Internationaal Communistisch Seminarie ‘Imperialisme, fascisering en fascisme’ Brussel, 2 – 4 mei 2000

Herinvoering van het kapitalisme en heropleving van het fascistische ideeëngoed in Letland op het einde van de 20ste eeuw

Alfreds P. Rubiks

Latvia

Voorzitter van de Socialistische Partij van Letland Coördinator van de Unie van Politieke Partijen ‘Voor de Rechten van de Volkeren in de gemeenschap van Letland’

  Letland ontstond als staat in 1918. Vanaf 1921 was het land erkend als een staat die aan het internationale recht onderworpen is. In zijn jonge bestaan werd het al onmiddellijk met het fascisme geconfronteerd. Het staatshoofd Karlis Ulmanis pleegde in 1934 een fascistische staatsgreep. Aan de vooravond van de staatsgreep, op 21 november 1933, werden de afgevaardigden van de fracties van de arbeiders- en boerenpartijen van de Sejm, het parlement, gearresteerd.

Als paddestoelen na de regen kwamen fascistische organisaties te voorschijn, waarvan de sterkste de ‘Oegoenkroest’ (Vuurkruis) was, later ‘Pjerkonkroest’ (Donderkruis) genaamd. Anders dan in Duitsland en Italië bestond er toen geen leidende fascistische partij als politieke basis voor het regime. Die rol werd opgenomen door de gewapende massaorganisatie ‘Aijzsargi’ (de Verdedigers) die in alle dorpen afdelingen had. Toch waren alle kenmerken van een fascistische dictatuur aanwezig: terreur, repressie, opheffing van het burgerlijk-parlementaire regime, een autoritair gezag en onophoudend nationalistisch gestook.

Er was een concentratiekamp in Liepaja en in de steengroeve van Kaltsiems heerste dwangarbeid. Er werd gepoogd de doodstraf op te leggen aan politieke opposanten. Communisten werden massaal gearresteerd. De strijd van de communistische partij om een eenheidsfront tegen het fascisme op te richten en de vooruitgang van het fascisme in Letland te dwarsbomen bleef jammer genoeg vruchteloos. Na de fascistische staatsgreep werd de krijgswet afgekondigd, die 1371 dagen zou aanhouden. Het werk van de Sejm werd stilgelegd, de leden van zijn presidium werden in de gevangenis opgesloten. Eenendertig kranten werden afgeschaft, de activiteiten van negenentwintig vakverenigingen stilgelegd en 178 verschillende organisaties en bonden werden opgedoekt. Het werk van zestig stedelijke raden werd opgeschort, de districtsraden werden opgeheven.

De putsch en het vestigen van het fascistische bewind van Karlis Ulmanis zijn zwarte bladzijden in de politieke geschiedenis van Letland. Het bewind van Karlis Ulmanis duurde tot juli 1940, toen de socialistische revolutie het omverwierp. Maar het socialistische regime hield niet lang stand. In Europa woedde de Tweede Wereldoorlog. Op 1 juli 1941 bezette het fascistische Duitsland de hoofdstad Riga en herstelde het fascistische regime. Dat regime zou tot 13 oktober 1944 aan de macht blijven, toen Riga en het grootste deel van het Letse territorium van de Duitse fascistische troepen werden bevrijd.

Onder de Duitse bezetting waren de reeds vermelde Aijzsargi en Pjerkonjkroesti trouwe dienaars van Hitler en zijn fascistische regime in Letland. Ook daarvoor al hadden vele Pjerkonjkroest-leden met de Duitse geheime diensten samengewerkt. Pjerkonjkroest-lid Gustav Tselminsj schreef in november 1938 in een van zijn brieven: "Wanneer Duitsland het 'Nieuwe Europa' vorm zal geven, zal er in geen enkele staat van Europa nog één jood overblijven". Het idee van de uitroeiing van de joden kwam in het hoofd van die fascist dus zeker niet later op dan in dat van Hitler zelf. En het is geen toeval dat in de Duitse bezetter in Riga geen netwerk van strafinstellingen opgezet had.

De bloedige executies werden voltrokken door verraders van het Letse volk - gewezen Aijzsargi, politieagenten, Pjerkonjkroesti, een deel van de officieren van het Letse leger, collaborateurs en ander uitschot. Duizenden mensen werden zonder vorm van proces gefusilleerd. Bijzonder wreed en onmenselijk trad de militie van de gewezen politieman en collaborateur Victor Arais op. Joden en zigeuners werden uitgemoord. Een Lets legioen Waffen-SS van meer dan 150.000 man werd opgericht; de totale bevolking van Letland was twee miljoen.

Na 1942, toen Letland 'tot de orde gebracht was' ging het ‘Sonderkommando’ (speciaal detachement) van Arais steeds vaker tot actie over in Rusland, Wit-Rusland en Polen. Na de oorlog leefde Victor Arais onder een valse naam in Duitsland. Toch werd hij in 1975 gearresteerd en als oorlogsmisdadiger tot levenslang veroordeeld. Tijdens de hele naoorlogse Sovjetperiode waren er in Letland geen openbare uitingen van fascisme. Als die de kop opstaken dan werd ermee afgerekend door de staatsveiligheid, het openbaar ministerie en het gerecht.

Ik denk dat we dat alles in herinnering moeten houden om niet onverschillig te staan tegenover het opnieuw opkomende fascisme in Letland, dat een gevolg is van het herstel van het kapitalisme na de contra-revolutionaire staatsgreep van 1991.

