoorlog. Mits de belangen van de arbeidersklasse en van het volk nooit meer onderworpen worden aan de strijdende imperialistische bendes. Zich steunen op één imperialisme om een ander te bekampen heeft in het verleden tot grote tragedies geleid en veel leed veroorzaakt onder de revolutionairen en het volk. In ons land is ook de meest democratische sector van de Onafhankelijkheidsrevolutie van 1810 tot het besluit gekomen: "Noch oude noch nieuwe meesters".
Voor het Iraakse volk is het van belang dat de meerderheid van de machten de invasie niet heeft goedgekeurd in de Verenigde Naties. Dat is positief. We mogen nooit vergeten dat ze ALLEMAAL Resolutie 1441, die uiteindelijk de oorlog in gang zette, hebben goedgekeurd, terwijl ze zaten te mijmeren over hun deelname aan de verdeling van Irak; dat ze allemaal het embargo hebben ondersteund; dat ze allemaal hebben meegewerkt aan de ontwapening van Irak.
En vandaag, terwijl het Iraakse volk de onafhankelijkheidsstrijd met zijn bloed betaalt, buigen ze zich over de vraag hoe ze kunnen verhinderen van uitgesloten te worden uit de "post Saddam" verdeling.
DE STRIJD VAN HET IRAAKSE VOLK EN DE IRAAKSE NATIE
Het heldhaftige volk van Irak heeft zich met het bloed verzet tegen de grootste militaire macht op onze planeet. Zoals eerst in Joegoslavië en Tsjetsjenië en ook in de eerste agressie tegen Irak, toont ook het Iraakse volk dat een klein land het hoofd kan bieden aan een machtig land.
Het is andermaal bewezen dat de oorlog niet een optelsommetje is van technologie en militaire kracht, maar vooral een politieke kwestie. Dat het imperialisme er niet op uit is "alles te vernietigen", het wil alleen maar alles domineren. Dat juist daarom de fundamentele, beslissende factor in de oorlog niet de wapens zijn, maar de mensen.
Dat, zoals Mao Zedong in 1970 zei: "hij die een rechtvaardige zaak steunt, veel steun krijgt, terwijl hij die een onrechtvaardige zaak steunt, weinig steun krijgt. Een zwak land kan een groot land verslaan. Zolang een volk durft opstaan om te vechten, het aandurft de wapens op te nemen en het lot van zijn land in eigen handen neemt, zal het onvermijdelijk in staat zijn de agressie van een veel groter land te verslaan. Dat is een wet van de geschiedenis."
Het imperialisme kan misschien dit gevecht winnen, maar politiek gezien heeft het al verloren. In dit geval zal Irak nog vele jaren verder gaan met deze oorlog om zijn onafhankelijkheid opnieuw te veroveren. Vroeg of laat zal dit gebeuren.
De massa’s over heel de wereld spreken zich uit tegen de oorlog en vechten voor de terugtrekking van de Verenigde Staten en de overwinning van Irak. Een anti-imperialistische golf overspoelt de wereld, nog groter dan in de tijd van de heroïsche strijd van het Vietnamese volk.
Een golf die een vroeger hoogtepunt van strijd over heel de wereld verder uitdiept, vooral in Zuid-Amerika: in Paraguay, Ecuador, Colombia, Venezuela, Bolivia, Argentinië, enz.
Een golf die tot nieuwe hoogtes zal aanzetten in de strijd van de revolutionairen en de volkeren van de Arabische wereld, van de Derde Wereld in het bijzonder en die belangrijke politieke crisissen kan teweegbrengen in de landen die openlijk en/of heimelijk de invasie hebben gesteund, daarbij inbegrepen het Noordamerikaanse volk.
Bijzonder belangrijk en van grote betekenis in de toekomst is de rol van de jeugd en de vrouwen.
In ons land, in Argentinië, voegt deze anti-imperialistische golf zich bij het openlijk revolutionaire hoogtepunt van de strijd van het volk die begon vanaf 1993, en de politieke crisissen die een climax bereikten met de "Argentinazo" van 19 en 20 december 2001.
De eenheid tussen de revolutionaire strijd van de massa’s en de solidariteit met het Iraakse volk wordt versterkt door de imperialistische rol van de Verenigde Staten in ons land, door hun verantwoordelijkheid in de hongerpolitiek van uithongering, werkloosheid en plundering van het IMF en tezelfdertijd door het karakter van het Engelse imperialisme dat militair een deel van het Argentijnse grondgebied bezet: onze Islas Malvinas (door de Engelsen de Falklandeilanden genoemd).
De taken van de communisten zijn duidelijk: ze moeten de kant kiezen van de onderdrukte landen tegen de imperialistische agressor. Zij die deze principiële positie reeds innamen tijdens de vorige invasie van Irak in 1991, of in Tsjetsjenië en Afghanistan, kunnen er vandaag naar streven deze golf te leiden, niet naar het "pacifisme", maar naar het combatieve anti-imperialisme.
Dat maakt de verantwoordelijkheid van de marxist-leninisten en de revolutionairen in Argentinië en heel de wereld dubbel: zij moeten de voorhoede zijn in de anti-imperialistische strijd en de strijd voor de revolutie van onze werkende klassen en onze volkeren naar nieuwe hoogten leiden.