Met het opnieuw invoeren van de kapitalistische maatschappijstructuur kwam het geheel van het fascistische ideeëngoed weer naarboven. Ik geef enkele veelzeggende voorbeelden: het boek 'Mein Kampf' van Hitler werd uitgegeven; het oprichten van de Letse 'Waffen-SS' werd herdacht en gevierd (de afgevaardigden van de socialistische partijen in de Sejm en onze collega’s van de fractie van linkse krachten 'Voor de rechten van de mens in het eengemaakte Letland' zijn er echter in geslaagd die feestdag weer te doen afschaffen); gewezen leden van de Waffen-SS marcheren met hun vaandels door Riga; aan de kop van hun kolonnes lopen de rechtse afgevaardigden van de Sejm en officiële staatsfiguren. In het parlement, dat 201 afgevaardigden telt, werd de communistische fractie 'Gelijkheid van Rechten' opgedoekt; aan zestien communistische parlementsleden werd hun mandaat ontnomen en de leider van de communisten, afgevaardigde Alfred Rubiks, werd gearresteerd en opgesloten.

Zonder vorm van proces werd de Communistische Partij van Letland verboden, net als een hele reeks andere maatschappelijke organisaties, onder meer een organisatie van gepensioneerde oud-strijders die binnen de rangen van de antifascisten vochten.

Tot vandaag is de Communistische Partij van Letland nog altijd verboden. In Riga werd al drie keer geprobeerd het gedenkteken voor de bevrijding van de stad en het land van de Duitse bezetting op te blazen. Bij de laatste aanslag drie jaar geleden kwamen twee mensen om. De daders bleken leden te zijn van de niet-geregistreerde organisatie Pjerkonjkroest. Die rechtszaak loopt nog steeds.

Het openbaar ministerie 'vindt geen bewijzen' om gewezen handlangers van het fascistische regime te berechten, onder wie lui die ervan verdacht worden aan de Holocaust en aan oorlogsmisdaden deelgenomen te hebben. Zo 'vond men geen bewijzen' tegen een lijst van elf personen, opgesteld door het Wiesenthalcentrum, en net als tegen Konrad Kaleis, die lid was van de reeds vermelde Arais-groep.

Daarentegen vindt men wel argumenten om de sovjetpartizaan Wasili Kononov voor het gerecht te slepen. Hij vocht tegen het fascistische Duitsland en liet persoonlijk veertien treinstellen met oorlogsmaterieel en soldaten ontsporen. Volgens gegevens waarover onze afgevaardigden beschikken worden er voorbereidingen getroffen om een hele reeks andere personen voor het gerecht te brengen: personen die deelnamen aan de strijd tegen het Hitlerfascisme, onder wie de gewezen commandant van een partizanenbrigade, historicus en academicus, held van de Sovjet-Unie, Vilis Samson.

Dat is wat zich werkelijk in Letland afspeelt.

Hecht toch geen geloof aan de breedvoerige mooipraterij van politici op Europese podia over 'democratie en rechtsgelijkheid' en over de 'perfecte toepassing van de mensenrechten in Letland'. De druk van de openbare opinie in Letland zelf, van Rusland en van Europa, en van veteranen van het antifascistische verzet verplichtte het hooggerechtshof ertoe om de veroordeling van Wasili Kononov ongegrond te verklaren, het besluit van de districtsrechtbank op te heffen, de zaak verder te laten onderzoeken en Kononov weer in vrijheid te stellen. Wasili Kononov was tot zes jaar vrijheidsberoving veroordeeld omwille van een zogenaamde oorlogsmisdaad.

Kononovs invrijheidsstelling is een overwinning! Het mag dan al een kleine zijn, het is er een ter verdediging van de antifascistische strijd. En we zijn iedereen erkentelijk die daartoe bijgedragen heeft. In Letland hebben 680.000 mensen (28 % van de bevolking) nog steeds niet het staatsburgerschap bekomen1 en hebben daarom geen stemrecht. De rechtse meerderheid van de Sejm heeft de pogingen afgewend om de kieswet aan te passen, waarmee niet-staatsburgers, van wie de meerderheid al tientallen jaren in Letland woont, het recht zouden krijgen om aan verkiezingen deel te nemen, al was het maar de gemeentelijke. Niet-staatsburgers worden in Letland gediscrimineerd inzake 55 rechten op politiek, economisch, sociaal en humanitair vlak.  

Deze korte analyse geeft me het recht tot volgend besluit te komen: de geschiedenis van Letland bevestigt ten volle dat de herinvoering van het kapitalisme tot fascisering en fascisme leidt en ze bewijst nog maar eens dat het fascisme altijd al een product van het kapitalisme geweest is.

Er kan niet ‘veel’ of ‘weinig’ fascisme bestaan. Als een dodelijke infectie is fascisme gevaarlijk in eender welke dosis of onder eender welke verschijningsvorm. Alle uitingen ervan moeten absoluut in de kiem gesmoord worden.

Daarin precies ziet de Socialistische Partij van Letland voor zich een taak weggelegd en ze is bereid daarvoor op internationaal vlak samen te werken.

Ik dank u voor uw aandacht.    

Internationaal Communistisch Seminarie ‘Imperialisme, fascisering en fascisme’, Brussel, 2 – 4 mei 2000